Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

517 - Christus, uit God geboren


Herr Christ, der einig Gottes Sohn

Elisabeth Kreuziger
Sytze de Vries
Erfurt 1524

Tekst

De liedboekredactie vroeg aan Sytze de Vries om een nieuwe vertaling te maken van 'Herr Christ, der einig Gottes Sohn'.
Deze toelichting bij de melodie is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.
De toelichting van Ad den Besten bij de tekst laat zich ook lezen bij de vertaling van Sytze de Vries.

Het lied van Elisabeth Kreuziger is een der vroegste liederen van de Reformatie! Het verscheen reeds in 1524 in het Erfurtse Enchiridion en droeg daar als opschrift: ‘Eyn lobsanck von Christo’. Op de achtergrond laat zich Prudentius’ hymne Corde natus ex parentis vermoeden. Hetgeen betekent, dat de jonge dichteres Elisabeth Kreuziger over een voor vrouwen van haar tijd ongewone kennis moet hebben beschikt.

Het lied wordt in Duitsland in de adventstijd veelvuldig gezongen, maar is naar zijn aard toch meer een lied voor de epifaniëntijd. Niet alleen omdat er in het Abgesang van de eerste strofe wordt gezinspeeld op Matteüs 2, het verhaal van de wijzen uit het oosten, maar ook omdat het hier immers gaat om de totale openbaring van het heil (strofe 2).

Merkwaardig is de vierde strofe, waarin de weg van de openbaring door de tijd en over de aarde heen, als het ware terugbuigt naar de eeuwigheid, waarin Christus het pre-existente Woord Gods is, dat alle dingen geschapen heeft. Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Ook wij mensen? Wil het voor ons gelden, dan is daarvoor de bekering van ons hart nodig. Waar zó van Christus sprake is, daar is het begrijpelijk, dat de Vader en de Zoon niet nauwkeurig van elkaar te onderscheiden zijn.

Auteur: Ad den Besten


Melodie

Deze melodie kwam reeds voor in het Lochheimer Liederbuch (vijftiende eeuw) bij het liefdeslied Mein Freud möcht sich wohl mehren. Elisabeth Kreuziger koos zelf deze melodie voor haar tekst. Het is een der mooiste melodieën uit de literatuur en heeft de zogenaamde reprise- Barvorm, dat wil zeggen: in het Abgesang komt het begin weer terug; in ons lied is dat van de laatste 4 noten van de voorlaatste regel af.
Het lied dient rustig gezongen te worden, ook in de ritmische verschuivingen, die juist de melodie zo boeiend maken; de tekst moet men goed kennen om hem recht te kunnen doen, ook waar soms een lettergreep zonder klemtoon op een halve noot, of een betoonde op een kwartnoot valt; noten en lettergrepen vragen een fraai legato zingen.

Auteur: Willem Vogel