Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

586 - Zie de mens die in zijn lijden


Hein Stufkens
Fokke de Vries

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 8’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

De kruisdood van Jezus van Nazaret is een niet aflatende bron van inspiratie in de christelijke kunst. Vooral in de tweede helft van de Middeleeuwen werd het lijden van Jezus een centraal gegeven in de christelijke devotie. Franciscus van Assisi (1181/82-1226; de eerste, die de stigmata kreeg) was daarin een groot voorbeeld. In de eeuw waarin hij stierf werd in de kringen van zijn volgelingen, waarschijnlijk door Jacopone da Todi, het Stabat Mater geschreven (zie Liedboek 573). Deze zeer bekende gregoriaanse hymne bezingt de kruisdood van Jezus vanuit een groot medeleven met Maria, zijn moeder, die in tranen onder het kruis staat.
In de tekst wordt niet het verdriet van Maria als uitgangspunt genomen, maar de lijdende gekruisigde zelf. Het is een meditatie over de kracht van de liefde van deze unieke mens. Zelfs terwijl men hem ter dood brengt pleit hij zijn beulen vrij, die immers ‘niet weten wat ze doen’.


Melodie

Het lied ‘Zie de mens’ is oorspronkelijk geschreven op de melodie van dit Stabat Mater (zie Liedboek 573).
Fokke de Vries gaf het een eenvoudige eigentijdse melodie mee; met name in de liturgie van Goede Vrijdag is het zo goed bruikbaar.

De melodie opent met een motief op de kwint van de toonsoort d-mineur. Het ‘klagelijke’ motief van de eerste maat klinkt nogmaals (lager) in de tweede maat. Het eenvoudige ritme, de dalende beweging en de toonsoort d-mineur maken de melodie weemoedig. Opvallend is dat het lied eindigt op de vijfde trap (grote drieklank op A) en niet op de eerste. Het meditatieve karakter wordt hierdoor onderstreept. Fraai is de harmonische wending onder het woord ‘lijden’ van de eerste strofe (zie zetting in de begeleidingsuitgave bij het Liedboek). Fokke de Vries gebruikt een klein septiemakkoord om dit woord harmonisch te vertalen. De voorhouding (sext-kwint) klinkt bijzonder mooi in dit akkoord. Hierdoor staat het lied niet op zichzelf als een afgerond geheel, maar kan het uitstekend onderdeel uitmaken van bijvoorbeeld een viering in de lijdenstijd.
Het tempo is 50 voor de halve notenwaarde.