Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

13b - Zelf kan ik slechts op uw genade vertrouwen


Antwoordpsalm
Ida Gerhardt Marie van der Zeyde
Floris van der Putt

Tekst

De tekst is Psalm 13,2.4.6 uit de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde.


Melodie

Floris van der Putt (1915-1999) was kerkmusicus én volksmusicus. In de na-oorlogse jaren was hij enige tijd verantwoordelijk voor het gregoriaans in de Bossche Sint Jan, maar daarnaast ook componist van volksliederen; ‘Toen de Hertog Jan kwam varen’ is daarvan wel de bekendste.

In deze korte psalmcompositie klinken beide zijden van deze componist mee. Het Kyrie uit de XIe gregoriaanse mis is duidelijk de inspiratiebron geweest voor de melodie van het refrein van deze psalmcompositie. Ook Ignace de Sutter heeft in het refrein van zijn melodie bij het lied ‘Met de boom des levens’ (LB 547) een vette knipoog gemaakt naar dit bekende gregoriaanse gezang. Floris van der Putt gaat echter nog verder. Vrijwel alle noten van het ‘Kyrie eleison’ hebben een evenknie in het refrein van deze psalm. Vergelijking van beide melodieën toont dat aan. De omcirkelde noten in het tweede notenvoorbeeld geven de overeenkomsten aan.

 

 Voor zangers die bekend zijn met dit gregoriaanse gezang, roept de melodie dan ook direct de associatie op met ‘ontferming’ en ‘genade’.

De gehele compositie ademt een neo-modale sfeer, die met name wordt opgeroepen door de gerichtheid naar de reciteertoon en het ontbreken van leidtonen. E-dorisch is – ondanks het ontbreken van het tweede kruis – onmiskenbaar de modus. De reciteertoon (b’) wordt in de voorzangverzen op een aantal manieren omspeeld:

 

Opvallend is dat de melodie halverwege het vers tot rust komt op de grondtoon (e’, in vers 1 bij ‘vergeten’), terwijl zij aan het slot op de reciteertoon blijft hangen om zo de weg te banen naar de inzet van het refrein. Dat hoort natuurlijk bij de monastieke, kloosterlijke manier van psalmzingen. Het rustpunt valt halverwege het psalmvers, bij de mediantrust, en de tweede vershelft de hand reikt naar het volgende psalmvers (zie de Liedboek 4b, 25e, 67b, 84b, 87a, 91c, 92b, 98f, 121b, 130d, 134a en 139c). Aan het slot van het vers blijft de (muzikale) spanning als het ware in de lucht hangen.

Het volksliedachtige van deze compositie komt vooral in de door de componist bijgeleverde orgelbegeleiding naar voren. Herhaalde figuren en eenvoud kenmerken de driestemmige begeleiding van de verzen. Een begeleiding die zich overigens schijnbaar onafhankelijk van de zangmelodie beweegt. In het refrein wordt de begeleiding door rijkere harmonieën (vierstemmig) en het meespelen van de melodie ‘hymnischer’ van aard; precies zoals een antifoon bedoeld is: als herkenningsmelodie van de psalm.

Auteur: Christiaan Winter


Media

Uitvoerenden: Ecclesiakoor De Bilt o.l.v. Paul Valk; Jomien Tissink, cantor; Frans Haagen, orgel