Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

848 - Al wat een mens te kennen zoekt


Een eerste kennismaking

Op de zondagen na Epifanie wordt in het A-jaar aan de lezingen van het Gemeenschappelijk Leesrooster het epistel toegevoegd dat het Oud-Katholiek Lectionarium aanreikt. In deze weken is dat een min of meer doorgaande lezing uit de eerste Korintebrief. Deze tweede lezing staat inhoudelijk los van het evangelie, maar het is goed om regelmatig de brieven in de liturgie te laten klinken. Dit kan ook in de vorm van een lied. Zo’n lied kan gezongen worden op de plaats van de epistellezing, maar ook na de preek of als slotlied.
In dit lied van de dominicaan Henk Jongerius komt 1 Korintiërs 2,6-11 tot klinken. Een lied dat het zoeken naar het geheim en de verborgenheid van God verwoordt (vergelijk 1 Korintiërs 2,7 met strofe 1). De bekende woorden uit 1 Korintiërs 2,9 – ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord (…) dat heeft God bestemd voor wie Hem liefhebben’ – vinden we terug in het tweede couplet.
De doxologie waarmee de laatste strofe begint, klinkt wel erg vanzelfsprekend, maar de fraaie laatste zinnen van dit couplet geven daaraan toch een bijzondere kleur.
Dit lied kan ook gebruikt worden als de genoemde Bijbeltekst niet gelezen wordt. Epistelliederen zijn in het algemeen ruim toepasbaar, bijvoorbeeld als gezongen epistel als er geen epistellezing is.
De melodie is afkomstig uit het Scottish Psalter waarin alle psalmen in een vast metrum zijn geschreven. De bijbehorende melodieën zijn dan ook uitwisselbaar, wat praktisch gestalte krijgt in een psalmboek waarbij de pagina’s in het midden horizontaal zijn doorgesneden! Zie de afbeelding bij de melodiebespreking.

Aiteur: Pieter Endedijk


Henk Jongerius
Scottish Psalter 1634
Tune: CULROSS

Tekst

Ontstaan en verspreiding

In 1971 verscheen als uitgave van de Katholieke Bijbelstichting en de Nationale Raad voor Liturgie (N.R.L.) een klein bundeltje met als titel: Bijbels liedboek. Het bevat – naast gebedsteksten – 46 liedteksten van de dominicaan Henk Jongerius. Negentien ervan blijken inmiddels in de vergetelheid geraakt. Het betreft hier met name teksten en muziek, die in de jaren zeventig de jeugd als doelgroep hadden en aftrek vonden bij de jongerenkoren toentertijd. De overige 27 zijn, soms na lichte of ingrijpende wijziging, uiteindelijk blijvertjes gebleken.
Het lied ‘Al wat een mens te kennen zoekt’ stond ook al in dat Bijbels liedboek (nr. 28). Daaruit is het, in dezelfde combinatie van tekst en melodie, opgenomen in Door mensen verwoord (Hilversum 1985), een uitgave met twintig liederen van Henk Jongerius op oude Engelse melodieën met een vierstemmige zetting (nr. 15). Het lied is verder te vinden in het Oud-Katholiek Gezangboek (1990, nr. 817). Uit deze bundel werd het overgenomen voor het Liedboek, maar met enkele melodische afwijkingen. Ten slotte vinden we het lied in Voor wie gedenken, de bundel met de verzamelde liturgische gezangen van Jongerius (Utrecht 2016, blz. 303).

Inhoud

Het zijn de grote, fundamentele levensvragen die ieder weldenkend mens zich wel eens stelt: waar kom ik van vandaan? Waar leef ik naar toe? Wat is de zin van mijn bestaan? Deze vragende, zoekende mens komt in dit lied aan bod. Een duidelijk, afdoend antwoord – zo blijkt al uit de eerste strofe – is niet te geven: ‘het ligt verhuld in uw geheim’. Het is opvallend dat Jongerius zelf – dit in tegenstelling met het Liedboek – ‘geheim’ steeds consequent met een hoofdletter schrijft. Dat Geheim wordt in de laatste regel van de eerste strofe gekwalificeerd als ‘eind en begin’ - een onverwachte volgorde! Ter wille van het rijm? Veel overtuigender klinkt het wanneer in de laatste strofe ervan gezegd wordt dat het ‘aan de oorsprong staat en in het eind ons wacht’.

