Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

354 - Jouw leven staat aan het begin


Dooplied

Hanna Lam
Wim ter Burg

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 2’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

In dit dooplied is de kleine dopeling de aangesproken persoon, wat vooral de kinderen in de gemeente plezierig zullen vinden. Dit refreinlied is dan ook op hen aangelegd. De naam van de dopeling wordt verbonden met en bevestigd in de naam van de drie-enige God. In het refrein is de Here God de aangesproken persoon: ‘O Heer, bevestig ons bestaan, / noem ons bij onze naam’ en dat is dan een gebed, dat de gehele gemeente op de lippen neemt.

In de strofen gaat het, zoals gezegd, om het kind dat gedoopt wordt. ‘Jouw leven staat aan het begin’ (strofe 1), onbekend en ‘zo weerloos’. ‘Jij weet nog niet wat leven is’ (strofe 2), nog niet ‘van ondergang en gloria’. ‘Jij huilt nog van verwondering’ (strofe 3), maar je hoort er wel bij, ‘in onze kring’. En daarom is het water van de doop een teken. ‘Dat teken is een heilgeheim’ (strofe 4), teken van de nabijheid van God, ‘omdat Hij je bij name kent’. Door die nabijheid, dat bondgenootschap van God krijgt het menselijk leven zin en zicht: ‘Zo komt jouw leven aan het licht’ (strofe 5).

Het tweeregelige refrein verbindt deze vijf strofen in een simpel rijmschema van vier regels: A-A-B-B met staand rijm (‘is’ – ‘gemis’, ‘klein’ – ‘zijn’, ‘licht – ‘zicht’).


Melodie

Wim ter Burg gebruikte voor dit lied de dorische modus; ditmaal niet – zoals hij veelvuldig doet – die van d, maar, in samenhang met de lichtere toets van de tekst, die van e. Al meteen in de eerste regels komt het rijmschema in de melodie tot uitdrukking: A-A-B-B. Zoals in de tekst de eerste regels elkaars synoniem lijken te zijn, zo ondersteunt de melodie met een herhaling deze gedachte. Voor de basisnoties van de tekst gebruikt Ter Burg ook basisgegevens in de muziek: de eerste regels zijn gebouwd in het spanningsveld van dominant en tonica. De toevoeging ‘het is zo weerloos en zo klein’, op de topnoot van het lied, krijgt vooral uitdrukking door de gebruikmaking van het kleine secunde-interval b’-c”. Door de diepe do-functie in de slotregel toe te passen, die – stijlkenmerk van de componist – sprongsgewijs bereikt wordt, versterkt hij de betekenis van ‘je weet nog niet hoe het zal zijn’. Het tweedelige ritme in de regels is in wezen gelijk. Wim ter Burg merkt hierover op: ‘Het was mijnerzijds een poging een (ritmisch) eigentijdse melodie te scheppen, die oud en jong op spontane manier zou activeren.’ Waarvan acte! De melodie stamt uit 1965-1966.

Het refrein begint met een herhaling van de eerste regel, waarna een halve rust volgt. De tweede en laatste regel van het refrein bevat ritmisch de enige syncope van het lied, waardoor het accent op ‘ons’ komt te liggen – een nogal basale bevestiging van de gedachte dat wij allen als het ware opnieuw meegedoopt worden of daar tenminste aan herinnerd worden. Melodisch is deze regel een herinnering aan de slotregel van de strofe.


Media

Uitvoerenden: Koorklas van de Buitenschoolse Koorschool Utrecht en Vocaal Theologen Ensemble o.l.v. Hanna Rijken; Sebastiaan ’t Hart, piano; Hanna Rijken, fluit