Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

511 - Door goede machten trouw en stil omgeven


Von guten Mächten treu und still umgeben

Dietrich Bonhoeffer
Jan Willem Schulte Nordholt
Adriaan C. Schuurman

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer is door zijn uitdagende en baanbrekende gedachten over de positie van de Christen in de wereld en zijn moedig en met de dood betaald verzet tegen de nazi’s, zo beroemd geworden, dat er reeds veel over hem is geschreven. Er is een gevaar, dat zijn denken over de secularisatie van het christendom te eenzijdig wordt geïnterpreteerd. Dezelfde Bonhoeffer, die waarschuwde tegen christelijke religiositeit en het typisch-Duitse piëtisme, was ook de man, die in de gevangenis zijn grote troost vond in de liederen van Paul Gerhardt en die er toe kwam zelf gedichten te schrijven. Enkele daarvan zijn bekend geworden en één, het lied Von guten Mächten is zo populair geworden dat het, zoals zijn vriend en biograaf Eberhard Bethge (1909-2000) vaststelt, al ‘is doorgedrongen tot de schoolboeken’.

Na de mislukking van de aanslag op Hitler van 20 juli 1944 werd Bonhoeffer, verdacht van medeplichtigheid, in september uit de gevangenis in Berlijn-Tegel, waar hij nog enige contacten met de buitenwereld kon hebben, overgebracht naar de keldergevangenis in het Reichssicherheitshauptamt in de Prinz Albrechtstrasze, het beruchte hoofdkwartier van de Gestapo, en van daaruit heeft hij nog maar twee brieven, haastig geschreven, kunnen smokkelen. De eerste daarvan, geschreven op 28 december 1944 voor de verjaardag van zijn moeder, bevatte het lied, dat wij in ons Liedboek opgenomen hebben. Het is aan zijn moeder en verloofde gericht, zoals in de eerste strofe duidelijk uitkomt. Het is tegelijk, zoals Bethge schrijft: ‘het laatste theologische getuigenis van Bonhoeffer’. Maar het is een lied, geen dogmatische of didactische these. Bethge beklemtoont dat: ‘Het is een gebed’.

Men kan dit lied niet ten volle begrijpen, zonder te weten met hoeveel moed en zelfverloochening de dichter jarenlang door de diepten van het lijden is gegaan. Zelf zou hij het niet hebben willen zeggen zo, maar ik heb vertalende, speciaal bij de strofen 2 en 3, de gedachte aan Getsemane niet van mij af kunnen zetten. Trouwens, is niet, hoe men verder ook links of rechts interpreteert, het leven van Bonhoeffer in de eerste plaats gestempeld als een imitatio Christi.
Het herdenken, waarvan hij schrijft in strofe 4, is hem niet gegeven geweest, hij heeft het weerzien, in strofe 5 verlangd, niet meer mogen beleven. Maar hij heeft, en dat lijkt mij de kern, geloofd, dat geen verstikkend zwijgen tenslotte de lofzang zou kunnen beletten. Zijn vertrouwen is zo simpel en volkomen, zoals het in het slot van het lied wordt beleden, dat het de tijd vervult, dat het bewijst hoezeer voor deze getuige van Christus God tenslotte niet verborgen bleef.

Auteur: Jan Willem Schulte Nordholt


Melodie

De ernstige tekst, vol inkeer en godsvertrouwen, vroeg om een ingetogen melodie. Zo moet ze ook gezongen worden, geconcentreerd en niet te luid. In regel 3 neemt de spanning toe tot deze vanaf de eerste noot van regel 4 weer afneemt.

Auteur: Adriaan C. Schuurman


Media

Uitvoerenden: Cantorij Emmeloord o.l.v. Co Jongsma-Hoekstra; Dirk Donker, orgel (bron: KRO-NCRV)