Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

259 - Zend ons een engel in de nacht


Michel van der Plas
Thomas Turton
Tune: ELY

Tekst

Ontstaan

Op verzoek van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging (vereniging voor liturgische muziek in de Rooms-Katholieke Kerk) schreef de dichter Michel van der Plas (1927-2013) drie bundels Evangelieliederen bij de zondagen volgens het driejarige leesrooster dat in de Rooms-Katholieke Kerk wordt gebruikt (Baarn respectievelijk 1994, 1996 en 1997). Elk deeltje bevat liederen bij de evangelielezingen voor verschillende zondagen uit elk van de drie jaren. In totaliteit is voor elke zondag een lied beschikbaar, de drie deeltjes bevatten gezamenlijk 144 liederen. Al iets eerder verschenen in twee deeltjes enkel de teksten: De man van Nazareth en Nieuws van God (Tielt/Baarn resp. 1992 en z.j.).
In het ‘Klein voorwoord’ in elk deel schrijft de dichter: ‘In de liturgievieringen op zondag bleek behoefte te bestaan aan liederen, waarin herinnerd wordt aan de evangelieperikoop van de dag. (…) Ze zouden iets meer moeten doen dan het verhaal opnieuw vertellen; (…) idealiter zouden zij een gelovige reflectie moeten vormen op de Bijbelse handreiking’ (blz. 7).
Het zijn in het algemeen liederen voor beperkt gebruik op één enkele zondag. Ook de poëtische gelaagdheid van de teksten is vaak maar beperkt. De dichter geeft daarvoor als reden aan: ‘daar zij door de aanwezige gelovigen gezongen zouden worden, dienden zij eenvoudig van taal te zijn, melodieus, gemakkelijk in het gehoor liggend’ (idem, blz. 7).
Enkele liederen tonen meer poëtische diepgang en zijn ruimer toepasbaar dan op de enkele zondag waarvoor het lied geschreven is. Uit de drie bundeltjes selecteerde de liedboekredactie twee liederen: naast Liedboek 259 ook Liedboek 855: ‘Hem even aan te mogen raken’.

Inhoud

Michel van der Plas schreef dit lied bij het evangelie van de vierde zondag in de advent in het A-jaar, Matteüs 1,18-24, waarin een engel aan Jozef in een droom verschijnt en hem aanspoort de zwangere Maria als vrouw toch zich te nemen.
De dichter vertelt het verhaal niet na, maar legt het accent op de boodschap van de engel aan de in verwarring verkerende Jozef. Elke strofe begint met de woorden ‘Zend ons een engel…’, in de vierde strofe gevarieerd tot ‘Zend ons in hem…’.

Strofe 1

Met de openingszin van de eerste strofe, ‘Zend ons een engel in de nacht / als alles ons een raadsel is…’, raakt de dichter meteen de kern van het lied: een mens zoekt naar zekerheid in tijden van duisternis. Het woord ‘nacht’ kan als een metafoor worden verstaan voor tijden van onzekerheid. In de eerste strofe verwoordt de dichter dat die zekerheid ontbreekt: ‘als ons de zekerheid en kracht / ontvallen in de duisternis’.

Strofe 2

De tweede strofe vraagt om zorgvuldige lezing. Het woordje ‘dat’ in regel 2 is cruciaal om de betekenis te verstaan. Dat woordje verwijst naar ‘ieder uur’ in regel 1: het moment dat een mens ervaart van God verwijderd te raken. Deze ervaring wordt sterker als er onzekerheid is over de weg die een mens moet gaan. Misschien is dat laatste door de dichter iets te sterk als voorbestemming verwoord: ‘wanneer wij voor de blinde muur / van uw geheime plannen staan’. Een blinde muur is een muur zonder opening. Maar ‘blind’ is ook weer een woord uit het taalveld van nacht en licht: het licht ontbreekt.

Strofe 3

Tegenover de duisternis die in de eerste twee strofen centraal staat, staat het licht in het tweede deel van het lied.
In de derde strofe wordt de engel in de nacht uit strofe 1 tot een engel van het licht. Het is de engel die troost brengt. Die troost is het vergezicht ‘Emmanuel’. Het woord ‘vergezicht’ is een mooi contrast met het woord ‘blind’ in strofe 2.
De dichter refereert aan het slot van strofe 3 aan Matteüs 1,23, waar Jesaja 7,14 wordt aangehaald: ‘De maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven, wat in onze taal betekent ‘God met ons’’.

