Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

799 - Kom, kinderen, niet dralen


Kommt, Kinder, lasst uns gehen

Gerhard Tersteegen
Muus Jacobse
Johannes Gijsbertus Bastiaans

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

De bijbelse notie dat het leven een uittrekken-in-Gods-Naam is, zonder te weten waar men komen zal, is bij piëtist Gerhard Tersteegen – en niet bij hem alleen gespecialiseerd tot de voorstelling van het leven als een pelgrimsreis naar de eeuwigheid. Zijn Ermunterungslied für Pilger verscheen voor de eerste maal in de derde druk van zijn Geistliches Blumengärtlein (Frankfurt 1738). Het telde 19 strofen, verdeeld in een eerste groep van tien – waarvan ik er zeven vertaald heb – en een tweede groep van negen – waarvan ik er vijf vertaald heb. De tweede afdeling begon met Kommt, Kinder, laßt uns gehen, / der Vater gehet mit. In de vertaling van Jan Jacob Lodewijk ten Kate (1819-1889), die sinds 1866 (de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen, nr. 274, in de ‘Hervormde Bundel 1938’ is het gezang 217) in de Nederlandse kerk gezongen is, waren van de eerste groep 3 en van de tweede 5 strofen vertaald. In het Evangelisch Kirchengesangbuch (1950, nr. 272) is weer een andere keuze gemaakt: vijf strofen van de eerste en zes van de tweede groep. Het oorspronkelijke lied is dus kennelijk, naar latere smaak, wat te lang uitgevallen, maar heeft niettemin blijvende indruk kunnen maken. Ik wil mijn keuze niet in bijzonderheden verantwoorden maar alleen vermelden dat de strofe, die bij mij 7 is (in het Liedboek is dat strofe 4, red.), noch bij Ten Kate noch in het EKG voorkomt. Mijn vertaling – of liever: bewerking, want er zit ook ‘idioom’ van mijzelf in – was een van de eerste die ik op ‘De Pietersberg ‘ gemaakt heb. Het was een ‘opdracht’ – ik heb nooit op eigen initiatief vertaald – maar een opdracht die mij boeide. Tersteegen heeft een ‘treklied’ gemaakt dat een wij-lied is, een lied waarin een ‘trekkende gemeente’ zichzelf nog steeds kan herkennen. Sociaal engagement vindt men er natuurlijk niet in, wel verbondenheid, zingende verbondenheid.

Auteur: Klaas Heeroma

NB.: In het Liedboek zijn ten opzichte van het Liedboek voor de kerken de strofen 1, 2, 3, 7, 8 en 12 opgenomen (red.).


Melodie

Bastiaans schreef deze melodie in 1866 voor de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen (Amsterdam 1868) onder nummer 274 met de oude vertaling van J.J.L. ten Kate, welke ook in de ‘Hervormde Bundel 1938’ compareerde als gezang 217. Ook kwam het lied in omloop met de tekst ‘Wil U, wier worst’lend strijden’ van Jan Pieter Heije (1809-1876). De vorm van de melodie is zoals vaker bij Bastiaans tweedelig: twee keer acht maten, die elk weer uiteenvallen in twee keer vier maten. Verrassend is dat in aansluiting op de verzen een onregelmatigheid in de zinsbouw valt te constateren, waardoor het lijkt alsof regels 5 en 6 zijn verwisseld. Hierdoor wordt de melodie van monotonie gered. Evenals bij Liedboek 23b is de drieklanksbreking in het begin hier passend; volgens de negentiende eeuwse opvatting geeft deze een ingetogen vrome stemming weer. Het voorspel dient dan ook akkoordisch te zijn.
Aanbevolen tempo: MM 108 voor de kwartnoot.

Auteur: Jan ten Bokum


Media

Uitvoerenden: Matinencantorij o.l.v. Wim Kloppenburg; Peter Ouwerkerk, orgel (strofe 1 en uit het Liedboek voor de kerken de strofen 4, 5) (bron: KRO-NCRV)