Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

836 - O Heer die onze Vader zijt


Een eerste kennismaking

Een geliefd lied uit het Liedboek voor de kerken (gezang 463). Dat heeft vooral met de melodie te maken. In het liedboek uit 1973 staat bij dit lied een melodie van Frederick Charles Maker. Al bij verschijnen van dat liedboek was er discussie: is deze melodie niet te week voor gemeentezang? Het is niet vanwege die discussie dat voor het huidige liedboek een andere melodie is gekozen. Met de melodie die nu bij deze tekst staat respecteren we de tekst-melodie-combinatie zoals die in Engeland bestaat. De melodie van Maker wordt vooral in de Verenigde Staten gebruikt. De majestueuze melodie van Charles Hubert H. Parry (1848-1918) is afkomstig uit zijn oratorium ‘Judith’ bij de ballad ‘Long since Egypt’s plenteous land’.
Het lied is goed bruikbaar bij het verhaal over de wonderbare broodvermenigvuldiging, Matteüs 14,13-21 en parallelle perikopen (zie vooral strofe 3).
Voor organisten: de fraaie harmonisatie van Parry (zie de begeleidingsbundel) is onmisbaar!

Auteur: Pieter Endedijk


Dear Lord and Father of mankind

John Greenleaf Whittier
Jan Willem Schulte Nordholt
Charles Hubert H. Parry
Tune: REPTON

Tekst

Herkomst en verspreiding van de tekst

Dit internationaal beroemde lied werd geschreven door de Amerikaanse Quaker en journalist John Greenleaf Whittier (1807-1892). Het werd voor het eerst gepubliceerd in 1872 in het tijdschrift Atlantic Monthly, en in datzelfde jaar ook nog in Whittiers The Pennsylvania Pilgrim, and Other Poems. De liedtekst begint daar op blz. 89 (klik hier).

Het lied, in Groot-Brittanië door de kijkers van Songs of Praise ooit gekozen als behorend tot de top van ‘The Nation’s Favourite Hymns’, was oorspronkelijk niet als een hymne bedoeld. Whittier beschouwde zichzelf zelfs helemaal niet als een hymnschrijver: ‘I am not really a hymn-writer for the good reason that I know nothing of music. Only a very few of my pieces were written for singing’ (Ian Bradley, Abide with me. The World of Victorian Hymns. London 1997, 171). De hymne die wij nu kennen heeft dan ook een bijzondere geschiedenis. In The Pennsylvania Pilgrim is het namelijk een onderdeel van een veel langer gedicht, ‘The Brewing of Soma’, dat zeventien strofen kende. De laatste zes daarvan zijn de coupletten van ‘Dear Lord and Father’, waarvan de tekst oorspronkelijk luidde:

Dear Lord and Father of mankind,
Forgive our foolish ways!
Reclothe us in our rightful mind,
In purer lives Thy service find,
In deeper reverence, praise.

In simple trust like theirs who heard
Beside the Syrian sea
The gracious calling of the Lord,
Let us, like them, without a word,
Rise up and follow Thee.

O Sabbath rest by Galilee!
O calm of hills above,
Where Jesus knelt to share with Thee
The silence of eternity
Interpreted by love!

With that deep hush subduing all
Our words and works that drown
The tender whisper of Thy call,
As noiseless let Thy blessing fall
As fell Thy manna down.

Drop Thy still dews of quietness,
Till all our strivings cease;
Take from our souls the strain and stress,
And let our ordered lives confess
The beauty of Thy peace.

Breathe through the heats of our desire
Thy coolness and Thy balm;
Let sense be dumb, let flesh retire;
Speak through the earthquake, wind, and fire,
O still, small voice of calm!

