Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

85a - Nu mag uw land onder uw glimlach liggen


Maurits van Vossole Cees Breunese
Ignace de Sutter

Melodie

Vorm

De rooms-katholieke Vlaamse priester en componist Ignace de Sutter (1911-1988) was een bijzondere hymnoloog, die hield van het strofelied in zijn vele vormen. Hij componeerde dit refreinlied in december 1958 voor het kerstnummer van een Vlaams weekblad (Ignace de Sutter, De lofzang van alle tijden, Beveren/Nijmegen 1982, blz. 257-259). Het was de tijd dat de volkstaal zijn intrede begon te doen in de liturgie. In samenwerking met zijn mederpromotor van het liturgische strofelied Maurits van Vossole (1924-2016) werkte hij aan een serie ‘Psalmliederen voor ons volk’ zoals zij in die jaren voor het eerst in Vlaanderen uitgeprobeerd werden. Ze bestaan uit een vierregelige strofe voor voorzang en een tweeregelig refrein voor allen. Liedboek 85a wordt na de laatste strofe afgesloten met een feestelijk Halleluja-aanhangsel, dat in alle opzichten los staat van de melodie en de tekst. Het kan dan ook zoals staat aangegeven (‘ad libitum’) eventueel weggelaten worden. Het lijkt een latere toevoeging, maar het is van De Sutter zelf, die het ‘een feestelijk slot’ noemt.

Kenmerken

Dit lied is een vertelling met een glimlach. Zijn melodie is zangerig en moet liefst kalm, zonder stemverheffing, in melancholische sfeer en lichtelijk parlando worden vertolkt. Het nostalgisch element van de tekst kenmerkt zeker ook de melodie.
De regels van het couplet zijn ieder voor zich een recitatief, compleet met inzet, reciteertoon en afsluiting. De Sutter zegt er in genoemde publicatie dit van: ‘De zanglijn van de strofe verloopt in een geleidelijke groei, waarbij elk vers op een telkens verhoogde reciteertoon melodieert (e’-g’-b’), om bij het vierde vers – na een sierlijke buiging – het antifoon-refrein in te leiden, dat op Gods glimlach het hoofdaccent legt’. De trapsgewijs opgevoerde melodische spanning hoeft in het refrein geen ontspanning te krijgen, eenvoudig omdat er eigenlijk geen echte spanning was. Dus is het refrein een voortzetting van de voorafgaande melodische gang: het refrein geeft geen melodisch contrast, zoals in andere refreinliederen vaak het geval is, maar sluit zich aan bij de voorzang, ze zet die voort. Ze zal het hierboven beschreven karakter van de melodie en de bijzondere verhouding tussen tekst en melodie in haar voordracht moeten voortzetten.

De toonaard is e-aeolisch. Het reciterende karakter van de melodische regels heeft geleid tot aanvankelijk een beperkte ambitus, welke zich geleidelijk in een volgende regels uitbreidt, om in het refrein de omvang van een octaaf te bereiken, juist – hoe schoon! – boven ‘uw glimlach’, en daarmee het hoogtepunt van de melodie.

De componist Christiaan Winter heeft in de koorbundel bij het Liedboek het vertellende karakter van dit lied met zijn meerstemmige zetting bijzonder weten te treffen.        

Auteur: Anton Vernooij


Media

Uitvoerenden: Sweelinckcantorij o.l.v. Christiaan Winter; Wim Dijkstra, orgel; Christiaan Winter, tenor (afwijkende vierde strofe; vijfde strofe komt niet in het Liedboek voor) (bron: KRO-NCRV)