Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

183 - Een zaaier zaaide zaad in ’t rond


Een eerste kennismaking

De Duitse dichter Friedrich Hofmann (1914-1974) schreef verschillende Musikantenspiele bij bijbelverhalen. Dit lied is daar een voorbeeld van. Het is bijna een minimusical: eenvoudig en beeldend van taal wordt een bijbelverhaal naverteld met verschillende rollen. In de strofen 1 tot en met 5 wordt de gelijkenis van de zaaier (Matteüs 13,1-8) op de voet gevolgd. In strofe 4 is het woord ‘hanenpoot’ gebruikt, hier in de betekenis van onkruid. Strofe 6 vindt de ‘toe-eigening’ van het verhaal plaats. De vertelling wordt daar een gebed.
Er zijn drie verschillende melodieën bij evenzoveel rollen. De strofen 1 tot en met 5 zijn oorspronkelijk gedacht voor kinderen: de strofen 1 en 5 door een solist, de strofen 2, 3 en 4 door een kindergroep of kinderkoor. Maar ook een verdeling met andere stemsoorten is denkbaar. Het lied eindigt met een canon, door allen te zingen (strofe 6). Deze canon kan ook zelfstandig worden gebruikt.

Auteur: Pieter Endedijk


Ein Sämann säte Korn auf’s Feld

Friedrich Hofmann
Sytze de Vries
Gerd Watkinson

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 7’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

Een vertaling van Ein Sämann säte Korn auf’s Feld, een tekst van Friedrich Hofmann uit Musikantenspiele zur Bibel. Het verhaal van de zaaier uit Lucas 8,4-15 is in enkele bewoordingen op de voet gevolgd: Iemand ging naar zijn land om te zaaien … een deel van het zaad viel op de weg … ook viel wat zaad op rotsachtige bodem … ander zaad viel tussen de distels. Hier is het woord ‘hanenpoot’ gebruikt, een soort ruw gras, dat op zandgrond groeit, en waartussen zaad en koren niet gedijt. Maar ook viel wat zaad in vruchtbare aarde; dat bracht honderdvoudig vrucht voort.

In de canon komt Lucas 8,15 tot klinken: het zaad in de vruchtbare grond, dat zijn zij, die met een goed en eerlijk hart hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen. Het is goed, als deze tekst – als afsluiting van dit lied - een aantal keren gezongen wordt.


Melodie

Dit liedje heeft voor een kinderlied een bijzondere structuur. Afwisselend wordt er tussen een solistje en een kindergroep gezongen. Eén kind begint met de ‘inleiding’, de kindergroep reageert met de mini-coupletjes 2, 3 en 4; het solistje rondt het verhaal af met dezelfde noten als in het begin, waarbij opvalt, dat in de tweede regel in het eerste stukje de halve c” en de daaropvolgende a’ bij elkaar horen (‘vier manieren’), terwijl in het tweede solistenstukje de a’ bij de volgende overgebonden c” hoort (‘gaf zaad’).

Het lied eindigt met een canon, door allen te zingen. Deze canon kan meerdere keren worden herhaald.