Het was William Garrett Horder die deze strofes ontdekte en er de mogelijkheid in zag er een aparte hymn van te maken. Hij nam ze op in zijn Congregational Hymns uit 1884, zij het met enkele kleine tekstuele veranderingen. In de meeste hymnbundels wordt het vierde couplet hierboven meestal weggelaten. De vertaling door J.W. Schulte Nordholt van de vijf coupletten die dan overblijven, verscheen voor het eerst in de proefbundel 102 Gezangen (nr. 71), werd vervolgens opgenomen in het Liedboek voor de kerken uit 1973 (gezang 463), en staat nu in het Liedboek.
Er bestaat overigens nog een recentere (vrije) vertaling van dit lied, ‘O God van al wat leeft, vergeef’. Deze werd gemaakt door Sytze de Vries en verscheen in Het liefste lied van overzee, deel 2 (2015, nr. 45), ook met de melodie van Parry.

Inhoud

Zoals gezegd vormde dit lied het slot van Whittiers gedicht ‘The Brewing of Soma’. Soma was in de Vedische religie een heilige, rituele drank met hallucinerende eigenschappen. Whittier had hiervan vernomen door een boek van de antropoloog Max Müller, waarin hij een uitspraak had gevonden van de hindoestaanse profeet Vashista die hij boven zijn gedicht citeert: ‘These libations [drankoffers] mixed with milk have been prepared for Indra: offer Soma to the drinker of Soma’. In de vierde strofe wordt duidelijk waar het in de rituelen om gaat, namelijk om ‘sacred madness’, ‘a storm of drunken joy’:

Drink mortals, what the gods have sent
Forget you long annoy.”
So sang the priests. From tent to tent
The Soma’s sacred madness went,
A storm of drunken joy.

Vlak voor ‘Dear Lord and Father’ begint, klinken de woorden: ‘In sensual transports wild as vain / We brew in many a Christian fane [tempel] / The heathen Soma still!’ Vermoedelijk bedoelde Whittier hiermee de extase die ook wel in bepaalde christelijke kringen werd gezocht met behulp van ‘music, incense, vigils drear, / And trance, to bring the skies more near, / Or lift men up to heaven!’ Jan Willem Schulte Nordholt vermeldt in zijn commentaar bij dit lied in het Compendium bij het Liedboek voor de kerken dat het geluid van een opwekkingsbijeenkomst bij Whittier in de buurt hem dusdanig had geërgerd dat hij ’The Brewing of Soma’ schreef. Whittier vraagt voor deze gebruiken in wat de eerste strofe van ‘Dear Lord and Father’ is geworden, vergeving: ‘Forgive our foolish ways’, maar omdat de context in het lied niet meer aanwezig is, heeft ‘O Heer die onze Vader zijt, / vergeef ons onze schuld’ nu een heel algemene betekenis gekregen. De inhoud is nu, geheel in lijn met de levenswijze van de Quakers, een gebed geworden om een zuiverder leven, een diepere verering en het eenvoudige vertrouwen dat de eerste discipelen hadden toen ze naar Jezus luisterden in de heuvels langs het Meer van Galilea. Niet de extase is een manier om in contact met God te komen, maar het sobere leven, de stilte, de zelfverloochening.

De vertaling van Schulte Norholt volgt een strak rijmschema: ABAABB, dat consequent volgehouden wordt, maar is inhoudelijk gezien (in zijn eigen woorden) ‘nogal vrij’. Zo spreekt Whittier over ‘our foolish ways’ (onze dwaalwegen), maar in de vertaling (‘vergeef ons onze schuld) worden we eerder herinnerd aan een bede uit het Onze Vader, Mattheüs 6,12. In de tweede strofe wordt net als in het origineel verwezen naar het verhaal van de roeping van Simon en Andreas uit Mattheüs 4,18-22, maar in de derde strofe wijkt Schulte Nordholt het meest af. Daarin spreekt Whittier eigenlijk over Jezus, die met de Vader de stilte van de eeuwigheid deelt’ (‘Where Jesus knelt to share with Thee / The silence of eternity’). Schulte Nordholt spreekt over Jezus die ‘de mensen liefhad en genas’, en brengt zo een sociaal element in ‘om de fijne geestelijkheid van het lied niet te zeer te laten vervluchtigen, maar te binden aan de aarde’. Hij heeft daarbij naar eigen zeggen (zie zijn commentaar in het Compendium bij het Liedboek voor de kerken, 1977, k. 1062) gedacht aan de ‘Honderd Gulden prent’ van Rembrandt, waarop vier passages uit Matteüs 19 zijn afgebeeld, onder andere de genezing van zieken:

