Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

211 - De gouden zonne heeft overwonnen


Die güldne Sonne voll Freud und Wonne

Paul Gerhardt
Ad den Besten
Johann Georg Ebeling

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. 

Dit lied behoort tot de laatste die Paul Gerhardt heeft gedicht. Het dateert van 1666 en werd nog in datzelfde jaar door Johann Georg Ebeling op muziek gezet. Overigens heeft in eerste instantie vermoedelijk een andere melodie de dichter door het hoofd gespeeld: die van het in 1665 gepubliceerde liefdeslied ‘Hör, meine Schöne’ van Adam Krieger (1634-1666). Het op diverse plaatsen uitgesproken vermoeden, dat we hier te maken zouden hebben met een door Gerhardt zelf geschapen liedvorm, is dus onjuist. Trouwens, ook qua tekst zijn er in dit morgenlied, althans in de eerste strofe, invloeden te bespeuren, en wel van twee oudere morgenliederen van Philipp von Zesen (1619-1689) en Matthäus Apelles van Löwenstern (1594-1648). Niettemin is het zonder twijfel een van de schoonste en daarom ook meest geliefde liederen van Paul Gerhardt, – een lied dat in betekenis de beide zoëven bedoelde liedteksten verre overtreft.

De titel ‘Morgensegen’, die Paul Gerhardt boven zijn lied schreef, geeft enige aanleiding tot misverstand, – in ieder geval heeft het weinig te maken met het gebed ‘Morgensegen’ van Martin Luther (1483-1546), waarop vrijwel alle zo aangeduide liederen teruggaan. Men zou als titel eerder het woord ‘Morgenopfer’ verwachten, zoals dit in de heel centrale tweede strofe duidelijk ter sprake komt. De tweede strofe spreekt, zoals gezegd van het offer, d.w.z. van de persoonlijke toewijding van de mens aan de Heer. In de derde en vierde strofe wordt rekening gehouden met de mogelijkheid, dat de nieuwe dag zich als nacht aan ons zal voordoen. Toch zijn ze een en al vertrouwende overgave aan de wil van God. Ja, er klinkt zelfs iets triomfantelijks in door, – het is een triomfantelijkheid, die met de dagelijkse overwinning van het licht op de duisternis correspondeert.

Dat het lied vol toespelingen op bijbelplaatsen zit, zou, dunkt mij, gemakkelijk aan te tonen zijn. Maar hun onopvallendheid en onnadrukkelijkheid behoort mijns inziens tot de grootste deugden van het lied, – daarom laat ik ze liever in het verborgene hun werk aan mij doen, dan ze mijzelf en u expliciet bewust te maken.

Auteur: Ad den Besten

NB: Ten opzichte van Liedboek voor de kerken gezang 377 zijn in het Liedboek de eerste, derde, zesde en zevende strofe opgenomen. Bovenstaande tekst is aangepast aan deze selectie.


Melodie

In zijn geprofileerde dansritmiek is de melodie van ‘Die güldne Sonne’ duidelijk beïnvloed door de stijl van het Italiaanse ‘Balletto’. Hét klassieke voorbeeld van zo’n ‘Balletto’ is de melodie van Liedboek 675 van Giovanni Gastoldi. Het markeert het begin van een nieuwe stijl in het kerklied, waarbij de componisten zich lieten inspireren door wereldlijke dansvormen.
Net als bij sommige melodieën van Johann Crüger (1598-1662) komen in Liedboek 211 ‘ter onderstreping van de evangelische vrolijkheid ... de voeten werkelijk van de vloer’ (Mudde 1977, blz. 86).
Het lied moet dan ook ‘lichtvoetig’ gezongen worden, met een accent op de eerste tel, een nevenaccent op de vierde, de overige noten licht en zwevend. Wie de tekst hardop leest, met aandacht voor de vele rijmwoorden, komt bijna vanzelf in het juiste zangritme!

Auteur: Wim Kloppenburg 

Literatuur

Willem Mudde, ‘Het kerklied van luthersen huize, muzikaal bezien’. In: Een compendium van achtergrondinformatie bij de 491 uit het Liedboek voor de kerken. Amsterdam 1977, 57-120.