Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

352 - Jezus, meester aller dingen


Een eerste kennismaking

Dit lied schreef Tom Naastepad bij het evangelie over de storm op het meer, Matteüs 8,23-27. Het lied is meer dan een schriftberijming van dit bijbelgedeelte: een leerdicht waarin de verhalen over water aan de orde komen. Niet alleen komt het genoemde evangelie ter sprake, we zingen ook over Mozes die gered werd door het water, de Farao die ten onder ging in het water en Jona die uit de diepte van het water riep en werd gered. Daarmee wordt feitelijk de kern aangeduid: leven gevend water én leven bedreigend water als contrast. De vijfde strofe is de kern van het lied, waarin die twee betekenissen worden samengevat. Dit dubbele beeld komt samen in de doop en daarom heeft dit lied een plaats gekregen in de rubriek doopliederen. De doop is een paasbeeldspraak. Daarom staat in deze strofe: ‘Gij hebt, uit de dood verrezen, / ’t boos getij terecht gewezen’.
Van Tom Naastepad weten wij dat hij zijn teksten schreef op bestaande melodieën, waarbij de oude melodie de nieuwe tekst betekenis gaf. Deze woorden werden geschreven op de melodie van het kerstlied Quem pastores laudavere (Liedboek 468). Deze associatie is ons wellicht vreemd, maar in Engeland is de melodie bekend bij een lied voor zeelieden.

Auteur: Pieter Endedijk


Jezus, Jona en het lot

Tom Naastepad
14e eeuwValentin Triller
Quem pastores laudavere

Tekst

Deze toelichting bij de liedtekst is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

Gedachtig aan het evangelieverhaal van de storm op zee (Matteüs 8,23-27) en het verhaal van Jona daarbij lezend, schreef Tom Naastepad zijn ‘Lied van Jezus, Jona en het lot’. Hij publiceerde het in Op de dorsvloer (Hilversum 1964), een boek met ‘toespraken en nieuwe liederen uit het leerhuis’. Het lied heeft dan ook iets van een leerdicht, het mediteert als een rabbijn over de verhalen uit de Schrift, het rijgt de beelden tot een snoer.

De wijs, waarop dit lied werd geschreven, ‘is van Duitse oorsprong uit de 14e eeuw, een wiegelied dat in de kersttijd past’. Het is de melodie van Quem pastores laudavere (zie Liedboek nr. 468 en nr. 472), die in The English Hymnal wordt gebruikt voor een lied over de zee. Het water, als de storm op zee voorbij is, wiegt ons als een moeder, tekent Naastepad aan, en hij vervolgt: ‘Geloof weet van storm op zee, zo goed als het weet van de vredesvogel boven het gedweeë water in den beginne (Op de dorsvloer, blz. 267-268).

Dit lied is dan ook zeer geschikt om bij de Doop te zingen, al werd het dus oorspronkelijk geschreven met het oog op de (eventuele) vierde zondag na Epifanie.

Auteur: Willem Barnard


Melodie

De melodie van Adriaan C. Schuurman (1904-1998) die bij deze tekst in het Liedboek voor de kerken staat, is in het Liedboek niet opgenomen. In plaats daarvan is gekozen voor de melodie waarop Naastepad zijn tekst schreef. Zie Liedboek 468.


Media

Video: Liedboek 352 door zangers Dorpskerk Eelde; Vincent van Laar, orgel (strofen 1, 2, 7)