Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

772 - Jesaja heeft eeuwen geleden voorzien


Een eerste kennismaking

De Amerikaanse dichteres en componiste Joy F. Patterson (*1931) schreef een lied rond enkele bekende Jesajateksten, waaronder die over de wolf en het lam die samen zullen weiden’ (Jesaja 65,25). Deze zin komt in de eerste strofe van het lied voor. De tweede strofe is gebaseerd op Jesaja 55,12-13. Elke strofe eindigt met een beeld van de tijd die ons is toegezegd.
In haar liedteksten toont Patterson een sterke maatschappelijke betrokkenheid; de thema’s van het conciliair proces van de Wereldraad van Kerken in de jaren tachtig van de vorige eeuw – vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping – herkennen we ook in dit lied.
De woorden werden geschreven op een bestaande melodie van Sydney Betram Carter (1915-2004). De melodieën van Carter zijn geworteld in de Amerikaanse folkmusic. Begeleiding met een gitaar is dan ook heel passend. De vertaling van Peter Booij werd in opdracht van de liedboekredactie geschreven.

Auteur: Pieter Endedijk


Isaiah the prophet has written of old

Joy F. Patterson
Peter Booij
Sydney Bertram Carter
Tune: JUDAS AND MARY

Tekst

Ontstaan en verspreiding

Aan de basis van ‘Isaiah the Prophet’ ligt het lied ‘His voice as the sound of the dulcimer sweet’, een lied van Joseph Swain uit 1791, overgeleverd met de tune ‘Samanthra’. De eerste strofe van dat lied luidde als volgt:

His voice as the sound of the dulcimer sweet,
Is heard through the shadows of death;
The cedars of Lebanon bow at his feet,
The air is perfumed with his breath.
His lips as the fountain of righteousness flow,
That waters the garden of grace;
From which their salvation the Gentiles shall know,
And bask in the smiles of his face.

En de tune luidde aldus:
Joy F. Patterson wilde, naar eigen zeggen, dit lied opnieuw als kerklied aan de gemeente geven en de sfeer van tekst en melodie tezamen brachten haar bij twee tekstfragmenten uit het boek Jesaja: allereerst de passage over de wolf en het lam die tezamen weiden (Jesaja 11,6-9) en vervolgens het slot van hoofdstuk 55:

Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten,
en alle bomen zullen in de handen klappen.
Doornstruiken maken plaats voor cipressen,
distels voor mirtestruiken.’ (55,12-13).

Het lied, werd in 1982 opgenomen in New Hymns for Children, een bijlage bij het tijdschrift Hymns van de Hymn Society of America. Het was een van de zeven prijswinnende liederen in een wedstrijd die werd uitgeschreven om nieuwe liederen voor kinderen te vinden die ook door volwassenen gezongen konden worden. In het bijbehorende interview vertelt Patterson hoe ze steeds probeert ‘om eenvoudige maar tijdloze taal te gebruiken en om oude christelijke geloofswaarheden in verband te brengen met de wereld van vandaag’.

Het lied werd in 1987 opgenomen in Psalter Hymnal van de Christian Reformed Church in North America en in 1990 in het Presbyterian Hymnal waar Patterson zelf aan meewerkte. Daarna verscheen het in meerdere bundels, ook buiten Amerika, waaronder in het Schotse Church Hymnary (4th Edition, 2005), zij het op een melodie van Sydney Bertram Carter. Het is deze versie, inclusief de voor Church Hymnary typerende gitaarakkoorden, die als basis diende voor het lied zoals het in het Liedboek is opgenomen, in een op verzoek van de Liedboekredactie door Peter Booij vervaardigde vertaling.

Vorm en inhoud

Het lied kent, doordat het op de melodie van Sydney Bertram Carter is gezet, nu vier strofen van vier regels, waarbij de laatste regel, gedeeltelijk en in zijn geheel, steeds wordt herhaald. De oorspronkelijke tekst bestond uit twee strofen van acht regels.

De eerste strofe was een hymnische parafrase van de genoemde passages uit Jesaja 11 en Jesaja 55 en luidde als volgt:

Isaiah the prophet has written of old 
how God's earthly kingdom shall come. 
Instead of the thorn tree the fir tree shall grow; 
the wolf shall lie down with the lamb. 
The mountains and hills shall break forth into song, 
the peoples be led forth in peace; 
for the earth shall be filled with the knowledge of God 
as the waters cover the seas. 

Dit visioen van vrede en gerechtigheid vindt haar contrast in de tweede strofe. Daar reageert Patterson op de beelden uit de profetie door er pijnlijk contrasterende beelden uit de actualiteit tegenover te zetten:

Yet nations still prey on the meek of the world,
and conflict turns parent from child.
Your people despoil all the sweetness of earth,
the brier and the thorn tree grow wild.