Strofe 4

Nog op een andere manier contrasteren het eerste en het tweede deel van de liedtekst met elkaar: tegenover het duistere uur dat een mens van God vandaan wil ontvoeren (strofe 2) staat de zekerheid dat God ons zelf bezoekt (strofe 4), de omgekeerde beweging. Het woord ‘zekerheid’ uit strofe 1 keert hier terug, maar nu wordt het in positieve zin gebruikt: ‘Zend ons in hem de zekerheid / dat U ons zelf bezoeken zult…’.
Regel 3 van deze strofe lijkt een eschatologisch perspectief aan te geven. ‘… en bij ons wonen in de tijd’ kan als een verwijzing naar Openbaring 21,3 worden gelezen, waar wordt gesproken over de heilige stad als Gods woonplaats onder mensen.
De slotregel van strofe 4 staat enigszins los van het geheel, maar is wel een mooie gedachte, zeker in de adventstijd: ‘leer ons wachten met geduld’.


Melodie

Alle liederen in het eerste deeltje van Evangelieliederen werden op muziek gezet door Louis van Dijk (1941-2020). De melodie die hij schreef bij deze tekst wilde de redactie niet overnemen.
De tekst is geschreven in long metre, vier regels met elk acht lettergrepen (8-8-8-8). In Engelse hymnals komen veel liederen in dit metrum voor. Er was dus keuze genoeg. De muziekcommissie van de liedboekredactie vond de melodie ELY van Thomas Turton (1780-1864) goed passend.
De naam van de melodie doet vermoeden dat Turton deze schreef in de jaren dat hij bisschop was te Ely (1845-1864).
Wat de verspreiding van de melodie betreft zien we een opvallende golfbeweging. In het laatste kwart van de negentiende eeuw en het eerste kwart van de twintigste eeuw komt de melodie in diverse liedboeken in Engeland en Noord-Amerika voor bij veel verschillende teksten. Een van de eerste publicaties met deze melodie is in Church Hymnary with Tunes (1874), waarvoor de componist Arthur Sullivan (1842-1900) de redactie verzorgde. Ook komt de melodie enkele keren voor in The Church Hymnary (1902), bestemd voor de anglicaanse kerken van Schotland, Ierland, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Van deze uitgave was de componist John Stainer (1840-1901) de muziekredacteur.
Na het begin van de twintigste eeuw verdwijnt de melodie uit de belangstelling om in de laatste decennia weer in Engelstalige liedbundels terug te keren, onder andere in Hymns and Psalms (1983) van de Methodist Church, The New English Hymnal (1986), Common Praise (2000) en The Irish Presbyterian Hymn Book (2004) .
Opvallend is dat ook in de meer recente uitgaven de melodie bij steeds weer andere teksten wordt geplaatst. Het is dus een dankbare leenmelodie.

Het eerste deel van de isometrische melodie verloopt hoofdzakelijk in secundeschreden, met alleen enkele tertssprongen (in regel 1: b’-g’ en g’-e’ en in regel 2 nogmaals b’-e’). Het tweede deel van melodie kenmerkt zich juist door grote sprongen. Regel 3 begint al meteen met een octaafsprong (d’-d”), in regel 4 valt de sextsprong op (d’-b’). Tussen deze twee grote intervallen komen nog een kwintsprong en twee kwartsprongen voor.
In de tweede regel moduleert de componist naar de dominanttoonsoort, om in de derde regel meteen weer in de grondtoonsoort terug te keren (de cis in de begeleiding is weer een c; zie de zetting van de componist in de koor- en begeleidingsuitgave).


Liturgische bruikbaarheid

Uiteraard is het lied te zingen op de vierde adventszondag in het A-jaar als Matteüs 1,18-24 de aangewezen evangelielezing is. Het is ook goed toepasbaar bij perikopen uit Lucas 1 waarin een boodschap van de engel Gabriël aan de orde is, zoals Lucas 1,5-25 over de aankondiging van de geboorte van Johannes aan Zacharias, en Lucas 1,26-38 over de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria (vierde adventszondag in het B-jaar).
Hoewel de dichter het lied als adventslied schreef, was de liedboekredactie van mening dat het meer een avondlied is. Het woord ‘nacht’ is een metafoor voor alles wat nog duister is, ‘alles wat ons een raadsel is’. Daarom kan het lied ook goed functioneren in tijden van onzekerheid en bij ziekte.

Auteur: Pieter Endedijk


Media

Video: 'O God, Thy Loving Care for Man' op de melodie ELY, gezongen door The Choir of Ely Cathedral o.l.v. Paul Trepte