Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

250 - Ik leg mij in uw hoede neer


ich liege, Herr, in deiner Hut

Jochen Klepper
Sytze de Vries
Fritz Werner

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 8’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

Dit is een vertaling van het bekende avondlied ‘Ich liege, Herr, in deiner Hut’ van Jochen Klepper. Hij werd vooral bekend door zijn 29 kerkliederen, geschreven tegen de achtergrond van het oprukkend nationaal-socialisme in Duitsland, dat uiteindelijk ook tot zijn zelfgekozen dood leidde. De schaduw van dit alles hangt ook voor ons nog boven zijn teksten, die veelal spreken van het zoeken naar Godsvertrouwen in de duisternis.

Dit avondlied is al eerder gedeeltelijk overgebracht naar de Nederlandse taal, door Ad den Besten (1923-2015). Hij beperkte zich tot vijf strofen, om het daarmee overzichtelijk en zingbaar te maken in vespers of avondgebed. Zijn vertaling werd in Zingend Geloven 2 opgenomen als nr. 139: ‘Heer, in uw hoede is het goed’.

De behoefte de dichter uit te laten spreken ligt ten grondslag aan deze nieuwe, nu integrale vertaling. De klassieke avondpsalm, Psalm 4, uit het getijdengebed (de completen), lag mede ten grondslag aan deze tekst: ‘In vrede leg ik mij neer’ (strofe 1), ‘want Gij laat mij wonen in een veilig thuis’; (strofe 3, in de Duitse tekst: ‘… und ich beschirmt und sicher wohne’).

Tegenover al diegenen, die macht bezitten of overvolle schuren, is er deze eenzame enkeling, die zich toch geborgen weet.

Juist de lengte van deze tekst maakt het mogelijk al zingend/biddend ‘alle leed dat zorgen baart’ (vers 4) en alle ‘hopen en verlangen’(strofe 5) los te laten en zich over te geven. Dat vraagt om vertrouwen, zelfs in een nog onbekende toekomst (strofe 6). De zorgen voor de dag van morgen tellen even niet meer in dit gevonden Godsvertrouwen. Klepper schrijft zelf in zijn dagboek over het avondlied (1938!): ‘Auf jeden Blick voraus, einen zurück!’. Ofwel hij durft de onbekende en vreesaanjagende toekomst aan te gaan, dankzij zijn al opgedane ervaringen met Gods bijstand (strofen 6, 7, 8 en 11). God heeft zich aan hem bewezen en hij vertrouwt er daarom op, dat dat weer zal gebeuren (strofe 9).


Melodie

Ritmisch gezien bestaat de melodie van Fritz Werner uit twee gelijke delen, elk met een staand en slepend slot (8-7-8-7). De eerste twee regels werken naar een hoogtepunt toe (d’’), de beweging van de melodie is opwaarts. De beweging van de laatste twee regels is daarentegen neerwaarts.
Het gepuncteerde ritme in beide delen is een dankbare vondst om de melodie enigszins te kruiden, ze krijgt hierdoor richting en reliëf. Opvallend zijn de twee halve noten die telkens klinken op een slepend slot. Werner voegt aan het einde van de tweede regel een zeskwarts maat in, en creëert daardoor een ademmoment.
Het lied is geschreven in de dorische modus en heeft een ambitus van een octaaf (d’- d’’).
Het tempo is ongeveer MM = 100 voor de kwartnoot.