Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

846 - De wijsheid van vóór alle tijden


Jan Wit
Tera de Marez Oyens

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. 

De spreuk, de masjaal, is in de hebreeuwse literatuur ongetwijfeld een poëtisch genre. Maar hieraan moet onmiddellijk worden toegevoegd dat de poëzie der spreukendichters het proza van de overige wijsheidslitteratuur het meest nabijkomt. In het Spreukenboek van Salomo vinden we meestal een aantal geheel op zichzelf staande spreuken, zij het bij tijd en wijle reeksen van verwante spreuken, bijeen gebracht. In Spreuken 8,1 tot 9,6 vinden we niet alleen een aantal verwante spreuken, maar een tamelijk samenhangend loflied op de wijsheid (latijn: sapientia). Zij wordt beschreven als een hoge, in zekere zin hemelse vrouwe die de mensenkinderen als leidsvrouw uitnodigt haar te volgen en als gastvrouw om aan haar hof te verkeren. Intussen, na deze visionaire woorden worden haar ook een aantal praktische gezegden over de tegenstelling van wijsheid en dwaasheid in de mond gelegd. Deze meer praktische en nuchtere gedeelten van de perikoop, hoe zinnig ook, heb ik in mijn herdichting van het lied over de wijsheid overgeslagen.

Strofe 1 is een weergave van Spreuken 8,1-3. De verzen 4-22 zijn niet herdicht, maar in zekere zin vrij en persoonlijk geparafraseerd in strofe 2. In vers 23-31 beschrijft de wijsheid, die nu toch wel onthuld wordt als de goddelijke wijsheid, zich als een pre-existent wezen waar de Schepper zich al van eeuwigheid in verheugd heeft en dat al zijn scheppingsdaden heeft begeleid. Dit gedeelte is weergegeven in strofe 3 en 4a. In strofe 4b blijkt dan dat deze goddelijke wijsheid, deze hemelse vrouwe toch mede bestemd is voor de mensenkinderen. Men kan deze halve strofe beschouwen als een vrije samenvatting van vers 32-36. De strofen 5 en 6 zijn tenslotte een weergave van hoofdstuk 9 vers 1-6.

Het is niet verwonderlijk dat de oudkerkelijke theologie en die van de middeleeuwen, ja zelfs ook nog vele reformatorische exegeten, deze beschrijving van de wijsheid als een pre-existent en bij God behorend wezen hebben uitgelegd als een christologische passage in het Oude Testament. Zij zagen verwantschap met de proloog van het Johannes-evangelie en vergeleken het feestmaal in het paleis van de wijsheid gaarne met het avondmaal. Als dichter heb ik mij veeleer laten leiden door literaire dan door theologische tradities. Vooral de gedichten en de theoretische beschouwingen over de hoofse liefde zoals wij die uit de twaalfde en dertiende eeuw kennen, vertonen sterke sapiëntiële trekken. Het ideaal van de ‘dame’ (domina), zij het de princesse lointaine dan wel de nabije maar toch vrijwel onbereikbare vrouwe die de troubadour dient, wordt voortdurend met deze godmenselijke wijsheid vergeleken. En het paleis met de zeven pilaren staat model voor het cour d’amour. De nawerking van deze passage is in de moderne tijd nog terug te vinden in de titel van het beroemde boek van Lawrence of Arabia: The Seven Pillars of Wisdom.

De zevenregelige strofevorm van dit lied komt niet overeen met de klassieke Duitse kerkliedstrofe, en is waarschijnlijk tot nog toe als kerklied nog nooit in deze vorm gebruikt. In de proefbundel 102 gezangen (1964) kwam dit lied voor onder nummer 6 en in Ministeriale (Haarlem 1966) stond het ook (blz. 28, 29).

Auteur: Jan Wit


Melodie

Jan Wits ‘De wijsheid van voor alle tijden’ inspireerde mij tot een statige, marsachtige melodie. Het is zaak de achtste noten niet te nonchalant en te vlug te zingen. Zij zijn hier geen versiering, maar een wezenlijk onderdeel van de melodische lijn. Een punt dat misschien ook gevaar voor ruw zingen oplevert zijn de twee kwartnoten bij ‘tijden’, ‘scheiden’, ‘treden’ en ‘steden’. De tweede kwartnoot moet steeds een fractie zachter gezongen worden.

Auteur: Tera de Marez Oyens


Media

Uitvoerenden: Sweelinckcantorij o.l.v. Christiaan Winter; Eric Jan Joosse, orgel (bron: KRO-NCRV)