Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

464 - Een engel spreekt een priester aan


Een eerste kennismaking

Voor velen is advent het verhaal over Maria en de engel, over de ontmoeting tussen Maria en Elisabet, over Zacharia en de geboorte van Johannes, kortom dat wat we in Lucas 1 lezen. Maar de leesroosters van de kerken kennen op de adventszondagen in het algemeen andere lezingen.
Zo nu en dan biedt het Oecumenisch Leesrooster voor de zondagen van de advent en voor kerst als alternatief een doorgaande lezing aan uit Lucas 1 en 2. Sytze de Vries schreef in 2009 op verzoek van de redactie van het blad Kind op Zondag een nieuw lied waarvan steeds twee coupletten bij elkaar horen. In de tekst wordt de verhaallijn van Lucas 1 en 2 gevolgd: de engel ontmoet Zacharias (strofe 1, 2); de engel ontmoet Maria (3, 4); Maria ontmoet Elisabet (5, 6); de geboorte van Johannes (7, 8) en de engel die tot de herder spreekt (9, 10). Steeds gaat het in elke eerste strofe om aangesproken worden en volgt in de tweede strofe de reactie. Zo kan men zingend het verhaal in de adventstijd opbouwen.
Sytze de Vries schreef zijn tekst bewust op een bestaande melodie en deze keuze kan bepaald gelukkig genoemd worden: Vom Himmel hoch da komm ich her is het kerstlied dat Luther voor kinderen schreef (zie Liedboek 469).

Auteur: Pieter Endedijk


Lied van hemel en aarde

Sytze de Vries
Martin Luther Leipzig 1539
Vom Himmel hoch da komm ich her

Tekst

Over de ontstaansgeschiedenis van dit lied staat boven al het een en ander vermeld (zie ‘Een eerste kennismaking’). Het lied is bedoeld om in een doorgaande beweging, van zondag tot zondag in de advent en op het kerstfeest, gezongen te worden. Men kan de strofen twee aan twee zingen (en dat vijf keer: vier adventszondagen en kerstmorgen) of als een ‘aangroei- of stapellied’, waarbij elke zondag twee coupletten aan de vorige worden toegevoegd. Het verbindt zo mooi de verhalen uit de eerste twee hoofdstukken van de evangelist Lucas, teksten die door het Oecumenisch Leesrooster geregeld in de advent als een alternatieve ‘lectio continua’ worden aangeboden. Enkele gedeelten zijn zelfs standaard in het driejarige leesrooster opgenomen.
De strofen vormen twee aan twee een eenheid, waarbij telkens de eerste strofe (1, 3, 5 ,7 en 9) de verhaallijn van het evangelie volgt, en de tweede (2, 4, 6, 8 en 10) daarop een toelichting, uitleg, verklaring of toepassing biedt. Al met al een Bijbels catecheselied.

Strofen 1-2

Het lied begint met de boodschap van de engel Gabriël aan de priester Zacharias in de tempel (Lucas 1,5-25). De engel wordt in het tweede couplet geduid als ‘een bode van de Heer’. En de boodschap van de engel wordt getypeerd als ‘een blij bericht’, waarmee direct gefocust wordt op het karakter van het hele evangelie: het is een blijde boodschap! Mooi is ook ‘de hemel op een kier’. Dat gebeurt ‘soms’, als er boden van de Heer tot je spreken. Te denken valt ook aan wat Johannes op Patmos ziet. Hij ziet een deur geopend in de hemel (Openbaring 4,1). In de even strofen 2, 4, 6 en 10 valt op dat de hemel telkens wordt vermeld met als doel de mogelijke duiding van het voorafgaande in de coupletten 1, 3 en 5 en 9. Ook in strofe 8 wordt de beweging vanuit de hemel verondersteld.

Strofen 3-4

In het derde couplet wordt dezelfde openingsregel gebruikt als in het eerste. De engel zet zijn zendingsreis voort, nu naar ‘een meisje’. Hier wordt het bezoek van de engel Gabriel aan Maria, ‘hij noemt haar bij haar naam’, verwoord (Lucas 1,26-38).In deze strofen wordt Maria als bruid en moeder van de Heer getypeerd, zoals Sion (Jeruzalem, Israël), of de kerk.
Leidt bij Zacharias het spreken van de engel tot het zwijgen van de priester (‘een sprakeloze man’, strofe 1), bij Maria voert dit ‘hemelse spreken’ (strofe 4) tot haar overgave aan dit woord. Zij hoort en stemt in (‘fiat mihi’, mij geschiedde naar uw woord’), ‘zij geeft zich over aan dat woord’. En dan volgt de duiding: ‘Daarom zal …’

