Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

695 - Heer, raak mij aan met uw adem


Kosketa minua, Henki

Pia Perkiö Anna-Maija Raittila
Sytze de Vries
Ilkka Kuusisto

Tekst

Ontstaan en verspreiding

In 1973 besloot de synode van de Evangelisch-Lutherse Kerk van Finland tot de samenstelling van een nieuwe gezangenbundel, die in 1986 onder de titel Virsikirja (Fins voor ‘liedboek’) zou verschijnen en 632 liederen zou bevatten. Er werd daartoe een redactie in het leven geroepen, die onder meer geadviseerd werd door de dichteres Pia Perkiö. De redactie nodigde haar uit liederen voor jongeren te schrijven, niet alleen omdat ze dat in het verleden al gedaan had, maar ook omdat zij als kerkelijk jeugdwerkster met de jongerenwereld vertrouwd was.

Perkiö stuurde een aantal ‘schetsen’, zoals ze die liedteksten zelf betitelt, en verwachtte niet dat één daarvan geaccepteerd zou worden. Tot haar verrassing werd het lied ‘Kosketa minua, Henki’ aanvaard, zij het in een door de redactie bewerkte versie die zonder overleg met de dichteres tot stand kwam. Aan het vierstrofige lied werd tevens een nieuw couplet toegevoegd (de huidige tweede strofe), geschreven door de in Finland bekende kerklieddichteres Anna-Maija Raittila (1928-2012) die in de liedboekredactie zitting had.
Aan drie componisten werd gevraagd een melodie bij Perkiö’s liedtekst te schrijven. Een van de twee melodieën die Ilkka Kuusisto naar aanleiding van deze uitnodiging componeerde, werd uitgekozen.

Het lied werd eerst gepubliceerd in een proefbundeltje met nieuwe kerkliederen dat in 1981 verscheen. In Virsikirja kreeg het lied van Perkiö een plek bij de pinksterliederen (lied 125), hoewel de dichteres het lied niet specifiek voor Pinksteren bestemd had. Het raakt al snel geliefd in Finland. De huidige populariteit blijkt wel uit het feit dat er talloze bewerkingen en opnamen van het lied zijn. De bewerkers en uitvoerders variëren van musici en componisten uit de klassieke wereld tot artiesten uit de entertainmentindustrie. Zo maakte een zoon van Ilkka Kuusisto, de componist, dirigent en violist Jaakko Kuusisto, een bewerking voor orkest.

Buiten Finland raakte het lied bekend via een Zweedse vertaling van Ull-Britt Gustafsson-Pensar (1979/1982) en een Duitse vertaling van Jürgen Henkys uit 1993. De Duitse vertaling verscheen in het Zwitserse Katholisches Gesangbuch (Lied 233) uit 1998 en de bundel Rise up - Ökumenisches Liederbuch für junge Leute (2006, Lied 36). De Finse, Duitse en Zweedse versies werden in 2006 opgenomen in Colors of Grace (2006, nr. 121), het internationale, protestantse liedboek dat samengesteld werd op instigatie van de Gemeinschaft Evangelischer Kirchen in Europa (GEKE).

Een Nederlandse vertaling van de hand van Sytze de Vries verscheen in 1998 in de bundel Hoop voor alle volken (nr. 103). De vertaling werd gemaakt met behulp van een letterlijke prozavertaling vanuit het Fins. Aan de vertalers van de liederen had de redactie – zo vermeldt het voorwoord – gevraagd te zorgen voor goede poëzie, goede Nederlandse liederen: ‘Daarom is vaak eerder parafraserend dan letterlijk vertaald’ (Hoop van alle volken, blz. 5). Deze vertaling is in het Liedboek overgenomen met een – op verzoek van de liedboekredactie – door De Vries gewijzigde vierde en vijfde strofe. In Hoop voor alle volken luidden deze twee coupletten:

Geest, vol van hemelse klaarheid,
geef mij een helder zicht
op wie vriendschap vragen,
aan elkaar toegedicht.

Heer, raak mij aan met uw Adem,
Geest die mij zingen doet.
Waar U mij nabij bent
vind ik hier vaste voet.

Bij de bespreking van het lied zullen we zien dat in de Nederlandse vertaling ten opzichte van de oorspronkelijke tekst diverse inhoudelijke verwijzingen naar de Bijbel toegevoegd zijn.

Inhoud

Als jeugdwerkster wist Perkiö met welke vraagstukken jongeren worstelen: het zoeken naar zingeving van het leven, hun eigen plaats in deze wereld en de verhouding tot de naasten. In haar lied brengt ze deze thema’s ter sprake. Ze verbindt deze met de heilige Geest die mensen de weg wijst in deze wereld en naar de ander, en die hen stimuleert en motiveert. Daarbij speelde voor haar Romeinen 8,16 op de achtergrond: ‘De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn’.
De vraag naar zingeving komt meteen in de eerste strofe ter sprake: de Geest wordt gevraagd om ‘aanraking’ en ‘helderheid’ en om het leven richting en doel te geven. De Nederlandse tekst spreekt over ‘nieuwe wegen’, wat veronderstelt dat er oude wegen zijn waarop men vastgelopen is.

