Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

328 - Gij wacht op ons


Huub Oosterhuis
Bernard Huijbers

Melodie

Bijzondere muzikale tekstexpressie

Op het eerste gezicht doet dit gezang wat vreemd aan met zijn ingewikkelde ritme, zijn niet minder ingewikkelde melodie, en zijn gregorianiserende vocalises. Bij nadere bestudering blijken deze muzikale elementen op een speciale manier de verhouding woord-toon te bepalen. De eenheid tussen tekst en melodie is niet alleen hecht, ook is er sprake van een bijzondere vorm van toonschildering. Tenslotte is ‘Gij wacht op ons’ een mooi voorbeeld van muzikale tekstmeditatie.

De melodie volgt al declamerend de tekst van Huub Oosterhuis (*1933). Aanvankelijk (‘Gij wacht … voor U’) is zij laag en meditatief. De lange notenreeks op ‘U’ ademt een sfeer van bezinning op de zojuist gezongen tekst. Aan ‘opengaan voor U’ is door componist Bernard Huijbers (1922-2003) melodisch vorm gegeven met een bescheiden opleving van de melodie. In een volgende fase (‘Wij wachten … ontvankelijk maakt’) veert zij eerst groots op, ons eigen wachten op Gods woord brengt ons in beweging, om vervolgens het ‘ontvankelijk maakt’ melodisch weer te verklanken in de sfeer van het ‘opengaan voor U’.

Hoewel het melodisch hoogtepunt nu al bereikt is volgt in het laatste deel (vanaf ‘Stem ons af…’) het eigenlijke hoogtepunt waarin de melodie bewust weer bescheiden geworden is. In dit deel staat niet de Heer centraal, maar de nederig geworden mens, die beseft dat de Heer, zoals eens de profeet Elia overkwam, enkel tot hem spreekt in de stilte, in stille verwachting (1 Koningen 19,12; Statenvertaling). De componist herhaalt hier veelbetekenend de notenvocalise welke ook al geklonken had boven ‘totdat wij opengaan voor U’.

De verklanking van deze meditatieve en bezonnen tekst ademt een sfeer van nederig en bijna huiverend wachten op elkaars antwoord. Deze wederzijdse afwachtende houding – Hij ‘wacht op ons totdat wij opengaan voor U’, wij wachten op zijn woord ‘dat ons ontvankelijk maakt’ – wordt misschien treffend verbeeld op een fresco van de vijftiende-eeuwse schilder Fra Angelico (±1395-1455) in het San Marco-klooster in Florence. Afgebeeld staat de aankondiging van de geboorte van de Heer op het moment waarop de engel Gabriël als boodschapper van de Heer aan Maria zijn woord heeft gegeven. Maria zit in een houding van huiverende en nederige ontvankelijkheid. Op zijn beurt wacht de engel vol stille verwachting op het antwoord van Maria.

 Fra Angelico (±1400-1455), Annunciazione (Florence 1442-1443)

De wederzijdse verwachting wordt met name fraai verklankt in de vocalises. Het is puur melodie, ingezet als articulatie van dit wachten, als woordeloze expressie ervan.

Verweven met andere gezangen

Aangezien ‘Gij wacht op ons’ in 1980 werd toegevoegd aan de bundel Liturgische Gezangen voor de viering van de eucharistie van de Amsterdamse Werkgroep voor Volkstaalliturgie zal het tegen het einde van de jaren ’70 ontstaan zijn. Bernard Huijbers vertelde in een privégesprek het gemaakt te hebben samen met ‘Het woord dat ik u heden geef’. Zie nr. 235 van genoemde bundel. De tekst daarvan lijkt een antwoord op het ‘Wij wachten op uw woord’ van Liedboek 328: ‘Het woord dat ik u heden geef is niet te zwaar voor u, het ligt niet buiten uw bereik’.

 Liturgische Gezangen I, nr. 235 (tekst: Huub Oosterhuis; muziek: Bernard Huijbers)

Gezien de sterke tekstuele, melodische en ritmische overeenkomst heeft Huijbers zich vermoedelijk voor Liedboek 328 mede geïnspireerd op ‘Kanon ‘Dan nog’ naar psalm 13’, waarvan de eerste tekstversie werd gepubliceerd in de bundel Zien soms even (Bilthoven 1972, blz. 33) van Huub Oosterhuis: ‘Dan nog klamp ik mij vast aan jou of je wil of niet, op ongenade of genade …’ Zie de bundel Liturgische Gezangen nr. 168:

 Liturgische Gezangen I, nr. 168 (tekst: Huub Oosterhuis; muziek: Bernard Huijbers)

Was ‘Gij wacht op ons’ daarop opnieuw een antwoord, nu de reactie van de geestelijk gerijpte mens?

Uitvoering

Het tempo moet volgens de aanduiding bij de eerste regel ‘rustig’ zijn. Inderdaad verdient dit gezang een rustige, kalme en tot verstilling nodigende uitvoering. Het is duidelijk niet voor de gemeente geschreven, maar voor de cantorij zoals dan ook in genoemde Amsterdamse zangbundel wordt gesuggereerd. Wel – staat er – kan de gemeente het eventueel herhalen.

Ziehier ook de verklaring van het toch wel moeilijke muzikale ritme, dat niet drie-, maar tweedelig is. Een maat kent in deze melodie geen onderverdeling in drieën, met bijvoorbeeld in de eerste maat triolen (drie gelijke noten in één tel), welke er niet zijn. De notatie in Liedboek met de drie aaneengesloten noten boven ‘totdat wij’ zou die indruk kunnen wekken. Met als gevolg dat ook ‘wacht op’ als triool wordt opgevat. Consequentie hiervan is het gevaar van een ietwat wiegende zang, zeker in combinatie met het kalme tempo. De melodie is echter opgebouwd uit eenheden van vier kwartnoten, gemodelleerd op de tekst. In genoemd voorbeeld duren de drie noten boven ‘totdat wij’ daarom niet één, maar anderhalve tel. Daardoor wordt de aandacht van de zangers bewust gericht op een juiste muzikale declamatie van de tekst, meer dan naar een mooie uitvoering van de melodie. We hebben hier immers van doen met een letterlijk sprekende melodie, meer nog, met verkondiging in klank.

Auteur: Anton Vernooij


Media

Uitvoerenden: koor van de Amsterdamse Studentenekklesia en/of koor voor Nieuwe religieuze muziek