Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

469 - Ik ben een engel van de Heer


Vom Himmel hoch da komm ich her

Martin Luther
Jan Wit
Martin Luther Leipzig 1539

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

Het lied Vom Himmel hoch da komm ich her heeft Luther voor zijn eigen gezin geschreven. Daarom kan het wel ouder zijn dan uit 1535 toen het voor het eerst in druk verscheen. Alle vijftien strofen staan zijn door mij vertaald. De hier geboden vertaling is geheel gelijk aan die in mijn bundel Ministeriale (1966, blz. 55). In de eerste strofe heeft Luther een populair liedje gevolgd uit de veertiende eeuw:

Ich komm aus fremden Landen her
und bring euch viel der neuen Mär,
der neuen Mär bring ich so viel,
mehr denn ich euch hier sagen will.

Dit werd gezongen door rondtrekkende zangers en speellieden, die op deze vaste openingsstrofe allerlei Mär, dat wil zeggen nieuwtjes en ook wel grappen en potsen lieten volgen. Dat was voor het volk dier dagen een manier om achter de gemengde berichten te komen die wij nu in de krant lezen.
Luther zet boven dit lied Ein Kinderlied auf die Weihnacht en waarschijnlijk werden in den huize Luther de eerste zeven strofen gezongen door een als engel vermomd familielid, terwijl vanaf strofe 8 de andere familieleden antwoordden. Wanneer men de Duitse tekst leest en vergelijkt met andere Lutherliederen dan merkt men dat Luther inderdaad zijn best heeft gedaan om kinderlijke taal te gebruiken. Vertaalt men dit echter, dan vervalt men onherroepelijk in de meer kerkelijke toon voor grote mensen. Daardoor was een vrijere vertaling geboden. Het lied is speels, tegelijkertijd hier en daar didactisch (strofe 7 en 12), het kan in een soort bewegingsspel worden uitgevoerd en het eindigt met lofprijzing. Het zingen en springen uit strofe 14 is ontleend aan de Krippenreigen, die in de zestiende eeuw in Duitsland algemeen in zwang waren en waar Luther in het geheel geen bezwaar tegen had. Strofe 13 heeft een mystieke inslag. Overigens was in Luthers tijd en lang daarna ook bij ons de bede dat het Kerstkind een woonplaats in ons hart mocht vinden een gemeenplaats.
In de ‘Hervormde Bundel 1938’ (gezang 11) stonden 11 strofen, waarvan meestal toch maar enkele werden opgegeven. Het mooiste zou natuurlijk zijn om het gehele lied te zingen en daar de kinderen ook in te betrekken.

Auteur: Jan Wit


Melodie

Een veranderde melodie; dat wil zeggen. de samenstellers van vroegere (ge)zangboeken hadden de melodie gewijzigd; het Liedboek geeft de originele versie weer en we moeten nu op het ritme letten bij het begin van iedere regel en op de zangwijs in de laatste regel! Het is één van die ionische melodieën waarin Luther aansluit bij de ‘volksliedtoon’ van zijn dagen. Opvallend is dat de liederen met ‘verkondigende’, ‘proclamerende’ inhoud, zoals Vom Himmel hoch en Ein feste Burg (Liedboek 898) bij Luther steeds beginnen met een ‘signaalachtige’ hoge inzet op het octaaf van de grondtoon, waarna de volledige octaafruimte naar de lage tonica wordt doorschreden. De invloed van de Meistersinger, met name de beroemde Silberweise van Hans Sachs (1494-1576) is hier duidelijk aanwijsbaar.

Auteurs: Willem Vogel / Wim Kloppenburg