De laatste twee coupletten volgen vrij nauwgezet de essentie van het origineel. Daarbij wordt in strofe drie gerefereerd aan Johannes 6,1.3.10 (de spijziging van de vijfduizend) en Johannes 20,19.26. In de vertaling van de vierde strofe verschijnen de ‘still dews of quietness’ als de mooi gevonden ‘stille dauw van rust’. In ‘And let our ordered lives confess / The beauty of Thy peace’ moeten onze ordentelijke levens die de schoonheid van Gods vrede belijden echter plaatsmaken voor het innerlijk, dat zich bewust is van ‘hoe schoon uw vrede is’. In het vijfde couplet is in de vertaling geen ruimte voor de aardbeving (‘Speak through the earthquake, wind, and fire’), maar wel voor een mooie alliteratie die in het origineel mist: ‘O still, small voice of calm!’ wordt: ‘o stille stem in ‘t hart’, een verwijzing naar 1 Koningen 19,11-13, waar de Heer niet in een windvlaag of een aardbeving of het vuur aan de profeet Elia verschijnt, maar in ‘het gefluister van een zachte bries’.


Melodie

De melodie die door Horder in 1884 oorspronkelijk aan het lied gekoppeld werd, was REST, door Frederick Charles Maker (1844-1927) eerder geschreven voor de hymn ‘There is an hour of peaceful rest’. Dit is de melodie die in het Liedboek voor de kerken uit 1973 gebruikt is (gezang 463). In het huidige Liedboek is gekozen voor de melodie die door Dr. George Gilbert Stocks in 1924 aan ‘Dear Lord and Father’ werd gekoppeld, de melodie genaamd REPTON. Stocks, ‘music master’ van Repton School, nam die melodie over van de aria ‘Long since in Egypt’s plenteous land’ uit het oratorium Judith, in 1888 geschreven door Sir Charles Hubert H. Parry (klik hier om de aria te beluisteren). Stocks publiceerde deze in Repton School: Hymns for Use in Chapel. Beide melodieën bleken een gelukkige combinatie met de tekst, en zorgden voor een wereldwijde verspreiding van de hymn.

De melodie REPTON begint met een stijgende kwintsprong van es’ naar bes’, die meteen de aandacht trekt, en vervolgt met een ‘circulatio’ rond de bes’, waarna aan het einde van de regel een spiegeling plaatsvindt van de aanvankelijke kwintsprong, die nu daalt van bes’ naar es’. De tweede regel, die men als nazin bij de eerste regel kan opvatten, begint vervolgens met de kwartsprong es’-as’, waarna de as’ ‘oplost’ naar g’, een halvetoonsafstand, die weer gevolgd wordt door een spiegeling in de halvetoonsafstand d’-es’. Daarop volgt nog een spiegeling, namelijk van de stijgende kwart aan het begin, die nu dalend wordt: es’-bes’. Daarna begint de melodie te stijgen met behulp van twee kwintsprongen (c’-g’ en d’-as’), gevolgd door een grote sextsprong es’-c”, om vervolgens nog door te stijgen naar de hoge es”, waarna een grotendeelse herhaling volgt van de eerste regel, zowel melodisch als ritmisch. Inmiddels heeft de melodie de omvang van een octaaf plus een kwart behaald: bes-es”. De laatste regel is een soort echo, waarin de laatste tekstregel wordt herhaald, nu met een dalende sext erin, met als effect een bevestiging of diepere bewustwording van de tekst. De melodie komt eindelijk tot rust, wat goed past bij het woord ‘calm’ van het origineel en de ‘stille stem in ’t hart’ uit de vertaling. Hubert Parry schreef de prachtige melodie in zijn oratorium met een kleurrijke harmonie erbij. Het is noodzakelijk deze te gebruiken, en de melodie tegen de achtergrond daarvan te horen en te begrijpen.

Auteur: Erik Heijerman


Media

Video: ‘Dear Lord and Father of mankind’ door The Choir of the Abbey School, Tewkesbury