Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

503 - Wij staan aan een kribbe, aanschouwen de bron


Carols
Sytze de Vries
William James Kirkpatrick
Tune: CRADLE SONG

Tekst

Ontstaan en verspreiding

Herinneringen aan de Zondagsschool hebben voor de dichter Sytze de Vries meegespeeld bij het schrijven van de tekst van het kerstlied ‘Wij staan aan een kribbe’, op de melodie van Cradle Song (‘Away in a manger’). Als kind leerde hij het lied op de tekst ‘Geen wiegje als rustplaats, / maar een krib was het weleer’ (klik hier voor de tekst), dat was opgenomen in de bundel Wie zingt mee?, een uitgave van de Nederlandse Zondagsschool Vereniging (z.j., nr. 41) en in de Zangbundel van Joh. de Heer (nr. 719; in diverse edities is dit lied vervallen).
In 2004 publiceerde De Vries een eerste versie met vijf strofen in de bundel Jij, mijn adem. Verzamelde liederen (Zoetermeer 2009, nr. 110); toen nog luidden titel en eerste strofe naar de huidige tweede strofe ‘Wij lezen Gods wezen’. Het lied werd in herschreven vorm opgenomen in de verzameling Engelse liederen Het liefste lied van overzee 1 (Vught 2012, nr. 51).
Uiteindelijk kreeg het lied zijn definitieve vorm in het Liedboek. Een spoor van de eerdere versies was nog te herkennen in de taalfout ‘licht’ in plaats van ‘ligt’, het laatste woord van de eerste regel van de tweede strofe (in latere drukken van het Liedboek gecorrigeerd). Voor de eerdere tekstversies zie de bespreking in het boek van Sytze de Vries en Erick Versloot: Het lied op andere lippen. Een leven in liederen. Zoetermeer 2015, nr. 8 (blz. 56-60). Omwille van de zingbaarheid is in de eerste regel van de derde strofe (‘Hier tussen de schapen is voor Hem uit het hout’) het woord ‘voor’ vervallen in latere drukken van het Liedboek.

Vorm

Het lied bestaat uit vier strofen geschreven in de dactylus, met gepaard rijm (AA-BB). Een enkele maal komt binnenrijm voor: ‘lezen’-‘wezen’ (regel 1 in strofe 2). Alliteratie zien we in woorden die beginnen met de lettergreep ‘h’, zoals ‘hemel’- ‘heeft’ (regel 2 in strofe 4); verder in strofe 3 een aantal woorden.
Bepaalde kernwoorden herhalen zich in het lied (soms in samengestelde woorden): ‘kribbe’, ‘bron’, ‘zon’, ‘kind’, ‘nacht’, ‘licht’.

Inhoud

De eerste zin herinnert ons aan het oorspronkelijke lied: de kribbe met het pasgeboren kind Jezus, waar omheen de gemeenschap zich heeft verzameld. De betekenis van het kind wordt uitgelegd met beladen woorden als ‘bron’, ‘rijzende zon’ en ‘toekomst’. Het kind wordt gezien als de ‘oorsprong der schepping’. Dat herinnert aan het beeld in de Kolossenzenbrief, waarin Paulus Christus ziet als ‘eerstgeborene van heel de schepping’ (1,15) en ‘oorsprong’ (1,18). In een eerdere versie van het lied stond dat het kind de ‘opgaande zon’ is. Omwille van de allusie op de verrijzenis zou de dichter het hebben gewijzigd. Het kind is stralend leven en ‘bemind’ door God. Daarin klinkt de stem door uit de hemel bij de doop van Jezus in de Jordaan: ‘Jij bent mijn geliefde zoon’ (Marcus 1,11).

In de tweede strofe wordt de betekenis van het kind verder uitgelicht. In dit kind valt de identiteit (‘wezen’) van God te ‘lezen’. Hoe dan? Doordat het in de duisternis een ‘helder gezicht’ aan de liefde van God geeft. De pasgeborene is een klein vlammetje (nog ‘aarzelend’), maar zal ontbranden als een vuur. Zijn licht zal als een lopend vuur door de donkere wereld gaan en wordt zo een gids voor onderweg, ja tot in het ‘donkerste uur’, de dood.

De derde strofe speelt met het gegeven van een oude legende. Daarin wordt verteld dat de kerstkribbe uit het hout van de levensboom uit het paradijs (‘Eden’) is gesneden, evenals het kruis waaraan Christus is gestorven. Zo wordt Kerstmis met Goede Vrijdag verbonden. Het beeld van de ‘schapen’ wordt gekoppeld aan de ‘herder’ en het ‘Lam’, beeld van Christus aan het kruis. Daarbij voegen zich nog de allusies op ‘schapen’ en herders, respectievelijk het ‘Lam’ en de Herder. ‘Herders zijn de eersten die aan de kribbe staan van hem, die als de goede herder bekend zal worden, en die als een weerloos lam naar de slachtbank geleid zal worden, dan wel de rol van paaslam op zich zal nemen’ (Het lied op andere lippen, blz. 59).

