Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

1012 - Geef aan de wereld vrede, Heer


Ad den Besten
16e eeuw/EKG
Verleih uns Frieden gnädiglich

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. 

‘Vrede’ is in de wereld een veel-zinnig woord. Een mens kan vrede hebben met God, en dat is wel het hoogste wat er voor hem is weggelegd. Die vrede impliceert de vrede van de mens met zichzelf. Maar dat zulk een vrede niet omgaat buiten de vrede met onze medemensen, wordt ons in de bijbel duidelijk genoeg gezegd.

Christenen zijn geroepen, vredestichters te zijn, – en die opdracht heeft óók politieke consequenties. Welnu, om die vrede in politieke zin – in tegenstelling tot alle vormen van warme of koude oorlog – gaat het mij in de beide liederen, die ik in 1964 kort na elkaar heb geschreven. Daarvan is dit het eerste. In het andere, eveneens te vinden in mijn bundel Loflied voor tegenstem (Baarn 1964, blz. 31), komen vooral de bronnen aan het licht, waaruit oorlogsdreigingen e.d. worden gevoed: ons áller machtsbegeerte, ons áller bewondering voor kracht, potentie en geweld. De beide liederen horen voor mijn gevoel dan ook in sterke mate bij elkaar, maar helaas heeft het tweede geen genade kunnen vinden in de ogen van de Interkerkelijke Gezangencommissie.

Het lied ‘Geef aan de wereld vrede, Heer’ geschreven op de melodie van het door Martin Luther (zie Liedboek 414) verduitste Da pacem Domine doet een beroep op Hem, die wij als onze koning belijden, de ‘vredesvorst’. Zie toch – zo richt het lied zich tot Hem – hoe het in de wereld toegaat, zie hoe hele volken het slachtoffer worden van de machtsdrift der wereldheersers, hoe de kleinen vertrapt worden onder het geweld der groten, – red de kleinen! Dáárop, of althans op het hier loerende misverstand, was mijn andere ‘lied van de vrede’ min of meer als correctie bedoeld. Want een dergelijke verdeling van de wereld in twee strikt gescheiden kampen doet immers aan de werkelijkheid geen recht; ze dreigt te bemantelen, dat die kleinen wel eens door diezelfde bezeten zouden kunnen zijn, waarvan in de vorige alinea sprake was. Maar goed, het begrip ‘de kleinen’ zou óók kunnen functioneren ter aanduiding van hen, die werkelijk van ieder geweld afzien en die niet geloven, dat er met de wapenen ook maar enig Vrederijk kan worden gevestigd. En zo bedoelde ik het dan ook.

In de strofen 2 en 3 is sprake van tweeërlei innerlijk vuur, dat de mensen kan vervullen. Wanneer het éne vuur naar buiten slaat uit degenen in wie het brandt, wordt het een ramp voor de wereld. Als het ándere vuur bezit neemt van mensen, brandt het uit hen weg wat onzuiver is, zodat alleen liefde en vrede overblijven. Wat overigens niet betekent, dat zulke mensen voortaan automatisch beveiligd zouden zijn tegen de mogelijkheid, dat dat rampzalige vuur ook in hén wordt geworpen (strofe 4). De geesten te onderscheiden, ‘onderzoek altijd of een geest van God komt’ (1 Johannes 4,1), allereerst in ons eigen leven, is en blijft onze actuele opdracht bij uitnemendheid. De militia Christi is geroepen, zich van ieder machtsdenken te onthouden en louter door haar ‘argeloosheid’ de waan van het geweld te ontmaskeren, –  zij is volkomen weerloos in de wereld. Maar zij volgt haar Heer in de zekerheid van zijn overwinning (strofe 5).

Een lied voor Kerk en Vrede en Pax Christi ? – Ik hoop het. Zoveel is wel duidelijk, dat het niet erg goed past in het kader van veel wat er aan christelijke acties voor de vrede wordt ondernomen. Al was het alleen maar, omdat de in wezen onidealistische vooronderstellingen ervan door de meeste vredesstrijders niet meer worden gedeeld: ‘Geef aan de wereld vrede, Heer'...’! Dat geldt trouwens voor mijn andere ‘lied van de vrede’ nog sterker.