De eerste regel van de Finse tekst luidt letterlijk vertaald: ‘Raak mij aan, Geest’. Sytze de Vries noemt in die regel het woord ‘Geest’ echter niet, maar spreekt over ‘adem’. Daarmee grijpt hij terug op het gegeven dat het Hebreeuwse woord roeach in de Bijbel zowel voor ‘adem’ als voor de ‘Geest van God’ gebruikt wordt. De mens wordt een levend wezen doordat God hem de adem in de neus blaast (Genesis 2,7; vergelijk Psalm 104,30).

De tweede strofe, die – zoals reeds vermeld – niet van Perkiö, maar van Anna-Maija Raittila is, bevat in de Nederlandse vertaling een verwijzing naar Augustinus’ uitspraak: ‘Onrustig is ons hart tot het rust vindt in U’. In de Finse tekst is deze referentie niet aanwezig en wordt de Geest gevraagd het hart aan te raken en daar het stil vertrouwen in Jezus te voeden.

Dat jongeren zoeken naar hun plaats in deze wereld, komt in het Finse lied ter sprake in couplet 3: ‘Moedig mij aan, Geest, breek mijn angsten. Toon in deze wereld mijn plaats’. De Nederlandse tekst bevat in regel 4 een verwijzing naar Psalm 31,16 (‘Mijn tijden zijn in uw hand’, NBG-1951).

De vierde strofe borduurt verder op het zoeken naar een plek in de wereld, en spitst dit toe op de relatie tot andere mensen. In de Finse tekst wordt gevraagd om opening van de ogen ‘zodat ik een vriend voor anderen mag zijn’. In dit couplet keren visuele beelden uit het eerste couplet (licht, zicht geven op) terug. Letterlijk vertaald luidt de openingszin bij Perkiö: ‘Licht op, Geest van God, open mijn ogen’. De Vries verwijst met het gebruik van het werkwoord ‘doorstralen’ in de eerste regel naar het ‘stralend licht’ uit regel 2 van de eerste strofe.

Visuele metaforen bepalen ook het slotcouplet van de Nederlandse vertaling: ‘geef ons een vergezicht’ en ‘zegen ons met uw licht’. Waarschijnlijk ingegeven door de het slot van couplet 4, waar de naasten in beeld komen, staat het slotcouplet in de Nederlandse vertaling in de eerste persoon meervoud. Dit is in het Finse origineel niet het geval.
De derde versregel (‘Draag ons op uw vleugels’) refereert aan Exodus 19,4 en Deuteronomium 32,11, waar gesproken wordt over de Heer die ‘ons’ op adelaarsvleugels draagt. Dit bijbelse beeld is door de Nederlandse vertaler ingebracht.


Melodie

Afgaande op de eindtoon (d’) en de voortekening van twee mollen kunnen we stellen dat de melodie in de frygische toonsoort staat. Typerend voor deze modus is vooral de laatste regel met de slotwending (in relatieve nootwaarden): la-sol-fa-mi (in absolute nootnamen: g’-f’-es’-d’). Maar anders dan in de klassieke, frygische melodieën speelt de dominanttoon van deze modus (in deze melodie zou dat de bes’ zijn) geen belangrijke rol; de g’ lijkt in deze melodie die rol overgenomen te hebben. In die zin is de melodie dus niet typisch frygisch. Je kunt de melodie ook analyseren vanuit Bes-groot of g-klein. En zodra men de melodie gaat harmoniseren, moet men ten aanzien van de toonaard kleur bekend worden: frygisch, Bes-groot of g-klein.

De regels 1, 2 en 4 hebben de omvang van een kwart (d’-g’ en es’-a’). De regels 2 tot en met 4 hebben – afgezien van de eerste maat in regel 3 – hetzelfde ritmische patroon:
De stijgende beweging met de omvang van een kwart (d’-g’), die in de eerste regel via repeterende noten plaatsvindt, wordt in de eerste maat van regel 2 voortgezet, maar dan via secundeschreden: es’-f’-g’-a’. Dit stijgende motiefje keert in de derde regel in dalende beweging terug:
De melodie werkt in de eerste drie regels toe naar het hoogtepunt in regel 3. Aan het einde van deze regel keert de melodie vrij abrupt terug naar de hoogte en de omvang van de eerste melodieregel.

De driekwartsmaat, de repeterende en de gepuncteerde noten kunnen wellicht verleiden om de melodie als een luchtig dansje te zingen. Dat is zeker niet de bedoeling. Als tempo-indicatie lijkt mij ± MM 116-120 voor de kwartnoot aan te bevelen.

Auteur: Jan Smelik

Met dank aan Pia Perkiö (Helsinki, Finland) en Sytze de Vries voor hun informatie.


Media

Video: Live-opname vanuit de Martinikerk Groningen, juni 2019. Uitvoerenden: Roden Girl Choristers o.l.v. Sonja de Vries, Sietze de Vries (orgel)