Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

22a - God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten


Een eerste kennismaking

De tekst is Psalm 22,2-3.5-9 uit Vijftig psalmen, een psalmvertaling van Huub Oosterhuis en Michel van der Plas in samenwerking met Pius Drijvers en Han Renckens. 


Antwoordpsalm
50 Psalmen
Bernard Huijbers

Melodie

Bernard Huijbers’ toonzetting van Psalm 22 is het tweede deel van de gezangenserie ‘Liturgie voor Goede Vrijdag’ uit 1968. Deze bestaat uit:

  1. Beurtzang bij de kruisverering (‘Dit is het kruis…’, Gezangen voor Liturgie 595);
  2. De onderhavige Psalm 22, met de titel ‘Beurtzang I en II uit psalm 22’;
  3. Het beklag van God (‘Mijn volk….’, Gezangen voor Liturgie 499), en
  4. Het lied ‘Midden in de dood’ (tekst Muus Jacobse; melodie Rik Veelenturf, idem 496).

De zetting is voor vierstemmig gemengd koor, volkszang en orgel. De meerstemmigheid betreft enkel het refrein. Huijbers voorzag ook in een versie voor drie gelijke stemmen. ‘Beurtzang I en II’ betekent dat de componist het geheel in tweeën heeft gedeeld, namelijk de verzen 1-3 (Beurtzang I en vervolgens de verzen 4-6 (Beurtzang II), beide qua vorm bedoeld als graduale na twee lezingen welke op elkaar volgen.

De melodie is een voorbeeld van een voor Huijbers kenmerkende ‘dramatische’ melodievoering. Daaronder verstond hij geen dramatische tekst, ofschoon dit in deze psalm eigenlijk wel het geval is, of een tekst in de zin van het klassieke Griekse drama, maar in de geest van het Griekse woord draoo, dat ‘doen’ betekent, een vorm van geestelijke opera, waarin tekst en melodie volledig ineenvloeien. De melodie is tekst en andersom. Eventuele afstandelijkheid tussen deze twee componenten is geheel verdwenen. Zo ook in Psalm 22. Deze compositie komt daarom inderdaad indringend tot zijn recht rond het gezongen lijdensverhaal van Goede Vrijdag. Je hóórt Jezus’ angstschreeuw en zijn gevoel van Godverlatenheid aan het kruis.

De eerste drie noten van het refrein zijn al uiting van de klacht, welke daarna door de voorzang wordt overgenomen. Na het refrein, dat melodisch cirkelt rond de noot g’, geeft in het voorzangvers de reciteertoon b’ extra klank aan de klacht. Wie het aandurft deze psalm te zingen zal zich volledig moeten inleven in deze ‘dramatiek’. De voorzang zal dan ook bij voorkeur aan een solist moeten worden toebedeeld, hoewel dit door de componist niet staat voorgeschreven. Wel gaf hij lento (= langzaam, kwartnoot en in verzen kwartnoot met punt MM= ± 40) aan als tempo.

Twee praktische opmerkingen tot slot: in werken van Huijbers zal telkens gebruik dienen te worden gemaakt van de veelal uitgekiende (orgel)begeleiding, welke in dit geval de organist behoedt voor akkoordverschuiving op een verkeerd moment (bijvoorbeeld in de eerste regel van het eerste vers onder ‘overdag’) en het te vaak gebruiken van een akkoord in de grondligging.
Vervolgens is de melodie door de componist genoteerd in losse achtsten, in tegenstelling tot Liedboek, dat twee losse achtsten met elkaar verbindt tot een kwartnoot. Dit laatste is altijd door Huijbers vermeden (behalve in strofeliederen) omdat dan vaak – zeker visueel – twee lettergrepen oneigenlijk met elkaar worden verbonden. Zie bijvoorbeeld de inzet van Liedboek 22a: de komma in de tekst geeft een bijzondere articulatie aan: God – mijn God. In de puur declamerende stijl van dit gezang wordt op dit moment een kleine scheiding tussen ‘God’ en ‘mijn’ verondersteld. De zanger zal dan zeker de komma tussen de twee woorden laten horen, terwijl ze hem visueel door de aaneengesloten achtste noten boven boven de woorden kunnen verleiden ze aan elkaar te verbinden.

Auteur: Anton Vernooij

Literatuur
Bernard Huijbers, Door podium en zaal tegelijk – Volkstaalliturgie en muzikale stijl, Baarn 1969/1994.


Media

Uitvoerenden: Amersfoorts Vocaal Ensemble o.l.v. Gert Bremer; Jos Wilderbeek, cantor; Frans Haagen, orgel