Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

737 - Jeruzalem, mijn vaderstad


Een eerste kennismaking

Lied 737 is in oorsprong een zestiende-eeuws Engels lied, een speelse, argeloze en ontroerende tekst. Zoals Willem Barnard het zelf zegt, heeft hij in zijn bewerking dit lied over Jeruzalem naar de Schrift toe omgebogen. Zo is het visioen uit Openbaring 21 en 22 duidelijker aanwezig dan in het origineel, maar tegelijkertijd heeft het lied zijn balladekarakter behouden. Na een lofzang op het hemelse Jeruzalem (‘Daar zijn de muren transparant, / de straten parelmoer...’, strofe 6) ontmoeten we een stoet van heiligen ons voorgegaan: bijbelse personen, aan wie liederen zijn toegedicht: David, Maria, Simeon, Mirjam en Hanna, maar ook Johannes, omdat zijn Apocalyps één grote hymne is. Vervolgens zingen we ook de namen van mensen die in de eeuwen vanaf het begin van onze jaartelling tot in onze tijd hebben geleefd en van wie het lied nog in onze oren klinkt: Ambrosius, Luther en Bach, tot ‘de joden met hun ster...’, want ook het bittere lied uit de duisternis van de twintigste eeuw moet gehoord blijven.
De 21 strofen worden gezongen op een melodie van een Engels volkslied. Als dit gebeurt in wisselzang en met diverse vormen van begeleidingen is het aantal strofen niet te veel, want deze ballade kun je eigenlijk niet voortijdig afbreken.

Auteur: Pieter Endedijk


Van Jeruzalem

Hierusalem my happie home

Willem Barnard
Engeland 15e eeuw
Tune: THIS ENDRIS NIGHT

Tekst

De toelichting bij de liedtekst is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. De toelichting bij de melodie is nieuw geschreven voor deze website.

Engelse gezangenboeken schrikken niet terug voor een behoorlijk aantal liederen, ze zijn niet eenkennig en nemen ook graag teksten op die aan of over de grens van het leesgedicht liggen, ze zijn soms hartelijk scheutig als het gaat om volledigheid. Soms zou men wensen een Engelsman te zijn, een zoon van het land waar de literatuur wordt gewaardeerd. Zo vond ik in het mooie boek Congregational Praise de volledige tekst (26 strofen) van het laatmiddeleeuwse lied Hierusalem my happie home. In Hymns as Poetry, an anthology compiled by Tom Ingram and Douglas Newton (London 1956) is de oorspronkelijke tekst te vinden die overigens alleen in schrijfwijze verschilt van Erik Routley’s redactie in Congregational Praise.

Het is, zo meldt het opschrift A song made by F.B.P. to the tune of Diana. Dichter en zangwijs zijn onbekend. Maar het lied spreekt voor zichzelf. Het is in al zijn argeloosheid een ontroerend gedicht, dat spreekt van het heimwee dat alle gelovigen eigen is, verlangen naar Jeruzalem, dat wil zeggen: een waarlijk menswaardig bestaan. De angelsaksische boer heeft gehoord van de wonderbaarlijke weelde die kruisvaarders thuis uit Byzantium beschreven. De tekst getuigt van verrukte verbazing om zoveel oriëntaalse weelde, zeldzame kruiden, Byzantijns snoepgoed...!

Deze verrukking, zo eenvoudig en welsprekend tevens, is niet meer waar te maken. Wij zijn geen middeleeuwers meer! Maar een andere mogelijkheid staat open: wij kunnen dit lied over Jeruzalem ombuigen naar de bijbel toe. Openbaring 21 en 22 geven een visioen van ‘het nieuwe Jeruzalem’ en wij doen de dichter van Hierusalem my happie home geen onrecht als we van zijn tekst afwijken naar de Schrift toe. Te licht wordt het speelse van de middeleeuwse tekst Spielerei; te groot is de verleiding in kunstmatigheid te vluchten, wanneer de oprechte naïeviteit ontbreekt. Sophistication doesn’t pay! Daarom heb ik de Engelse tekst als bron van inspiratie met gepaste vrijmoedigheid misbruikt en vooral aan het slot eigen wegen gezocht! Tenslotte ben ik op eenentwintig strofen uitgekomen.

