Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

512 - O Jezus, hoe vertrouwd en goed


Een eerste kennismaking

De vertaling van het lied How sweet de Name of Jesus sounds van Willem Barnard is aanzienlijk vrijer dan het origineel van John Newton, zodat we eerder van een bewerking dan van een vertaling moeten spreken.
Het lied is in het Liedboek opgenomen in de rubriek ‘Achtste kerstdag/Jaarwisseling’. Het korte evangelie van 1 januari, de achtste kerstdag (Lucas 2,21), vertelt dat het pasgeboren kind de naam ‘Jezus’ krijgt. In de eerste strofe wordt de betekenis van deze naam genoemd: ‘... uw naam die mij geloven doet: / Gij gaat mij reddend voor’.
In het vervolg van het lied worden meer namen voor de Heer genoemd, waarin zijn betekenis van Hem voor ons wordt aangegeven. Vooral de derde strofe valt dan op: ‘Mijn herder en mijn held, mijn vriend, / mijn koning en profeet, / mijn priester die mijn schuld ontbindt, / mijn weg waarop ik treed.’ In het origineel van Newton werd in de eerste regel van deze strofe zelfs het woord ‘echtgenoot’ genoemd: ‘Jesus! My Shepherd, Husband, Friend...’, maar in verschillende Engelse liedbundels werd dat woord vervangen door ‘Brother’.

Auteur: Pieter Endedijk


How sweet the Name of Jesus sounds

John Newton
Willem Barnard
Alexander Robert Reinagle
Tune: ST. PETER

Tekst

Deze toelichting bij de liedtekst is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. De toelichting bij de melodie is nieuw geschreven voor deze wensite.

Uit de liederen van de bekeerde slavenhandelaar John Newton spreekt een vurig geloof. In het lied How sweet the name of Jesus sounds noemt hij een reeks van namen en vergelijkingen om aan te geven wat de Heer betekent voor het geloof, voor de gelovige. Het lied werd in Nederland bekend door de getrouwe vertaling van Jan Jacob Thomson (1882-1961) die als gezang 172 voorkomt in de ‘Hervormde bundel 1938’:

O Jezusnaam, geen sterv’ling heeft
ooit zulk een naam bedacht,
waarin Gods heil’ge liefde leeft,
die alle leed verzacht.

Het origineel spreekt in de vierde strofe bovendien van ‘vriend’ en zelfs van ‘husband’ – ‘echtgenoot’! Dat laatste heeft ds. Thomson niet aangedurfd. Het is ook de meeste Engelse liederenbundels te machtig, men heeft het woord ‘husband’ vervangen door het weinig zeggende ‘guardian’. Newton schreef echter als vierde strofe:

Jesus! My Shepherd, Husband, Friend,
My Prophet, Priest and King,
My Lord, my Life, my Way, my end,
Accept the praise I bring.

De nieuwe vertaling is aanzienlijk vrijer, niet de woordelijke weergave is nagestreefd, maar een nieuw lied waarin de bezieling van het voorbeeld zou doorklinken.

Auteurs: Willem Barnard / Wim Kloppenburg


Melodie

De melodie ST. PETER van Alexander Robert Reinagle (1799-1877) publiceerde hij voor het eerst in Psalm-Tunes for the Voice and Pianoforte (Oxford, z.j. [1826]). Daarin vinden we 23 melodieën bij psalmteksten, de ons bekende melodie bij de tekst van Psalm 118:

De melodie kreeg pas in een tweede uitgave, Collection of Psalm and Hymn Tunes (Londen, 1840), de naam ST. PETER, ontleend aan die van de kerk St. Peter-in-the-East te Oxford, waar Reinagle van 1822 tot 1853 organist was.
Reinagle maakte een vierstemmige zetting bij de melodie voor de eerste uitgave van Hymns Ancient & Modern (1861). Daarin wordt de melodie gekoppeld aan de tekst ‘How sweet the name of Jesus sounds’ van John Newton (1725-1807).

De melodie bij de tekst in common metre (8-6-8-6) is vergelijkbaar met veel andere Engelse melodieën: een verloop in kwarten in een 4/4-maat met halverwege een rustnoot. De melodie bestaat hoofdzakelijk uit dalende motieven. Tussen de eerste en de vierde regel en tussen de tweede en de derde bestaan veel melodische overeenkomsten. Ook het slot van de regels 1 en 3 komen overeen.

De vorm kan met A-B-B’-A’ worden aangeduid.

Adriaan C. Schuurman (1904-1998) geeft in Een Compendium (Amsterdam 1977, k. 1012) een fraaie karakteristiek van de melodie: ‘Wat haar verloop betreft zou zij te vergelijken zijn met de vlucht van een vogel, een arend bijvoorbeeld, die pijlsnel omhoogschiet, dan langzaam zwevend daalt, om daarna, zich met enkele wiekslagen weer enigszins verheffend, ten slotte weer neer te strijken op het nest’.

De melodie wordt in het Liedboek ook gebruikt bij 969: ‘In Christus is noch west noch oost’.

Auteur: Pieter Endedijk

Bronnen

‘The tune ‘St. Peter’’, The Musical Times 47 (1906) nr. 762, 542 via goo.gl/7pE97P (geraadpleegd 10-09-2018).
Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken. Amsterdam 1977, k. 1012-1013.
Peter Horton, ‘Alexander Robert Reinagle’ in The Canterbury Dictionary of Hymnology, goo.gl/P8i5Yy (geraadpleegd 10-09-2018).


Media

Uitvoerenden: Maria Magdalena-cantorij Goed o.l.v. Kees van Eersel; Jaco van Leeuwen, orgel