Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

571 - In stille nacht houdt Hij de wacht


In stiller Nacht

Friedrich Spee von Langenfeld
Sytze de Vries
Keulen 1649
Bey stiller nacht

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 6’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

Tijdens een kerkliedconferentie in Duitsland (Kloster Kirchberg, 1993) kwam het origineel van dit lied ter tafel, evenals de wonderschone koorzetting. Het betrof een tekst van de bekende Duitse dichter Friedrich von Spee. Van oorsprong een seculier gedicht werd de tekst door hem ‘gekerstend’. De Nederlandse tekst is nauwelijks een vertaling, eerder een zeer vrije bewerking (en inkorting), en beperkt zich geheel tot het verhaal van Jezus in Getsemane.

Muziek en metrum, met een herhaald intern klankrijm, bepaalden mede de woordkeus, vooral de klinkerkeuze: strofe 1 nacht-wacht; strofe 2 niet-lied en klonk-verstond; strofe 4 nacht-volbracht.
In deze tekst is steeds de tegenstelling tussen Jezus en zijn leerlingen/ons vastgehouden: wacht houden tegenover slapen (strofe 1), zingen tegenover verstommen (strofe 2), vreugdebeker en bittere kelk (strofe 3), nacht en morgen (strofe 4).

Bij strofe 2: met ‘de lofzang’ wordt gedoeld (zie ook Matteüs 26,30) op het Groot-Hallel, de benaming van de Psalmen 113-118, die vast onderdeel uitmaakten – en nog maken – van de tafelliturgie bij de Seidermaaltijd op Pesach. Daarin wordt de geschonken vrijheid bezongen, maar de werkelijkheid is op dit moment tegenovergesteld.

Op de Witte Donderdag begint het paasfeest: de kleur is wit. En hoe duister de Goede Vrijdag ook nog zal zijn, de weg voert door het donker heen. Daarom kan strofe 4 ook al verder kijken: het gaat om een doortocht, een nieuwe exodus.

Strofe 5 refereert aan de beroemde uitspraak van Blaise Pascal: ‘tot aan het einde der tijden zal Christus in doodsstrijd zijn’. De oproep ‘waak en bid’ aan de slapende leerlingen klinkt in de actualiteit van hier en nu.

Daarmee heeft deze tekst ook zijn bestemde liturgische plaats: bijvoorbeeld aan het einde van de Witte Donderdagviering, nadat daar het genoemde verhaal (Lucas 22,39-46, Matteüs 22,36-46 of Marcus 14,32-42) is gelezen. Dit lied laat zich dan ook uitstekend combineren met de voorbede en met bijvoorbeeld een afsluitend gezongen gebed naar Taizé: Bleibet hier und wachet mit mir, wachet und betet!


Melodie

Deze prachtige melodie, voor het eerst bij dit lied in druk verschenen in 1649, ondersteunt op verstilde en ingetogen wijze de tekst. De toonsoort is g-klein, de melodie heeft een omvang van een octaaf (d’- d”). Gedurende de eerste twee regels beweegt de melodie zich dalend binnen het hexachord van bes’ tot d’. In de derde regel wijkt de muziek incidenteel uit naar de majeurparallel Bes-groot, en wordt de hoge d” bereikt. Al gauw keert de melodie echter terug naar g-klein, waarin ook wordt afgesloten.
De begeleiding bevat typerende elementen van een kleine-tertstoon: verhoging en verlaging van de zesde en zevende toon van de toonladder en uitwijkingen naar de majeurparallel.
Temposuggestie: MM = 90-94 voor de kwartnoot.


Media

Uitvoerenden: Kathedraalkoor Brugge o.l.v. Ignace Thevelein; Jos Bielen, orgel