Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

725 - Gij boden rond Gods troon


Een eerste kennismaking

Een van de bekendste teksten uit het boek Openbaring zijn de woorden over de onafzienbare menigte, in het wit gekleed en de lof zingend voor Gods troon (Openbaring 7,9-17). Bij deze perikoop is een groot aantal liederen te vinden, waaronder Liedboek 725. Het is een vertaling van ‘Ye holy angels bright’ door Sytze de Vries (*1945). De Engelse tekst werd geschreven door Richard Baxter (1615-1691). Via tv-programma’s als Songs of Praise is het ook in Nederland bekend geworden.
Het is een lied waarin het zingen op allerlei manieren aan de orde komt. De inzet verwijst naar Jesaja 6, waarin we lezen dat de hemelse engelen voortdurend Gods lof zingen. In de tweede strofe herkennen we Openbaring 7: ‘de heiligen vanouds / die ons zijn voorgegaan’ zingen ons het lied voor. In de derde strofe worden ‘de heiligen van hier’, dat is de zingende gemeente, opgeroepen om te zingen van het nieuwe Jeruzalem. In de (onmisbare!) vierde strofe wordt duidelijk: ik mag zelf meezingen in dat grote koor: die ene gemeente in hemel en op aarde.
De melodie van John Darwall (1731-1789) is met zijn grote sprongen typisch Engels.
Het lied heeft in het Liedboek een plaats gekregen in de rubriek ‘Allerheiligen’, omdat de genoemde lezing uit Openbaring 7 op die dag een vaste plaats heeft, maar daarnaast is het lied ruim toepasbaar als openingslied en als loflied.

Auteur: Pieter Endedijk


Ye holy angels bright

Richard Baxter John Hampden Gurney
Sytze de Vries
John Darwall
Tune: DARWALL'S 148TH

Tekst

Herkomst van de tekst

Dit lied komt voor het eerst voor in Richard Baxters The Poor Man’s Family Book (1674) als ‘A Psalm of Praise, To the Tune of Psal. 148‘.

De genoemde melodie is in feite een verwijzing naar het karakteristieke metrum van deze psalm, ‘Give laud unto the Lord’, namelijk 6-6-6-6-4-4-4-4 (de cijfers staan voor het aantal lettergrepen per regel). Dit metrum kwam voor het eerst voor in de Old Version van de ‘Sternhold & Hopkins’, dat wil zeggen The Whole Booke of Psalmes, uitgegeven door Thomas Sternhold en John Hopkins in 1558. In The New Version van 1669 gaven Sternhold en Hopkins een eigen parafrase van deze psalm, ‘Ye boundless realms of joy’ en op het metrum van deze psalm schreef Baxter een paar jaar later zijn ‘Ye holy angels bright’. Het lied kende oorspronkelijk zestien coupletten, waarvan we de eerste vijf hieronder zien afgedrukt. Deze vijf vallen op omdat ze in de kantlijn karakteriseringen meekrijgen: ‘Angels’, ‘The glorified Saints’, ‘The World’, ‘The Church’, ‘My Soul’:

Het lied onderging in de loop der jaren vele tekstuele veranderingen. Zo werd het begin, ‘Ye holy Angels bright, / which stand before God’s Throne, / And dwell in Glorious Light, / praise ye the Lord each one’ in een versie die in 1871 in de bundel Church Hymns verscheen, vervangen door de regels die nu nog altijd gebruikt worden:

Ye holy angels bright,
who wait at God’s right hand,
or through the realms of light
fly at your Lord's command.

Een soortgelijke ingreep had al ruim dertig jaar eerder plaatsgevonden bij de resterende regels van de eerste strofe, ‘You there so nigh, / Fitter than we / Dark Sinners be, / For things so high’. Dat gebeurde in 1838 toen John Hampden Gurney (1802-1862) Baxters tekst had gebruikt voor twee hymns die werden opgenomen in A Collection of Hymns for Public Worship. Van de eerste hymne luidden de slotregels:

assist our song,
for else the theme
too high doth seem
for mortal tongue.

En voor de tweede hymne, waarvoor hij de strofen 8-16 van Baxter gebruikte, had Gurney bij zijn eerste strofe de slotregels geschreven die tegenwoordig als het einde van strofe 4 de hymn besluiten:

Let all thy days
till life shall end,
whate'er he send,
be filled with praise!