Het is niet moeilijk te raden op welke pagina Jongerius zijn bijbel open had liggen, toen hij deze tekst schreef. Het is de eerste brief van Paulus aan de christenen van Korinte en daarvan hoofdstuk 2 de verzen 6 tot 11. De apostel spreekt daar over ‘Gods verborgen en geheime wijsheid’ (1 Korintiërs 2,7). In de volgende twee strofen blijft de dichter cirkelen rond dat idee van ‘Gods geheim’. Met het ‘wat geen oog heeft gezien, geen oor gehoord’ citeert hij Paulus (1 Korintiërs 2,9) om daarna met eigen woorden dat geheim heel beeldend te omschrijven als ‘ternauwernood vermoed en aarzelend verwoord’. Ook in de rijkdom van de schepping rondom ons kan een mens mogelijk God op het spoor komen (strofe 3).

Maar wat als wij het niet meer zien, als we het spoor bijster raken ? Dan rest ons niets dan een gebed om bemoediging en om ons open te blijven stellen voor de Geest, ‘die doven horen doet’ en die – om met Paulus te spreken – alles doorgrondt, ‘ook de diepten van God’ (1 Korintiërs 2,10). Zoals Jongerius wel vaker doet, geef hij, zoals bij een hymne, zijn slotstrofe de vorm van een doxologie. In de verzamelbundel van zijn teksten, die onder de naam Voor wie gedenken in 2016 verscheen, heeft Jongerius de twee laatste strofen, vasthoudend aan de inhoud, als volgt herschreven:

tekstversie in Liedboek tekstversie in Voor wie gedenken

Als wij uw sporen bijster zijn,
Heer, geef ons denken moed;
leer ons te luisteren naar de Geest
die doven horen doet.

Eer aan de Vader, Zoon en Geest,
aan de drie-ene macht:
geheim dat aan de oorsprong staat
en in het eind ons wacht.

Als wij uw tekens niet meer zien,
geef ons dan levensmoed;
leer ons vertrouwen op de Geest
die licht ontluiken doet.

Eer aan de Vader, Zoon en Geest,
aan de drie-ene Naam,
de adem die ons gaande houdt,
de bron van ons bestaan.

Liturgische bruikbaarheid

Het zal duidelijk zijn dat de liedtekst ‘Al wat een mens te kennen zoekt’ niet met het oog op een bepaalde liturgische periode of feestdag is geschreven. Het Liedboek neemt het op binnen de categorie ‘Levensreis’. Wordt in een liturgische viering 1 Korintiërs 2,6-11 gelezen, dan is dit lied uiteraard bijna een must. Maar er zijn zeker meer liturgische momenten denkbaar waarop dit lied een passende keuze kan zijn, zeker ook als er sprake van 'de Geest van waarheid’, die ons tot de volle waarheid leiden zal (Johannes 16,7-15). Het lied kan zeker ook een plaats krijgen binnen de uitvaartliturgie.

Auteur: Gerard Kock


Melodie

Scottish Psalter

Reeds in de loop van de zestiende eeuw werd Schotland beïnvloed door de reformatie. In Gude and Godlie Ballatis, waarvan de oorspronkelijke uitgave moet teruggaan tot ±1540, vindt men de eerste metrische psalmen in de landstaal. Deze bundel heeft een duidelijk Lutherse signatuur: 24 liederen zijn vertalingen van Duitse gezangen.
Spoedig kreeg de protestantse kerkdienst in Schotland een meer calvinistisch karakter en werden vooral psalmen gezongen. In Engeland werd voor de metrische psalmen de tekst van The Old Version (Londen 1562) gebruikt, de berijming van Thomas Sternhold (?-1549) en John Hopkins (1520/21-1570). In Schotland gebruikte men – bijna vanzelfsprekend – deze uitgave niet. Daar kwam een eigen metrisch psalter tot ontwikkeling met teksten van diverse auteurs, zowel Engelse als Schotse, deels gebaseerd op het Geneefse psalter uit 1561. Voor meer informatie over de invloed van het Geneefse psalter op de metrische psalmen in Engeland en Schotland, zie het achtergrondartikel van Jan Luth.

In 1564 verscheen in Edinburgh het eerste Schots psalter. Het werk kreeg een omvangrijke titel: The Forme Of Prayers And Ministration Of The Sacraments etc. used in the English Church at Geneva, approved and received by the Churche of Scotland, whereunto besides that was in the former bokes, are also added sondrie other prayers, with the whole Psalmes of David in English meter. Vanwege die omvangrijke titel van deze uitgave en van zijn opvolgers is dit psalter vooral bekend geworden onder de informele naam Scottish Psalter. Na de uitgave van 1564 verschenen tot 1650 verschillende andere edities met kleine veranderingen. Het Scottish Psalter van 1650 zal uiteindelijk de definitieve versie worden en draagt de titel The Psalmes of David in Meeter: Newly translated, and diligently compared with the originall Text, and former Translations: More plaine, smooth and agreeable to the Text, than any heretofore en is sinds de zeventiende eeuw in Schotland zo sacrosanct dat het tot in onze tijd wordt gebruikt.

