Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

449 - In de duisternis verwachten wij het licht


Jan Willem Schulte Nordholt
Wim Ruessink

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 5’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

De bekende, klassieke profetenlezing voor de Kerstnacht is het begin van Jesaja 9: ‘Het volk dat in de duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht’. Ook Liedboek 448 is een bijbellied bij deze zelfde perikoop van de dichter Jan Willem Schulte Nordholt.
Met deze profetentekst gebeuren in dit lied twee dingen: met ‘het volk in de duisternis’ identificeren zich de zangers, zij worden ‘wij’. Wij zijn het, die het licht in ons donkere bestaan verwachten (strofe 1), wij hebben ‘hunkerende ogen’ (strofe 2) en hebben ‘een hart dat naar vrede dorst’ (strofe 6).
En ook: de visionaire proclamatie van Jesaja aangaande een reddende Davidszoon wordt betrokken op het Kind in de stal: ‘Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven (strofe 4). Zijn komst heet – naar de Lucaanse lofzang van Zacharias – een opgang uit de hoogte van Godswege die naar ons zal omzien (Lucas 1,78).
Die komst is niet eenmalig, maar vindt telkens opnieuw plaats: in het hart van de enkele mens én wereldwijd, in het midden van de tijd én in het heden, én in de toekomst. En de namen die Hij krijgt kunnen niet groot genoeg zijn – zij stralen in volmaakte pracht: ‘vader, raadsman, vredevorst’ (strofe 6).


Melodie

Wim Ruessink schreef bij deze tekst twee melodieën. Beide staan genoteerd in d mineur en kunnen afzonderlijk én tezamen worden gezongen. Melodie A is duidelijk ingetogener dan melodie B; zij beweegt zich slechts tussen de d’ en de a’, met een uitstapje naar de bes' (mi-fa-re). Deze bes' krijgt een bijzondere lading door de syncopische ritmiek, het woord ‘Hem’ wordt daardoor uitgelicht.
Melodie B opent met een krachtige octaafsprong, waardoor de ‘hunkerende ogen’ adequaat verklankt wordt. Deze melodie klinkt voor het grootste gedeelte in een hoger register en onderscheidt zich daarin van melodie A.
In het Liedboek staat een voorstel voor de verdeling van de twee melodieën over de zeven coupletten.

NB.: In de begeleidingsuitgave bij het Liedboek zijn drie zettingen opgenomen: één voor melodie A, één voor melodie B en één voor de gecombineerde melodieën. Bij die laatste zetting vindt men ook de melodieën en de teksten van de strofen 4 en 7 geplaatst. Dat kan enige verwarring geven: het is wel de bedoeling dat beide stemmen dezelfde tekst zingen. Het ritme van beide melodieën is niet gelijk! (red.)