Van de oorspronkelijke zestien strofen van Baxter bleven er sinds het einde van de negentiende eeuw slechts vier in gebruik en deze zijn dus gedeeltelijk geschreven door Gurney. Deze vier strofen zijn dan te vinden in de reeds genoemde bundel Church Hymns en in het Supplement van de Hymns Ancient & Modern uit 1889. Het waren deze strofen die door Sytze de Vries als uitgangspunt voor zijn vertaling werden genomen:

Ye holy angels bright,
who wait at God's right hand,
or through the realms of light
fly at your Lord's command,
assist our song,
for else the theme
too high doth seem
for mortal tongue.

Ye blessed souls at rest,
who ran this earthly race
and now, from sin released,
behold your Savior’s face,
his praises sound,
as in his sight
with sweet delight
ye do abound.

Ye saints, who toil below,
adore your heavenly King,
and onward as ye go
some joyful anthem sing;
take what he gives
and praise him still,
through good or ill,
who ever lives!

My soul, bear thou thy part,
triumph in God above:
and with a well-tuned heart
sing thou the songs of love!
Let all thy days
till life shall end,
whate’er he send,
be filled with praise!

De eerste vertaling van dit lied is echter van de hand van Bernard Smilde (1922-2014), en die verscheen in de Zangbundel Johannes de Heer (editie 1991, nr. 775): ‘Gij eng’len die omhoog / staat voor de troon van God / of langs der wolken boog u haast / op zijn gebod’. Het is onduidelijk van welk jaar deze vertaling stamt. Wel is bekend dat Bernard Smilde ook een Friese vertaling verzorgde, ‘Jim, ingels foar Gods troan’ (Lieteboek, 2013, nr. 725). De vertaling van Sytze de Vries ‘dateert van 8 oktober 1999 en is gemaakt op verzoek van ds. Nell van de Sint Pieterskerk te Grouw, voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar, daar duidelijk de “Eeuwigheidszondag”’ (persoonlijke mededeling van Sytze de Vries). Deze verscheen voor het eerst in Zingend Geloven 8 (2004, nr. 18), daarna in de bundels Jij, mijn adem (2009, nr. 21), het eerste deel van Het liefste lied van overzee (2012, nr. 29) en in 2013 ten slotte ook in het Liedboek.

Inhoud

Dit lied is opgenomen in de rubriek Allerheiligen, en daar is ook alle reden toe. Op verschillende manieren en in een fraaie beweging komen de heiligen ter sprake: in strofe 1 als de ‘boden rond Gods troon’ (een verwijzing naar Openbaring 7,11, ‘Alle engelen stonden om de troon’) die daar met hun stem ons mensenlied dragen (vergelijk Openbaring 15,3), in strofe 2 als ‘de heiligen vanouds’, die mensen die ons reeds zijn voorgegaan (zie Hebreeën 11,8-13 en Openbaring 7,9-12), en in strofe 3 als de ‘heiligen van hier’, nog op de aarde maar verlangend naar het nieuwe Jeruzalem (ook op te vatten als een wat minder directe verwijzing naar Hebreeën 11,14-16). Met ‘de heiligen vanouds’ vormen zij samen de ene gemeente in hemel en op aarde. Ten slotte voegt de individuele gelovige zich in strofe 4 bij al de genoemde heiligen: ‘Ook ik zing volop mee de glorie van de naam’. Wij voegen onze eigen stem bij al die andere stemmen: die van de boden rond de troon uit strofe 1, het grote koor uit strofe 2, en bij de aardse stem van de heiligen van hier, in de hoop dat ons hele leven vol van gezang ‘om Hem’ mag zijn.

De vertaling van Sytze de Vries is niet heel letterlijk, maar in elke strofe herkennen we wel elementen uit het origineel. Zo komen we in strofe 1 de ‘holy angels’ 1 tegen als de boden rond de troon, herkennen we ‘through the realms of light / fly at your Lord’s command’ in ‘de weerglans verder draagt / op vleugels van het licht’. In de Engelse tekst passen de laatste drie regels van de eerste strofe – ‘for else the theme / too high doth seem / for mortal tongue’ – wonderbaarlijk goed bij de melodie die daar de hoogte in klimt. Dat is in de Nederlandse versie echter niet terug te vinden. Overigens bestaat strofe 1 in het origineel uit ‘one long, complicated, joyous, energetic sentence’ (Watson 1999, blz. 35), en dat heeft Sytze de Vries in het Nederlands wel fraai weten te realiseren.

