Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

154b - Heel de schepping, prijs de Heer


Het lied van de drie mannen in het vuur

Wim van der Zee
Genéve 1562
Psalm 136

Tekst

Deze toelichting op de tekst is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 7’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. De toelichting op de melodie is nieuw geschreven.

In tien strofen schreef Wim van der Zee zijn versie – naast die van Willem Barnard (zie Liedboek 154a) – van het gezang der drie mannen in het vuur, zoals opgetekend in de apocriefe toevoeging aan het boek Daniël.

Het verhaal is bekend; koning Nebukadnessar  had drie vrienden van Daniël wegens majesteitsschennis in het vuur laten werpen. Een engel als vierde man dooft het vuur, tot verbazing van de koning; hij liet midden in de oven een koele wind waaien zodat het vuur hen niet eens aanraakte; ze voelden geen pijn… Dan staat er vervolgens: ‘Toen zongen de drie mannen in de oven als uit één mond lofliederen; zij verheerlijkten en prezen God.’ (Daniël A,28)

En dat doen ze overvloedig, want  ‘Alle schepselen, prijs de Heer, bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.’ (Daniël A,35)’. Dit lied blijft daar niet bij achter. Engelen zingen ons in koor het glorie voor (strofe 1); dan volgen de zon, de maan en de sterren (strofe 2), de wind en ‘alle weer’ (strofe 3), dag en nacht en de jaargetijden (strofe 4), en ten slotte alle mensen (strofe 8). En de jubel gaat door in het ‘feestconcert voor Hem’ (strofe 7). Op alle mogelijke manieren. Berg en dal (strofe 5), alles wat groeit (strofe 6), vogels, vissen, dieren (strofe 7); alles zingt met de mensen mee. Zij voegen zich in het grote koor van zijn volk, de eeuwen door.

Het Benedicite omnia opera is niet van de lucht; wij zegenen God, omdat Hij ons zegent.


Melodie

De melodie werd oorspronkelijk gecomponeerd bij de berijming van Psalm 136, die Théodore de Bèze (1519-1605) maakte ten behoeve van het Geneefse psalter. Zij werd voor het eerst gepubliceerd in de volledige versie van het psalter: Les Pseaumes mis en rime francoise Par Clement Marot & Theodore de Beze (Genève 1562). De melodie behoort tot veertig nieuwe melodieën uit deze uitgave. Ze werden gecomponeerd door een zekere ‘Maître Pierre’. Daarmee wordt naar alle waarschijnlijkheid Pierre Davantès (ca. 1525-1561) bedoeld, die vanaf maart 1559 als musicus in Genève werkzaam was.

De melodie van Psalm 136 staat in Les Pseaumes mis en rime francoise als volgt genoteerd:


De melodie staat in de zevende toon, de mixolydische modus, waarbij opvalt dat zij zich hoofdzakelijk afspeelt tussen g’ en d” (voor ingewijden in de leer van de modi: het hexachordum naturale). De regels 1 (afgezien van de eerste twee noten), 2 en 3 spelen zich binnen dit toonbereik af. Pas in de vierde regel heeft de melodie een lagere ligging (hexachordum durum).

De combinatie van deze modus en hoge ligging komen we in het Geneefse psalter regelmatig tegen bij teksten met noties als ruimtelijkheid en opgetogenheid. Voorbeelden zijn Psalm 19, 46 (tweede helft), 126 en 145.
Meteen in de eerste regel bereikt de melodie van Psalm 136 de hogere ligging en wordt de octaafomvang gebruikt. De sterke stijging zal mede ingegeven zijn door het woord hautement (‘in hoge mate’) uit de berijming van De Bèze.

Tot ver in de twintigste eeuw was het algemeen gebruikelijk om de een na laatste noot (c”) van de eerste regel te verhogen, zodat de leidtoon cis” ontstaat. Conform zestiende-eeuwse compositieregels worden in de Geneefse psalmmelodieën ondersecundes die leiden naar de dominant of grondtoon, echter nooit verhoogd wanneer ze van onderaf bereikt worden.
Ritmisch valt op dat de regels 1, 3 en 4 identiek zijn: twee halve noten, gevolgd door vier kwartnoten, afgesloten met een halve noot. Het afwijkende ritme in de tweede regel, en met name de laatste drie halve noten, zorgt ervoor dat deze melodieregel een afsluitend karakter draagt.

De melodie valt hierdoor in twee keer twee regels uiteen. Deze indeling sluit aan bij de strofevorm waarbij de eerste twee versregels een eenheid volgen, evenals de laatste twee regels. Zoals bekend bevat de onberijmde tekst van Psalm 136 een refrein: ‘Eeuwig duurt zijn trouw’ dat steeds afwisselend met een nieuwe tekstregel gezongen wordt. Deze refreinregel luidt in de Franse berijming:

Et sa grand’ benignité
Dure à perpétuité.

De melodieregels 3 en 4 dragen dit refrein, en alle 26 coupletten van de Franse psalmberijming eindigen tekstueel en melodisch met deze regels.
We zien dus dat de melodie zowel inhoudelijk als wat vorm betreft duidelijk verbonden is aan de Franse berijming van Psalm 136.

De relatie met de liedtekst van Wim van der Zee is minder nauw, vooral wat betreft de structuur van de tekst en die van de melodie. Maar haar uitbundigheid, zoals die hierboven beschreven is, maakt dat de melodie toch goed past bij een lied waarin heel de schepping opgeroepen wordt de Heer te prijzen.

Auteur: Jan Smelik


Media

Uitvoerenden: Martinicantorij Sneek o.l.v. Gerben van der Veen; Dirk Donker, orgel (strofen 1, 2, 3, 8, 9, 10) (bron: KRO-NCRV)