Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

447 - Het zal zijn in het laatste der tijden


De tempelberg

Jan Wit
Frits Mehrtens

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

In mijn bundel Ministeriale (Haarlem 1966, blz. 31) draagt dit lied de titel ‘De Tempelberg’. Het gaat om de verhoging en de verheerlijking van de tempelberg in ‘het laatste der dagen’, dat wil zeggen aan het eind van de geschiedenis. Hierbij zij echter opgemerkt dat men reeds in oud Israël altijd sprak van ‘opgaan naar de tempel’, al lag deze lang niet op het hoogste punt van Kanaän.
Strofe 1 is een weergave van Jesaja 2,2-3a; strofe 2, die aanvankelijk naar het begin teruggrijpt, is verder een weergave van de verzen 3b-4a; strofe 3 geeft de rest van vers 4 weer.
Ook deze stralende profetie van gerechtigheid en vrede zullen wij niet op eerlijke wijze in de mond kunnen nemen wanneer wij niet bezield zijn door een vruchtbaar verlangen naar nieuwe verhoudingen tussen de mensen en de volken en wanneer wij niet bereid zijn aan de realisering daarvan mee te werken.
Taal en stijl van het Hebreeuwse origineel deden mij ook hier zoeken naar een wat beweeglijker maatslag en strofevorm dan wij in het algemeen in de psalmen en gezangen tegenkomen.

Auteur: Jan Wit


Melodie

Liedboek 447, wat de toonpartner betreft, geboren uit de praktijk van de Amsterdamse Nocturnen. Ik herinner mij een bezorgdheid inzake de ‘lange’ regels, het aantal lettergrepen is namelijk 10-12-10-12-10-10, terwijl het rijmschema de verhouding a-B-a-B-c-c uitwijst, oppervlakkig gezien.
De smidse-in-hope uit de derde strofe bracht mij op het martellato-ritme; dat opende de mogelijkheid tot een eenvoudige melodische vormgeving en zo ontstond een melodie, die deze tekst van Jan Wit aanstonds zingbaar maakte voor de Nocturnegemeente.
Dat het lied later hartelijk is opgenomen in de proefbundel van de Doopsgezinden, heb ik voor mijzelf in verband gebracht met het feit, dat ik op zestienjarige leeftijd organist werd van de Doopsgezinde Gemeente van Twisk en Abbekerk (elke zondag 32 km fietsen!), maar zeker weten doe ik dat niet.

Auteur: Frits Mehrtens


Media

Uitvoerenden: Sweelinckcantorij o.l.v. Christiaan Winter; Willem Vogel, orgel