In tegenstelling tot het groot aantal metrische schema’s dat het Geneefse psalter telt, beperkt het Scottish Psalter zich uiteindelijk tot enkele schema’s waarvan de ‘common metre’ (8-6-8-6) het meest voorkomt. Dit illustreert een zangpraktijk die al sinds de zestiende eeuw in Schotland kenmerkend is: de psalmteksten met hetzelfde metrische schema werden op slechts een beperkt aantal melodieën gezongen. Het is bekend dat er in de zeventiende eeuw en de eerste helft van de achttiende eeuw Schotse gemeenten zijn die alle psalmen op slechts één melodie zingen! Het niveau van de gemeentezang in die tijd was heel laag.

Een herdruk uit 1929 van het Scottish Psalter uit 1650 ter gelegenheid van de fusie tussen de Church of Scotland en de United Free Church of Scotland laat een bijzonderheid zien: sinds de uitgave van The Church Hymnary (1898) zijn de pagina’s horizontaal doorgesneden. Zo kan men in elke gemeente op eenvoudige wijze een ‘tune’ kiezen bij een psalmtekst.
Bij ‘Links’ is een opname te beluisteren van Psalm 35,1-8, gezongen op de melodie CULROSS.

Scottish Psalter, editie uit 1929
Onder ligt bij de teksten Psalm 23 open, het beroemde ‘The Lord’s my shepherd, I’ll not want’ (zie Liedboek 23c).
Boven bij de meerstemmige muziek als nr. 47 de melodie CRIMOND waarop deze tekst nu wordt gezongen; als nr. 48 de melodie CULROSS, gebruikt voor Liedboek 848.

De melodie CULROSS

De melodie CULROSS waarop de tekst van Henk Jongerius wordt gezongen, is voor het eerst te vinden in het Scottish Psalter van 1634.
In de uitgave van 1635, met als titel The Psalms of David in Prose and Meeter, wordt de melodie als een van de 31 ‘common tunes’ vermeld, geschikt voor elke tekst in ‘common metre’. In deze uitgave worden de verschillende partijen van de vier- of vijfstemmige zetting apart weergegeven. De melodie, de ‘Church part’, is de tenorpartij van een vijfstemmige zetting:

In een herdruk van het Scottish Psalter 1635, verschenen in Glasgow in 1864, worden de partijen als partituur weergegeven:
Vergelijking van de tenorpartij (de ‘Church part’) en de melodie zoals die in het Liedboek is opgenomen, laat één verschil zien: de eerste noot van de derde regel is in deze uitgave van het Scottish Psalter een g’, in het Liedboek een f’.

Henk Jongerius gebruikte bij zijn liedtekst de melodieversie uit het Scottish Psalter 1634 zoals hij die vond in The English Hymnal (1906):
Naast het afwijkende interval aan het begin van de derde regel zien we in deze melodieversie geen verhogingen in de eerste, tweede en vierde regel. Deze versie is ook te vinden in Songs of Praise (1926, nr. 530) en werd tevens overgenomen in het Oud-Katholiek Gezangboek (1990, nr. 817).

De melodie komt in de twintigste eeuw in Engelstalige liedbundels weinig voor. The Church Hymnary uit 1927 en 1973 neemt de melodie op in de versie zoals ook nu in het Liedboek staat. In de editie van 2005 ontbreekt deze. De vierstemmige zetting van dit lied (zie de koor- en begeleidingsuitgave bij het Liedboek) vond de muziekredactie in The Hymnal 1982 (1985, nr. 584), de liedbundel van de Amerikaanse Episcopal Church.

Het ritme is zoals die bij veel Engelse melodieën uit die tijd: isometrisch met alleen aan het begin en einde van elke regel een langere noot. De melodie is met de verhogingen gebaseerd op de onderliggende harmonieën. De eerste regel van het lied in g-klein eindigt op een dominantakkoord met de kwint (de a’) als melodienoot. De tweede regel moduleert naar de paralleltoonsoort van g-klein: Bes-groot. De derde regel is melodisch verwant aan de eerste en is op de laatste twee noten na de majeurvariant van de eerste. Deze regel eindigt weer op het dominantakkoord, nu met de terts (de fis’) als melodienoot. De slotregel bevestigt de hoofdtoonsoort g-klein.

In de vijfstemmige tenorzetting uit 1635 zien we een fraai stemmenweefsel: de derde regel van de sopraanpartij (‘Tribble’) is identiek aan de eerste regel van de melodie, echter een toon lager.

Auteur: Pieter Endedijk


Links

Klik hier om Psalm 35,1-8 (onberijmd, vertaling: Kings James Version) te beluisteren, gezongen op de melodie CULROSS.