Merkwaardig is het, dat de aanhef van dit zestiende eeuwse lied zoveel lijkt op die van een Duits lied dat een eeuw later werd geschreven, door Johann Matthäus Meyfart (1590-1642). Van hem is (zie Liedboek 750) het bekende:

Jerusalem du hochgebaute Stadt,
wollt’ Gott ich wär in dir!

De Engelse anonymus schreef:

Hierusalem my happie home
Would God I were in thee...

In de oorspronkelijke tekst wordt gezinspeeld op de legende dat Saint Ambrose en Saint Augustine samen in beurtzang het Te Deum geïmproviseerd zouden hebben. Ook worden Old Simon and Zachary genoemd: de twee van wie, met het Magnificat van Maria, lofzangen in het evangelie van Lucas staan. En er wordt gesproken van...

... blessed Saints whose harmony
in every street does sing.

Elke straat namelijk van het nieuw Jeruzalem!

Bij het vertolken van het oude Engelse lied in hedendaags Nederlands heb ik Ambrosius getipt als auteur van het Te Deum, Simeon en Zacharias vermeld samen met Maria, Gregorius ingevoegd vanwege het gregoriaans, Johannes genoemd die tenslotte in de Apocalyps één grote hymne heeft nagelaten, en voorts the blessed Saints breedvoerig uitgewerkt op een manier die de vier eeuwen overbrugt waardoor wij van F.B.P. gescheiden zijn! Mijn strofen 18, 19 en 20 parafraseren het simpele ‘gezegende heiligen’ van de oorspronkelijke tekst. De tekst in het Liedboek is geheel gelijk aan die welke al in De Tale Kanaäns (Haarlem 1963, blz. 107) stond.

Auteur: Willem Barnard


Melodie

In The English Hymnal (1906, nr. 638) is het lied ‘Jerusalem, my happy home’ in drie secties verdeeld. Elk deel heeft een eigen melodie uit de Engelse traditie. Deze drie melodieën vertonen onderling weinig verband. Bij opname van Barnards bewerking in het Liedboek voor de kerken (1973) werd voor een andere melodie gekozen, eveneens uit de Engelse traditie: de Christmas Carol ‘This endere nyght I saw a syghth’. De oorsprong gaat terug naar de vijftiende eeuw en is genoteerd in het Bodleian Manuscrypt (tussen 1460 en 1490) , maar men koos voor de melodievariant zoals te vinden in The Oxford Book of Carols (Londen 1928; herziene uitgave 1964, nr. 39). Deze melodienotatie/variant is van Ralph Vaughan Williams (1872-1958). Een jaar eerder, in 1927, verscheen The Church Hymnary revised edition, waarin deze melodie voorkomt bij de Engelse tekst ‘Jerusalem, my happy home’.
De melodie in 6/4-maat valt in twee delen uiteen. Het eerste deel eindigt op de mediant (fis’). De eerste regel maakt melodisch een stijgende beweging, de overige regels vooral een dalende beweging. De openingsintervallen van elke regel doorbreken de melodische gang die hoofdzakelijk in secunden verloopt. Opvallend is het gepuncteerde ritme in de tweede regel.

In Engeland zingt men nu de tekst op de melodie SOUTHWELL van Herbert Stephen Irons (1834-1905).

In de tijd dat Barnard predikant was te Rozendaal (1961-1971) werd het lied gezongen op een dubbelmelodie die de cantor van de kerk, Evert Egberts (1910-2001), schreef. Aan deze melodieën gaf Barnard de voorkeur. ‘De liedboekopvatting bevordert bloemlezerij, wat bij dit ballade-achtige lied zeker niet de bedoeling kan zijn’ (Verzamelde liederen, blz. 411). De dubbelmelodie van Egberts is bewaard gebleven in het Oud-Katholiek Gezangboek (1990, nr. 698).

Een bespreking van alle melodieën bij deze tekst van Barnard is te vinden in de uitgave In wind en vuur (Middelburg 2021).

Auteur: Pieter Endedijk


Media

Uitvoerenden: Vocaal Ensemble Duodektet o.l.v. Christiaan Winter; Jacco Calis, bariton; Wim Dijkstra, orgel