Auteur: Ad den Besten


Melodie

Het is niet toevallig, uiteraard, dat Den Besten zijn vers schreef op de melodie van nr. 421 uit het Evangelisches Gesangbuch (1994), de bewerking van Martin Luther (1483-1546) van de uit de zesde of zevende eeuw stammende antifoon Pro pace. Het origineel is een onberijmde tekst, die de reformator op een vanzelfsprekende wijze ongeveer als volgt indeelde:

Da pacem, Domine,
in diebus nostris,
quia non est alius
qui pugnet pro nobis
nisi tu, Deus noster.

dat wil zeggen:

Geef vrede, Heer,
in onze dagen,
want er is geen ander,
die voor ons zou strijden
dan Gij, onze God.

De berijming, en daarmee de omwerking tot volkslied, stamt uit 1528 of voorjaar 1529, toen Karel V over Frans I van Frankrijk had getriomfeerd en op de rijksdag in Spiers het edict van Worms liet verscherpen, terwijl tegelijkertijd de Turken hun aanval op Wenen voorbereidden. (Sedert 1542 is Verleih’ uns Frieden gnädiglich bijna een tweelinglied van Erhalt uns, Herr, bei deinem Wort geworden, – zie Liedboek 721). Ook Luther heeft dus bepaald wel aan de politieke vrede gedacht, – al had hij een andere kijk op de geweldloosheid dan de dichter van Liedboek 1012!

Luthers Verleih’ uns Frieden kwam het eerst voor in Geystliche lieder auffs new gebessert (gedrukt te Wittenberg door Joseph Klug in 1529), het zogenaamde Klugsche Gesangbuch, waarvan de eerste druk spoorloos verdwenen is; de tweede is uit 1533. Het EG geeft van ons lied twee versies; één in niet-gemensureerde èn één in gemensureerde vorm; beide wijken echter van de bronnen af. In de Liederkunde (Göttingen 1970) schrijft Eberhard Weismann, dat die gemensureerde gestalte maar beter kan worden vergeten, – ze doet wezenlijke kwaliteiten van het origineel teniet. Maar het Liedboek heeft juist dié versie overgenomen, en wij hebben in Nederland dus géén keus. [Bij Liedboek 414 is de niet-gemensureerde vorm opgenomen, red.] Overigens is er een prachtige melodie overgebleven, en wie het oorspronkelijk niet kent, mist dus niets.

Het merkwaardige is, dat onze zangwijs niét de meeste overeenkomst heeft met die van de antifoon Da pacem, maar bijna eensluidend is met de melodie van de hymne Veni redemptor gentium, waar ook de melodieën voor Nun komm’, der Heiden Heiland (Liedboek 433) en Erhalt’ uns, Herr, bei deinem Wort (Liedboek 721) duidelijk van afstammen.

De notatie van de melodie is aeolisch; in dit verband is, vooral wanneer men het lied eenstemmig zingt, de dis’ in de vierde regel bijzonder storend (om niet te zeggen: onmogelijk; zie het ‘Amen’ ten besluite van de niet-gemensureerde versie). – Heel markant is de tweede regel, die met zoveel nadruk naar de dominant opklimt (‘in deze donkere tijden’); in de slotregel wordt die dominant nog eens gebruikt (‘wie uw vrederijk belijden’).

Het tempo moet bepaald langzaam worden genomen, zodat ook de achtste noten (inzet van de regels 1, 2 en 4; flectie in regel 3) hun volle waarde krijgen en niet wegspringen of weglopen; vooral bij de gebonden noten moet er voor gewaakt worden, dat de kwarten niet onwillekeurig bijna tot achtsten worden gereduceerd. Het is een nadrukkelijk gebed, waarvan de Here God iedere lettergreep moet kunnen verstaan.

Auteurs: W.G. Overbosch/Willem Vogel

Vergelijking van Luthers ‘Verleih’ uns Frieden gnädiglich’ met de antifoon ‘Da pacem’:

Vergelijking van Luthers ‘Verleih’ uns Frieden gnädiglich’ met de hymne ‘Veni redemptor gentium’ :

Zie ook de toelichting bij Liedboek 414.


Media

Uitvoerenden: Ad hoc ensemble o.l.v. Richard Vos; Cees-Willem van Vliet, orgel (strofen 1, 2, 3) (bron: KRO-NCRV)