Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

146a - Laat ons nu vrolijk zingen


Du meine Seele, singe

Paul Gerhardt
Ad den Besten
Johann Georg Ebeling

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

Deze bewerking van Psalm 146 werd door Johann Crüger in zijn Praxis pietatis melica van 1653 voor het eerst gepubliceerd. Maar pas gekoppeld met de joyeuzere melodie van Crügers opvolger Ebeling heeft ze de Evangelische Kirche in Duitsland kunnen veroveren. Deze koppeling had onder andere tot gevolg, dat de tweede en derde strofe van Gerhardt met hun manende, vermanende toon om zo te zeggen onder de tafel raakten. Men valle dus niet de schim van Gerhardt lastig met het verwijt, dat hij belangrijke elementen uit de psalmtekst zou hebben verwaarloosd!

Overigens is Gerhardt met deze tekst aanmerkelijk veel vrijer omgegaan dan ons, Nederlandse psalmberijmers, in dank zou zijn afgenomen, en dat weerspiegelt zich natuurlijk ook in mijn vertaling, die ook al in de proefbundel 102 Gezangen (1964, nr. 50) stond.

De slotstrofe van het lied is mins inziens de schoonste van alle. Ze betekende een uitdaging voor mij, om hetzelfde niveau te bereiken. Nu zijn wij er wel vaker in geslaagd, liederen uit een andere taal in het Nederlands transponerend, de dichters daarvan te evenaren. Wat mij zelf betreft, is dat naar mijn gevoel nergens duidelijker gelukt dan hier. Maar om dat te kunnen beoordelen, dient u over de oorspronkelijke tekst te beschikken, – die ik hieronder dan ook laat volgen:

Ach ich bin viel zu wenig,
zu rühmen seinen Ruhm;
der Herr allein ist König,
ich eine welke Blum.
Jedoch weil ich gehöre
gen Zion in sein Zelt,
ists billig, dass ich mehre
sein Lob vor aller Welt.

Auteur: Ad den Besten


Melodie

Dit lied blijkt snel toegankelijk te zijn; stellig komt dat op rekening van de vlotte en vrolijke melodie en harmonie van Johann Georg Ebeling. Oorspronkelijk hoorde deze wijs bij een andere tekst van Gerhardt (Merkt auf, merkt, Himmel, Erde, gepubliceerd in de Geistliche Andachten 1666), maar ze blijkt ook uitstekend – misschien zelfs wel beter! – te passen bij deze lofpsalm. In een onbekommerde gebroken drieklankbeweging stijgt de eerste regel op, een simpel, voor de hand liggend en volksliedachtig begin. ‘Maar’, aldus Willem Mudde, ‘hoe elastisch is hij [deze drieklank] in dit ritme gehanteerd, zonder pathos, en hoe soepel ook wordt hij opgevangen’.

Auteur: Willem Vogel


Media

Uitvoerenden: Magister Cantat Schiedam o.l.v. Arie Eikelboom; Martine van der Meiden, orgel (strofen 1, 5, 7) (bron: KRO-NCRV)