In strofe 2 worden de ‘souls at rest’ weergegeven als de ‘heiligen vanouds’ en neemt ‘alle strijd voorbij’ de plaats in van ‘from sin released’. Mooi gevonden is in deze strofe ook de formulering ‘in ’t zoete licht van zijn gezicht’ van ‘as in his sight with sweet delight’. Strofe 3 staat het verst af van het origineel, maar in strofe 4 komt de vertaler er weer heel dicht bij. De romantische formulering ‘My soul, bear thou thy part’ klinkt in het Nederlands wat minder pathetisch: ‘ook ik zing voluit mee’, maar het ‘well-tuned heart’ is weer heel herkenbaar in ‘met hart en ziel’. De laatste regels zijn een vrijwel letterlijke vertaling van het origineel, tot en met het uitroepteken toe: ‘Let all thy days / till life shall end, / whate'er he send, /be filled with praise! Wordt: ‘dat tot het eind / mijn leven lang/ vol van gezang / om Hem mag zijn!’


Melodie

De melodie, geschreven door John Darwall (1731-1789), verscheen voor het eerst in de achttiende eeuw in de New Universal Psalmodist van Aaron Williams. Daarin was het de melodie bij Psalm 148, ‘Ye boundless realms of joy’, zoals de woorden van Sternhold en Hopkins in de New Version van de psalmen luidden. Door sommigen wordt beweerd dat Darwalls melodie in de eerste editie van deze bundel uit 1763 voorkomt, voorzien van een baslijn. In die editie staat bij Psalm 148 als melodie echter ‘Old 148’ vermeld en de psalm begint daarin nog met de woorden ‘Ye Tribes of Adam join’ (eerste editie, zie blz. 83). Zeker is echter dat de melodie enkele jaren later te vinden is in de vijfde editie uit 1770, in de tenor van een vierstemmige zetting die hieronder is afgedrukt (vijfde editie). In hedendaagse bundels staat de melodie in C, maar in de oorspronkelijke versie hieronder is ze dus in D-groot genoteerd. Wanneer de melodie voor het eerst gekoppeld werd aan ‘Ye holy angels bright’ heb ik niet kunnen achterhalen.
De melodie begint met een opeenvolging van sprongen door de drieklank op C heen: eerst een tertssprong, vervolgens een kwintsprong en ten slotte een grote sextsprong, wat aan de eerste regel een grote stuwing geeft. In de tweede regel daalt de melodie secundegewijs tot de d’, waarna het spel van sprongen opnieuw begint, maar nu een stapje hoger en tegelijk modulerend naar de dominant G-groot: een secundesprong, een sextsprong en ten slotte zelfs een octaaf omhoog naar d”. Vervolgens moduleert de melodie terug naar C, maar wordt tegelijk de stuwing doorgezet door drie achter elkaar secundegewijs opgevulde kwartafstanden: van g’ naar c”, van c’ naar f’ en van g’ naar c” (waarbij de laatste twee kwarten samen een stijgend octaaf vormen). In de laatste regel wordt de toonsoort C nog eens krachtig bevestigd door een soort circulatio rond c”, zeker als men de akkoorden erbij hoort die voor een harmonische cadens zorgen. Akkoorden zijn bij deze melodie eigenlijk niet weg te denken, de melodie is een mooi voorbeeld van klassieke, zuivere harmonische tonaliteit. Zij ligt daarom goed in het gehoor, is gemakkelijk zingbaar en wordt door haar karakter als heel feestelijk ervaren. Laat men de droge muziektheoretische analyse hierboven achterwege, dan zou men kunnen zeggen dat de metafoor die zich opdringt als we de muzikale (zang)ervaring van deze melodie willen karakteriseren – zowel mentaal als fysiek – die van de golven en de branding van de zee is: een golf die komt aanrollen in de eerste regel, zich terugtrekt in de tweede, opnieuw aanzwelt in de derde, even tot rust komt in de vierde. Een klein golfje tussendoor komt in de vijfde op ons toe, maar in de verte vormt zich vanuit de verre diepte een lange golf die aanzwelt in de zesde en zevende regel en over de kop gaat in de achtste regel.

Auteur: Erik Heijerman

Bronnen

J.R. Watson, The English Hymn. Oxford University Press 1999, i.h.b. 114-121.
J.R. Watson, ‘Ye holy angels bright’. Beschikbaar: The Canterbury Dictionary of Hymnology (geraadpleegd 12-12-2020).


Links

Klik hier voor 'Ye holy angels bright' door St. Paul's Cathedral Choir o.l.v. Malcolm Archer