Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

192a - Nu de avond valt


Getijden
Sytze de Vries
Daan van der Leeden

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 8’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.   

Deze tekst is bedoeld als een ‘lucernarium’. Zo wordt de hymne genoemd waarmee in de vroege kerk het licht (lux) werd ontstoken in de vespers (het avondgebed) of de vigilie (de nachtwake). Dat was niet, zoals voor ons, louter een symboolhandeling. Het was ook werkelijk een zaak van licht maken in het donker. Daarom vraagt ook deze tekst enig visueel voorstellingsvermogen: een halfdonkere, schemerige kerk, met voldoende licht om de weg te vinden. Aangestoken kaarsen lichten op en werpen een lichtkring.

Zo wordt zichtbaar hoe het licht ons spreekt van Gods nabijheid in het donker, zoals de vuurkolom Israël des nachts leidde door de woestijn. Het licht wijst niet alleen de weg, het verwijst ook naar het licht van de dag die komt.

De zichtbare lichtkring is als een mantel, geworpen rond de verzamelde gemeente: in het licht van God zien wij elkaar, krijgen wij oog voor elkaar. Er is maar één vraag, die telkens wordt herhaald: ‘Laat uw licht ons leiden!’
De laatste regel zinspeelt op Psalm 65: ‘De stilte zingt U toe’.

De tekst van de afsluiting van een avondgebed (Liedboek 192b) kan niet los gezien worden van de vorige: wat daar begon, wordt hier in eenzelfde trant besloten. Alleen het refrein is uitgebreid: ‘Laat uw licht ons leiden’ met nu ‘wees onze vrede!’

Weer beheerst de tegenstelling donker – licht alles. De bijbelse denkwijze is, dat de nacht begint op het moment dat de avond valt. Daarom bijvoorbeeld begint de sabbat, wanneer de eerste uren verschijnen. Een nieuwe dag groeit zo vanuit het donker, door de nacht heen. Al is het nog donker, de nieuwe dag is al begonnen.

In het bijbelse spreken is de zegen ook vaak verbonden met het aanbreken van een nieuwe dag: zo staat Jakob gezegend op uit de nacht, uit de rivier de Jabbok: ‘Dan gaat de zon over hem stralen’ (Genesis 32,32; Naardense Bijbel). En ook de klassieke zegen van de zonen van Aäron (Numeri 6) spreekt ervan, hoe ‘God zijn aangezicht verheft en laat lichten’ als de nieuwe dag.


Melodie

Op geheel eigen wijze heeft Daan van der Leeden de tekst van Sytze de Vries getoonzet. Opvallend is de keuze voor een driedelig maatsoort; hierdoor krijgt dit avondlied een dansant ritme. De toonsoort is e-mineur, de melodie eenvoudig en meditatief. Ze centreert zich rond de toon e’ om daaruit slechts te ontstijgen als de tekst daartoe aanleiding geeft, zoals bijvoorbeeld bij ‘Een vuurkolom het duister door’, en ‘In de lichtkring van uw liefde verzameld’.

Bij de afsluiting van het avondgebed klinkt enkele malen de tekst ‘Wees onze vrede’. De stijgende curve van de melodie in combinatie met het slot op de dominant (vijfde trap) intensiveert deze bede. De tekst ‘Laat uw aangezicht over ons opgaan als de zon’ wordt verklankt door een stijgende melodische lijn.

De beweging gaat in tweeën, het tempo is ongeveer MM = 56 voor de kwartnoot met punt.