De laatste strofe wijst vooruit naar het paasfeest. Het kind is verschenen in de duisternis (vergelijk Jesaja 9,1) als een ‘ster aan de hemel’, waardoor Hij voor ons een ‘lichtbron’ is. Dit daglicht zal gaan lengen tot het ‘zonlicht van Pasen’.
Daarmee heeft de dichter aan dit oorspronkelijk zoete liedje te zingen bij de kribbe een diepe christologische betekenis meegegeven.

Liturgisch gebruik

Het lied is, ondanks de soms geforceerde symboliek, goed bruikbaar in vieringen in de kersttijd. Uiteraard kan dit lied ook een plaats hebben in een Nederlandstalige versie van de anglicaanse kerstdienst ‘A Festival of Lessons and Carols’.

Auteur: Jeroen de Wit


Melodie

Ontstaan en verspreiding

De Christmas carol ‘Away in a manger’ behoort tot de bekendste kerstliederen, in het bijzonder vanwege de uitvoering van Engelse kathedraalkoren tijdens ‘A Festival of Lessons and Carols’.
Het lied is ontstaan aan het einde van de negentiende eeuw in de Verenigde Staten. De eerste publicatie van de originele tekst met twee strofen verschijnt op 2 maart 1882 in de krant The Christian Cuynosure als ‘Childrens’ Corner’. De auteur is onbekend.
Bij de tekst is genoteerd: ‘The following hymn, composed by Martin Luther for his children, is still sung by German mothers to their little ones’. Met de titel ‘Luther’s Cradle Hymn’ zal het steeds opnieuw verschijnen. De toewijzing aan Luther berust echter niet op historische feiten. Zo is er geen tekst van Luther bekend die overeenkomsten vertoont met ‘Away in a manger’ en is een Duitse versie van het lied pas in 1934 verschenen.
De oudst bekende publicatie met melodie is in Little Children’s Book for Schools and Families van de Evangelical Lutheran Church in America (Philadelphia 1885). De melodie is van J.E. Clark.
Enkele jaren later verschijnt Dainty Songs for Little Lads and Lasses (Cincinnati 1887), samengesteld door James R. Murray (1841-1905). Bij de tekst schrijft Murray een eigen melodie. Met deze melodie zal het lied in de Verenigde Staten bekend blijven.
Ook in deze publicatie is te zien dat het lied oorspronkelijk twee strofen heeft. De derde strofe wordt later toegevoegd door Charles Hutchinson Gabriel (1856-1932) en verschijnt voor het eerst in Gabriel’s Vinyard Songs (Louisville 1892).

In Europa wordt het lied niet populair met de melodie van Murray, maar met die van de eveneens Amerikaanse componist William James Kirkpatrick (1838-1921). Kirkpatrick is een van de samenstellers van Around the World with Christmas. A Christmas Exercise (Cincinnati, 1895). Voor deze uitgave met – volgens de samenstellers – kerstliederen uit verschillende landen schrijft Kirkpatrick samen met John R. Sweney (1837-1899) de muziek. De melodie draagt de naam CRADLE SONG. Het lied wordt in deze uitgave gepresenteerd als een Duits kerstlied.
In de twintigste eeuw wordt ‘Away in a manger’ in Nederland bekend als ‘Geen wiegje als rustplaats’, gepubliceerd in de bundel Met moeder zingen (Den Haag/Rijswijk 1926). De vertalingen uit het Engels voor deze bundel werden geleverd door Valerie Witte Eeuchout en anderen.
‘De melodie van dit lied hoort bij de vroegste kerstherinneringen van Sytze de Vries. (…) Hij zong het onder de reusachtige kerstboom, die in de kerk van zijn kinderjaren (pas op het zondagsschoolkerstfeest op Tweede Kerstdag!) stond opgesteld’ (Sytze de Vries en Erick Versloot, Het lied op andere lippen. Een leven in liederen. Zoetermeer 2015, blz. 57). Het lied werd op dat kerstfeest gezongen uit Wie zingt mee, de bundel van de Nederlandsche Zondagsschool Vereeniging. De eerste editie daarvan verscheen ±1925 en de uitgave werd tot 1979 herdrukt. Gelet op de titel, wordt ook in deze uitgave het lied aan Luther toegeschreven (hieronder uit de editie van 1954).

Analyse

De melodie heeft een eenvoudige structuur: A-B-A-B’ in een wiegende 3/4-maat (‘Cradle song’).
Elke regel bestaat uit twee motieven. Het tweede motief van regel 1 (a’-bes’-c”-c”-d”-bes’, zie rood kader) is tevens het eerste motief van de tweede regel, maar een secunde lager getransponeerd. De derde regel is een ongewijzigde herhaling van de eerste; de vierde een nagenoeg identieke herhaling van de tweede. Alleen het slotmotief wijkt af (zie groen kader): de tweede regel eindigt met d’-f’-e’ op de terts van het dominant-akkoord, de slotregel met d-’e-’f’ op de tonica.

Auteur: Pieter Endedijk


Links

Klik hier voor ‘Away in a manger’ door King’s College Choir Cambridge.


Media

Video: lied gezongen door Men of Hope, Vocals of Hope (strofe 1, 2, 4)