Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

290 - Licht van Pasen, zondagslicht


Canon
Erik Idema
Christiaan Winter

Melodie

De canon ‘Licht van Pasen, zondagslicht’ heeft dezelfde toepassingsmogelijkheden als Liedboek 284: om te zingen als de kinderen met het licht ontstoken aan de paaskaars de kerkruimte verlaten om naar hun eigen viering te gaan. De tekst werd geschreven voor de methode Kind op Zondag en is in het bijzonder bedoeld voor het moment dat kinderen met het licht van de paaskaars naar hun eigen ruimte gaan. Dat licht van paaskaars brandt elke zondag, daarom wordt het ‘zondagslicht’ genoemd. Elke zondag is een paasdag, een dag van de opstanding. Het is aardig als de woorden van de derde regel letterlijk worden genomen: het kind dat het licht draagt, loopt voorop en wijst met dit licht de weg.
De melodie van de canon werd nieuw geschreven voor het Liedboek. Het openingsmotief (f’-a’-bes’-c” of do-mi-fa-sol) roept bewust reminiscenties op aan andere liederen voor de paastijd, zoals Liedboek 611 (‘Wij zullen leven, God zij dank), 648 (‘Zing halleluja, hemel en aarde, zing’) en 655 (‘Zing voor de Heer een nieuw gezang’).
Elke melodieregel, met uitzondering van de derde, bestaat uit een stijgend en dalend motief of omgekeerd. Over het slotmotief in de vierde regel schreef de componist: ‘De opspringende kwint aan het slot verklankt de gretigheid waarmee de kerk de Opgestane wil volgen – of daartoe door het zingen van dit lied wordt aangezet.’
De canon kan door gelijke stemmen (kinderen) of door gemengde stemmen gezongen worden, onbegeleid of met begeleiding. Een begeleidingsmodel voor orgel is opgenomen in de begeleidingsuitgave bij het Liedboek. De akkoordsymbolen bieden mogelijkheden om met andere instrumenten de canon te begeleiden.

Zie voor een algemene toelichting het overzichtsartikel De canon.

Auteur: Pieter Endedijk