Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

800 - Wat zou ik zonder U geweest zijn


Was wär’ ich ohne dich gewesen

Novalis
Jan Wit
Halle 1704 (gewijzigd)
Die Tugend wird durchs Kreuz geübet

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

Dit is een nieuwe vertaling van Novalis’ lied Was wär’ ich ohne Dich gewesen, het eerste van een reeks van vijftien, dat in begin1799 ontstaan zal zijn. A. Schubart in zijn boek Novalis’ Leben, Dichten und Denken (1887) rekent het tot de adventsliederen. Maar, in Novalis’ eigen manuscript stond er alleen maar boven het lied: Ohne ihn und mit ihm. In de ‘Hervormde Bundel 1938’ kwam al een vertaling voor (gezang 224), maar wij meenden dat het beslist nodig was Novalis meer recht te doen wedervaren. De tekst van Novalis in zijn Geistliche Lieder heeft tien strofen. De vertaling in mijn bundel Ministeriale (Haarlem 1966, blz. 66-67) heeft er zeven, omdat het mij gelukt is enkele keren twee strofen tot één terug te brengen. Van deze zeven strofen zijn er tenslotte slechts vier in het Liedboek voor de kerken opgenomen. De laatste drie strofen uit Ministeriale heeft men toch maar liever niet in dat liedboek afgedrukt, terwijl ik in de eerste vier op verzoek van de commissie, zij het contre coeur, nogal wat wijzigingen heb aangebracht. Het is in dit bestek haast ondoenlijk om al die wijzigingen en de pro en contra’s ervan te bespreken. Wie zich hiervoor interesseert verwijs ik naar Ministeriale. Wat mij in de huidige tekstvorm vooral hindert is dat er veel minder doorkomt van de complexiteit der gevoelens die Novalis tot uitdrukking brengt. En dat is nu juist het nieuwe van de romantici, ook in hun geestelijke liederen.

In de Duitse kerken heeft Novalis in het geheel geen genade meer kunnen vinden. Er staan nog wel enkele van zijn liederen in sommige supplementen van de landskerkelijke uitgaven van het Evangelisches Kirchengesangbuch (in het Evangelisches Gesangbuch en bijbehorende Regionaltheile komt Novalis niet meer voor, red.), maar de puristen die de eigenlijke rompbundel hebben samengesteld vonden de dichter vermoedelijk te ketters. En inderdaad is het waar dat in de Hymne auf das Abendmahl waar NovalisGeistliche Lieder op uitlopen, een zeer merkwaardige symbolistische mystiek aan het woord komt die de aardse en de hemelse liefde nagenoeg gelijk stelt en sterk pantheïstische trekken vertoont. Die hymne is dan ook niet als kerklied gedacht en bestaat daarom geheel uit vrije poëzie. In de rijmende Geistliche Lieder echter staat Novalis heel wat dichter bij het geloof der gemeente. Ik ben dan ook van mening dat men door hem geheel uit de kerkboeken te weren een wezenlijke stem uit het polyfone koor der gelovigen van alle eeuwen zou onderdrukken. In zekere zin kan men zeggen dat in enkele van zijn liederen de moderne tijd en het moderne levensgevoel voor het eerst tot uitdrukking komen in het geestelijke lied.

Misschien is het toch interessant ook kennis te nemen van de drie weggelaten strofen; voor alle volledigheid volgen ze hier:

Eens zagen wij de afgrond gapen.
Der zonde vloek ontstelde ons hart.
Wij dwaalden als verloren schapen,
door lust en door berouw verward.
Zelfs liefdewerk was in onze ogen
een vrucht van haat en eigenwaan.
En wat wij hoorden uit den hoge
zei ons het naadrend oordeel aan.

Godlof, een Heiland, een bevrijder,
vol liefde en macht heeft ons gered.
De mensenzoon werd onze leider
en heeft ons hart in vlam gezet.
Toen ging voor ons de hemel open,
oorsprong en doel, zo ongedacht.
Geloven konden wij en hopen.
Wij wisten ons van Gods geslacht.

Nog blijft, door stralend licht omschenen,
de heilige beminde ons bij.
Zijn bitter lijden doet ons wenen,
zijn hoge liefde maakt ons vrij.
Alwie met ons zijn hand wil grijpen
is welkom, vriend en bloedverwant.
Zijn hartebloed doet allen rijpen
tot vrucht van ‘t hemels vaderland.

Auteurs: Jan Wit / Ad den Besten

NB.: In het Liedboek is de laatste strofe wel opgenomen.


Melodie

Voor een toelichting bij de melodie: zie Liedboek 245.


Media

Uitvoerenden: Zeeuws Vocaal Ensemble o.l.v. Kees van Eersel; Jaco van Leeuwen, orgel (strofen 1, 2) (bron: KRO-NCRV)