Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

835 - Jezus, ga ons voor


Jesu, geh voran

Nikolaus Ludwig von Zinzendorf
Ad den Besten
Adam Drese
Seelenbräutigam

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. 

Nikolaus Ludwig Graaf von Zinzendorf is als dichter bijzonder vruchtbaar geweest. Er bestaan meer dan 2000 liederen van hem. Vele ontstonden spontaan in de zangdiensten (Singstunden) van de gemeente te Herrnhut. Dat is ook wel de oorzaak, dat ze vaak naar vorm en inhoud lang niet volmaakt waren. Christian Gregor (1723-1801), die onder andere te Zeist werkzaam is geweest, heeft veel liederen van Zinzendorf bewerkt en bruikbaar gemaakt. In het tegenwoordige Duitse gezangboek van de Broedergemeente komen nog 176 liederen van Zinzendorf voor, in het gezangboek van de Broedergemeente in Nederland 67. (In het nieuwe Duitse Gesangbuch der Evangelische Brüdergemeine komt zijn naam bij 100 liederen voor, red.) Slechts enkele van zijn liederen zijn buiten de Broedergemeente bekend geworden. Dit gebedslied over de navolging van Christus neemt hieronder wel de eerste plaats in. Het is door vele kerken overgenomen en gemeengoed van de christelijke kerk geworden.

Christian Gregor stelde het lied Jesu, geh voran / auf der Lebensbahn samen uit twee van Zinzendorfs liederen. De strofen 1, 3 en 4 zijn ontleend aan Seelenbräutigam, / o du Gotteslamm (strofen 10, 4, 11) en strofe 2 aan Glanz der Ewigkeit, / Gott und Herr der Zeit (strofe 10). Gregor veranderde tevens de ‘ik’-vorm in de ‘wij’-vorm, waardoor het lied duidelijk aan waarde als gemeentelied heeft gewonnen.

Het lied Seelenbräutigam, / o du Gotteslamm werd in 1721 gedicht (August Gottlieb Spangenberg: Leben des Herrn Nikolaus Ludwig Grafen und Herrn zu Zinzendorf und Pottendorf... (1772, blz. 201). Joseph Th. Müller vermeldt in zijn Hymnologisches Handbuch zum Gesangbuch der Brüdergemeine (1916), dat Zinzendorf dit lied september 1719 te Utrecht auf die Fürstin von Oranien dichtte. Dit berust echter op een vergissing, ontstaan door de verwarring met een ander lied van Zinzendorf. Om een andere verwarring te voorkomen: dit lied van Zinzendorf heeft alleen het bijna gelijkluidende begin gemeen met Seelenbräutigam, / Jesu Gotteslamm van Adam Drese, aan welk lied de melodie haar naam ontleent. Het lied Glanz der Ewigkeit, / Gott und Herr der Zeit ontstond mei 1721 in Berlijn, tijdens een bezoek van Zinzendorf aan zijn moeder.

Beide liederen vinden wij voor het eerst in het zogenaamde Berthelsdorfer Gezangboek Sammlung Geistlicher und lieblicher Lieder, Eine grosse Anzahl der Kernvollesten alten und erwecklichsten Neuen Gesänge enthaltend (Leipzig 1725). Zij zijn niet in Nederlandse vertaling verschenen.

Het uit deze liederen samengestelde lied Jesu, geh voran / auf der Lebensbahn verschijnt in deze vorm voor het eerst in het door Christian Gregor verzorgde Gesangbuch zum Gebrauch der evangelischen Brüdergemeinen (Barby 1778). De eerste Nederlandse vertaling, echter alleen van de strofen 1 en 2, komt voor in Aanhangsel tot de Lofzangen en Geestelijke Liederen der vereenigde Evangelische Broedergemeente (Zeist 1856).

De eerste volledige Nederlandse vertaling is opgenomen in Geestelijke Gezangen ten gebruike van de Gemeenten der Evangelische Broederkerk in het Kaapland (Genadedal 1880, vijfde uitgave) en in Nederland zelf in Christelijke Liederen, uitgegeven vanwege het Ned. Luthersch Genootschap voor in- en uitwendige zending (1904, nr. 159), in de vertaling van Johannes Elias Schröder (1851-1930), welke in het Gezangboek der Evangelisch-Lutherse Kerk (1955) stond als lied 196 met veranderde strofe, zoals trouwens ook in de ‘Hervormde Bundel 1938’ de vierde strofe gewijzigd is, maar weer anders (gezang 222).

Ad den Besten zorgde voor een voortreffelijke nieuwe vertaling, die voor het eerst in het Gezangboek van de Evangelische Broedergemeente in Nederland (1968, nr. 490) is gepubliceerd.

Het lied leent zich evengoed voor algemeen gebruik als voor bijzondere gelegenheden (het wordt onder andere gezongen, zowel bij huwelijksinzegeningen, als ook bij begrafenissen). Het is in zijn eenvoud voor ontelbaar velen tot troost en steun geworden. Enkele regels eruit waren soms het laatste gebed van een stervende: ‘Leid ons aan uw hand naar het vaderland’.

Auteur: Hans Hugo Rapparlié


Melodie

Van Adam Drese stamt deze, uit de ‘Hervormde bundel 1938’ reeds bekende, melodie bij de tekst van Zinzendorf. Drese was in zijn tijd kapelmeester te Weimar, Jena en Arnstadt en naast zijn muzikale werkzaamheden een ijverig piëtist, die bij zich thuis religieuze samenkomsten hield en veel opwekkingslectuur schreef. Onder de titel Seelenbräutigam is ons lied voor het eerst in 1698 te Darmstadt uitgegeven door de predikant Philipp Zuehlen in het Geistreiches Gesangbuch, een voorloper van het gezangboek Freylinghausen. Het interessante ritme van dit lied is gelukkig – evenals in het EKG – in een overzichtelijker driedelige maatsoort genoteerd dan in de ‘Hervormde Bundel1938’. De moeilijkheden met het te vroeg beginnen bij de regels 2, 3 en 6 (ook organisten hadden er moeite mee!) zijn nu hopelijk opgelost als men het begin van de regels niet als opmaat behandelt en de rusten in acht neemt.

Auteur: Bernhard Steinvoort


Media

Uitvoerenden: Vocaal Ensemble Cantate o.l.v. Richard Vos; Hendrik Jan de Bie, orgel