Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

303 - Zonne en maan


Een eerste kennismaking

Dit is een eenvoudig lied uit Zweden, waarvan de tekst geschreven werd door Britt G. Hallqvist. Naast kerkliederen schreef ze is vooral kinderboeken en vertaalde ze klassieke literatuur in het Zweeds.
De tekst heeft een trinitarische opbouw, maar blijft licht van toon. De eerste strofe is een lofzang tot God als de Schepper, de tweede strofe is gewijd aan Jezus, de derde strofe is tot de Geest gericht.
Het lied kent heel korte regels, waarbij de laatste drie regels als een soort refrein klinken, vanwege de in elke strofe terugkerende woorden: ‘wij danken U, / wij prijzen U, / wij zingen uw heilige naam’.
Even eenvoudig als de tekst is de melodie van Egil Hovland. Hij schreef een groot aantal composities voor kerkelijk gebruik. De melodie is vloeiend en voor kinderen goed mee te zingen. In Noorwegen wordt dit lied vaak als glorialied gezongen in diensten met kinderen.

Auteur: Pieter Endedijk


Måne och sol

Het ordinarium in het Liedboek
Britt G. Hallqvist
Andries Govaart
Egil Hovland

Tekst

Ontstaan en verspreiding

Dit lied van Britt Hallqvist en Egil Hovland is in Zweden en de rest van Scandinavië een populair lied. Zij schreef het in 1974. Het lied kreeg een plaats in Den Svenska Psalmboken, het gezangboek van de lutherse kerk in Zweden (1986, nr. 21) en daarna in een vertaling van Arve Brunvoll in het Noorse gezangboek Norsk Salmebok (1985, nr. 943), in een vertaling van Anna-Maija Raittlla in het Finse gezangboek Virsikirja (1986, nr. 135) en in een vertaling van Holger Lissner in het Deense gezangboek Den Danske Salmebog (2005, nr. 13).

Thematiek, vorm en inhoud

Het lied is een trinitarisch loflied. De woordkeuze is eenvoudig, maar wel fris, aansprekend en zeker niet kinderachtig, al is het oorspronkelijk als kinderlied bedoeld. Zeker bij de eerste twee coupletten bleef vertaler Andries Govaart dicht bij de oorspronkelijke Zweedse tekst. De tekst van het derde couplet over de heilige Geest is iets vrijer vertaald.

In de eerste strofe wordt God als Schepper van hemel en aarde geprezen. Hij maakte alle dingen die er zijn: de zon en de maan, water en wind, bloemen en kinderen, kortom al het mooie dat er is. Alle reden om de Schepper te danken! God wordt hier niet als Vader aangeroepen of als Almachtige, maar alleen als Schepper.
Het lofprijzende gedeelte komt als een refrein terug ook bij de tweede en derde strofe: ‘wij willen U danken, / wij danken U, / wij prijzen U, / wij zingen uw heilige naam.’ In plaats van ‘Schepper’, ‘Jezus’ en ‘Trooster’ heeft het Zweedse origineel hier overigens steeds: ‘Heer’.

In de tweede strofe komt Jezus als Zoon van God ter sprake. In een mini-geloofsbelijdenis wordt alles gezegd. Hier wordt het leven, het sterven en de opstanding van Jezus verwoord: Hij leefde en Hij stierf én Hij leeft vandaag nog steeds onder ons.
Opvallend is wellicht dat Jezus hier dan ook met zijn ‘roepnaam’ wordt geprezen: ‘Jezus, wij danken U, Jezus wij prijzen U’. Dat geeft een bepaalde nabijheid aan, meer dan bijvoorbeeld ‘Christus, wij prijzen U’, of ‘Heer, wij prijzen U’, zoals in de Zweedse tekst.

In de derde strofe is er iets meer afstand ten opzichte van de oorspronkelijke tekst, die vertaald luidt: ‘De Geest, onze troost, / levend en warm / en heilig en sterk, / spreekt van God, / steunt ons en draagt / dag na dag.’ Dat de Geest heilig is en Gods Woord spreekt en uitlegt, is weggevallen in de vertaling. Je zou – al voert het misschien wat ver – kunnen stellen dat in de tekst van Govaart de Geest iets dichterbij is gekomen dan Hallqvist verwoordde: iets dichterbij, en iets minder ‘heilig’.
De Geest brengt genezing, vuur, kracht en troost. In de lofprijzing wordt de Geest als Trooster aangeroepen.

In alle drie strofen is er eerst een omschrijving van het werk of de functie van de Schepper, de Zoon en de Geest, aansluitend is er de lofprijzing. In het eerste, beschrijvende deel valt op dat het niet zozeer (heils)historie is: ‘God heeft alles geschapen’ of ‘Christus is voor ons gestorven’ of ‘de Geest is uitgestort’, maar door de woordkeuze wordt het accent juist op het heden getrokken. Wij beleven nú God als Schepper van ‘de’ bloem en ‘het’ kind, dus van alle bloemen en alle kinderen, et cetera die wij nu zien.
Zo is het ook in de tweede strofe: Hij leeft vandaag, hier onder ons. Het gaat er niet (alleen) om dat tóen de Heer is opgestaan, nee, Hij leeft nú. Voor de Geest geldt dit natuurlijk niet minder: het is de Geest die ons troost, levend nabij is, dag in, dag uit.
Dat is de grootste charme en kracht van dit lied: het zijn geen afstandelijke ‘artikelen’ uit de geloofsbelijdenis, maar de drie-ene God is aanwezig en werkzaam in het heden.

De regels zijn kort en veel woorden zijn éénlettergrepig. Dat geeft een krachtig ritme, zonder dat er nog eindrijm nodig is; het ritme is bepalend, dit natuurlijk in combinatie met de melodie.

Liturgische bruikbaarheid

Het lied is opgenomen als glorialied, maar kan ook heel goed gebruikt worden als geloofsbelijdenis, bijvoorbeeld in de tijd van Trinitatis.
Het lied is heel geschikt in diensten die gericht zijn op kinderen of diensten met mensen met een verstandelijke beperking. In verband met het trinitarische karakter is het ook mooi voor een doopdienst.

Auteur: Kees Baggerman