In plaats van de wolf en het lam dus conflicten waarbij ouders en kinderen van elkaar gescheiden raken en in plaats van geurende dennen wilde rozenbottels en doornstruiken.
De laatste vier regels van die tweede strofe zijn in de oorspronkelijke versie een gebed tot God om de komst van zijn Rijk (‘a Maranatha-prayer’): dan zal niemand nog verwonden of verwoesten, zullen wijsheid en gerechtigheid heersen in het land en mag Gods volk voortgaan in vrede:

Lord, hasten to bring in your kingdom on earth, 
when no one shall hurt or destroy, 
when wisdom and justice shall reign in the land 
and your people shall go forth in joy. 

Voor de opgeknipte versie heeft Patterson hier echter een verandering in de tekst doorgevoerd. Die luidt nu:

God, bring to fruition your will for the earth,
that no one shall hurt or destroy,
when wisdom and justice shall reign in the land
and your people shall go forth in joy, in joy,
and your people shall go forth in joy.

Het is daarmee een bede geworden om het vruchtbaar worden van Gods bedoeling met de aarde (zijn droom, verwoord in de Jesajaprofetie). De bede is dan dat, wanneer wijsheid en gerechtigheid het land zullen regeren en mensen zullen voortgaan in vrede, niemand nog zal verwonden of verwoesten,

Vertaler Peter Booij, die uitgegaan is van de in vier strofen opgeknipte versie, volgde de tekst van Patterson op de voet en vertaalde bijna woord voor woord. De eerste strofe brengt het visioen van de wolf en het lam, de doornstruik die wijkt voor de cipres en in de tweede strofe de zingende bergen en de ‘kennis van God’ die de aarde vervult als het water de zee. In de derde strofe volgt het contrast: het onderdrukken van de zwakken en de strijdende ouders en kinderen. De notie dat de mensen het goede van de aarde ‘plunderen’ (despoil) vertaalt Booij als ‘De aarde is ziek door de schuld van uw volk’.

In de vierde strofe volgt hij de tekstvariant, met een enigszins neutraal ‘geef dat op aarde gebeurt wat U wilt’, waardoor de verwijzing naar het vruchtdragen is verdwenen. Waar in Pattersons tekstvariant op dát moment ‘niemand zal verwonden en verwoesten’, is het bij Booij God die gevraagd wordt een einde aan onrecht en pijn te maken, opdat er een wereld van wijsheid en recht zal komen, ‘waar uw volk gelukkig kan zijn’.


Melodie

De om zijn folksong-stijl bekend staande componist Sydney Bertram Carter schreef de tune JUDAS AND MARY in 1964 voor een ballade getiteld ‘Said Judas to Mary’. De tekst, van Carter zelf, wordt gevormd door een denkbeeldige dialoog tussen Maria van Betanië en Judas Iskariot rond de zalving van Jezus’ voeten (Johannes 12,1-8). In dat lied eindigt iedere vierregelige strofe in de volgende structuur (voorbeeld genomen uit de eerste strofe):

‘I’ll wipe it away with my hair,’ she said.
‘I’ll wipe it away with my hair.’

De laatste zin van ieder mini-betoog krijgt zo een extra onderstreping. Deze vorm met herhaling is in Church Hymnary toegepast op de tekst van Patterson, toen men in deze bundel de melodie JUDAS AND MARY bij het lied plaatste. Daarmee is die vorm, die dus niet door de dichteres zelf bedacht is, ook in de Nederlandse vertaling gehanteerd.
Carters melodie staat in de Engelse folksong-traditie, inclusief de missende zesde toon uit de ladder van e-klein. Let er bij het zingen op dat de derde regel van de melodie begint als de eerste, maar anders afloopt. Aan het einde van de vierde regel kan een stijlvolle, eenvoudige harmonisatie – waarbij consequent Bm7 wordt gespeeld in plaats van het wellicht verleidelijke Bmaj7 – behulpzaam zijn om niet de leidtoon dis’, maar de naar dorisch neigende d’ te zingen. Voor wie de akkoordsymbolen niet machtig is, staat een uitgeschreven begeleiding van de componist zelf (op basis van dezelfde akkoorden) in de begeleidingsuitgave bij het Liedboek. Een iets andere versie, eveneens van de componist, is opgenomen in The New Century Hymnal (1995, nr. 210), klik hier.


Liturgische bruikbaarheid

Het lied is in het Liedboek opgenomen in de rubriek ‘Voleinding’. Met name de laatste regels, de ‘Maranatha’-bede als een roep om recht, geven daar alle aanleiding toe. In de late herfsttijd spelen bovendien de thema’s die Pattersons teksten zo sterk kleuren: vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Het lied kan echter ook in de daarop volgende adventstijd nog goede diensten bewijzen als de gebruikte perikopen uit het boek Jesaja gelezen worden. Verder kunnen de aangeraakte sociale thema’s aanleiding geven om ook op andere momenten in het jaar dit lied te zingen.

Auteur: Cees-Willem van Vliet