Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

424 - Verzadigd de honger


Een eerste kennismaking

De tekst van deze gezongen dankzegging schreef Sytze de Vries voor de liturgische praktijk van de Oude Kerk in Amsterdam, toen een jaar lang uit het Johannesevangelie werd gelezen. Typerend voor dit evangelie zijn de ‘Ik-ben’-woorden van Jezus: ‘Ik ben het brood dat leven geeft’ (Johannes 6,35; strofe 1); ‘Ik ben het levend water’ (naar Johannes 4,10; strofe 2); ‘Ik ben het licht voor de wereld’ (Johannes 8,12; strofe 3); ‘Ik ben de goede herder’ (Johannes 10,11; strofe 4); ‘Ik ben de ware wijnstok’ (Johannes 15,1; strofe 5) en ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ (Johannes 14,6; strofe 6).
Het eerste deel van elke strofe is bestemd voor voorzanger of koor, waarbij er zorgvuldige aandacht moet zijn voor de tekstplaatsing, de laatste regel is steeds voor de gemeente. In die regel klinkt het ‘Ik-ben’-woord.
Dit liturgisch gezang was bedoeld als dankzegging na de Maaltijd van de Heer. Maar als dat sacrament niet gevierd wordt, kan dit gezang gebruikt worden als gezongen dankgebed bij de gebeden. Want ook dan mag klinken dat Jezus het brood des levens is!

Auteur: Pieter Endedijk


Sytze de Vries
Willem Vogel

Tekst

Deze toelichting bij de tekst is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 8’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. De toelichting bij de melodie is nieuw geschreven voor dit compendium.

Het evangelie naar Johannes kent de zogenaamde ‘Ik ben’-woorden; beeldende uitspreken in Jezus’ mond over zichzelf. ‘Ik ben het brood dat leven geeft’ (6,35); ‘Ik ben het licht voor de wereld’ (8,12 en 12,46); ‘Ik ben de goede herder’ (10,11); ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven (14,6); ‘Ik ben de ware wijnstok’ (15,1); ‘Ik ben de opstanding en het leven’ (11,25) en ook schenker van water dat eeuwig leven geeft (4,14).
In het jaar dat in de Oude Kerk te Amsterdam wekelijks uit dit evangelie werd gelezen, ontstond deze tekst als dankzegging na de Maaltijd van de Heer. Elk van de Ik-ben-beelden werd nader uitgewerkt in een korte tekst. Zo wil bijvoorbeeld brood de honger stillen, wil water de dorst lessen en licht het donker verdrijven. Het koor (of desnoods een solostem) zingt als recitatief deze omschrijvende ‘effecten’, waarna allen afsluiten met een exclamatie, die tevens een acclamatie is, en waarin Christus bij het Johanneïsche beeld zelf wordt aangeroepen.


Melodie

Tekst en muziek van dit liturgisch gezang werden niet in elkaars directe samenhang geschreven; de tekst komt al voor in Amsterdamse Katernen 1 (1990), terwijl de complete compositie – pas – is opgenomen in Amsterdamse Katernen 10 (augustus 1992). Vervolgens keert het lied – een toon hoger – terug in Zingend Geloven 8 (2004, nr. 74) alvorens het – weer op de originele hoogte – wordt opgenomen in het Liedboek. Het is Willem Vogel gelukt de in aantal lettergrepen steeds wisselende tekst in een melodische mal te drukken. Bij minder lettergrepen worden eenvoudigweg de bijbehorende noten weggelaten, zodat er tevens een metrische diversiteit ontstaat tussen de verschillende strofen.

De melodie van de drieregelige strofen en het daaropvolgende keervers is uiterst basaal te noemen; ze is in feite gemaakt op een van de meest rudimentaire melodische structuren, slechts gebruikmakend van een kleine terts en een grote secunde – zoals dat bijvoorbeeld ook in veel ‘driegeluien’ (drie kerkklokken) te horen is. De melodie beweegt zich steeds ruim boven grondtoon c’, waardoor de melodie als geheel het karakter heeft van een uitbundig recitatief. De ritmische invulling in halve noten en kwartnoten voegt daar een hymnische component aan toe.

Hoewel ook die zeer basaal is, ontleent het gezang een groot deel van zijn kracht aan de meerstemmige invulling. De kordate afwisseling tussen de mineurakkoorden van c en g in de herhaalde eerste regel, krijgt in de derde regel een milde toon door uit te wijken naar Bes-majeur. Daarna neemt de gemeente de wijs over in de bijna berustende klank van het sextakkoord op Es-majeur. Heel terloops verwijst het slot van het refrein – melodisch, maar vooral harmonisch – terug naar de derde regel.

De beknoptheid van de tekst maakt in combinatie met de zangwijs van het gezang een feestelijk vraag- en antwoordspel. Het lied dient met ‘gewicht’ gezongen te worden, niet te vluchtig. Het tempo zal derhalve de 66 halve noten (132 kwartnoten) per minuut niet te boven gaan.

Auteur: Christiaan Winter


Media

Uitvoerenden: Sweelinckcantorij o.l.v. Willem Vogel; Nico Verrips, orgel