Strofen 5-6

De volgende scène is de ontmoeting van Maria en haar nicht Elisabet. Het bezoek, de ‘visitatie’, bestaat uit twee gedeelten: de woorden die Elisabet tijdens de begroeting tot Maria spreekt (Lucas 1,39-45), en het antwoord van Maria daarop, haar lofzang, het Magnificat (1,46-56). Wat hen beiden samenbindt, is dat zij ‘blij het kind verwachten waarin God zelf behagen vindt’.
In de zesde strofe wordt de openingszin van de vierde herhaald: ‘De hemel spreekt’ (de strofen 1 en 3 kennen deze herhaling, zo ook 4 en 6). Maar nu wordt tegenover de hemel, niet het aardse meisje benoemd (‘Maria hoort’), maar de hele aarde, en wel in haar blijdschap: ‘de aarde lacht’.
‘Jong en oud’ duidt op de leeftijden van beide vrouwen: Elisabet, de oudste, en Maria, de jongste. Maar het kan ook al vooruitgrijpen op heel de instemmende gemeente. Immers, Maria reikt in haar lofzang de woorden aan die de kerk voortaan op de lippen neemt in het dagelijks avondgebed: ‘wij stemmen in en zingen door!’

Strofen 7-8

Het vierde thema dat wordt aangeroerd, is de scène dat de priester Zacharias, na maandenlang stilzwijgen, de mond geopend wordt, en zelf ook tot zingen overgaat (Lucas 1,57-80). Aanleiding is de besnijdenis van zijn zoon op de achtste dag. Hij moet hem zijn naam toeroepen. Op het moment dat hij deze op een schrijfplankje schrijft – hij kon immers niet spreken – verandert zijn zwijgen in een spreken (en bijbels spreken is vaak zingen) en heft hij zijn lofzang aan, het Benedictus, dat onderdeel is geworden van het morgengebed (de lauden) van de . Deze lofzang van Zacharias wordt mooi samengevat met de woorden waarmee strofe 7 besluit: ‘hoe God met mensen is begaan.
Strofe 8 gaat daarop door. Gods belofte wordt gepersonifieerd in de gestalte van Johannes. Johannes zal later immers optreden als een profeet in de woestijn, en met ‘vuur’ een doop van bekering prediken. Hij zal, aldus Jezus, ‘dopen met heilige Geest en met vuur’ (Lucas 3,16-17).
Dit vuur (van de Messias, en van de heilige Geest) is ‘een vuur dat nooit meer dooft’. Is dit misschien een verwijzing naar het Taizégezang ‘Dans nos obscurités allume le feu qui ne s’éteint jamais’ – ‘In onze duisternis ontsteek, Heer, het vuur dat nooit meer doven zal’ (Liedboek 598)? Het vuur wordt geduid als ‘een licht dat schijnt, een zon die straalt en over alle donker daalt’, beelden die refereren aan het slot van de lofzang van Zacharias (1,78-79).

Strofen 9-10

In strofe 9 keert nog eenmaal een al eerder gebruikte openingsfrase terug: ‘Een engel spreekt’. De aangesprokenen zijn nu de herders (hier ‘een herder’). Het lied waarvoor het donker wijkt, is de engelenzang ‘Ere zij God in den hoge!’ De boodschap van de engel zet de aarde ‘in een hemels licht’. Er komt immers vrede op aarde!
In strofe 10 is er sprake van een conclusie: de hemel gaat de aarde in alles voor, in het spreken, maar zeker in de lofzang. Het lied bevat of bezingt tenslotte drie lofzangen, die van Maria, Zacharias en de engelen.
Het gevolg van dit alles is dat wij daadwerkelijk samen het koor vormen ‘dat God alleen de glorie zingt’ – soli Deo gloria! Het hele verhaal speelt zich niet af in het verleden. Wij vormen samen het koor, niet omdat de hemel of de engel sprak, maar omdat de engel en de hemel ‘spreekt’. Het lied staat in de tegenwoordige tijd. Het verhaal geschiedt voor onze ogen…

Liturgische bruikbaarheid

Deze ballade voor advent en kerst is natuurlijk het meest geschikt om in die periode van het kerkelijk jaar te zingen. Wanneer er in de dienst met de kinderen aandacht is om het verhaal van de evangelist Lucas ook visueel uit te beelden, kunnen de desbetreffende coupletten daarop aansluitend gezongen worden.
Ook is het voorstelbaar dat er in een kerstspel met kinderen (en volwassenen!) vijf scènes gespeeld worden, waarbij dit lied afwisselend, als in een koraalvorm van twee bij twee coupletten kan functioneren.

Auteur: Nico Vlaming


Melodie

Voor een toelichting bij de melodie: zie Liedboek 469.


Media

Video: Liedboek 464 door zangers van de Dorpskerk Eelde; Vincent van Laar, orgel (strofen 1, 2, 7)