Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

89a - Wat de Heer genadig verleende


Ik verzeker hem eeuwig mijn gunst

Antwoordpsalm
Ida Gerhardt Marie van der Zeyde
Hans Besselink

Tekst

De tekst is Psalm 89,2-5.16-17.27.29 uit de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde.


Melodie

Componist Hans Besselink (1931-2012) was van 1979-1989 directeur van het Maastrichts Conservatorium. Meerdere van zijn psalmbewerkingen stammen uit deze periode en werden geschreven in opdracht van de Nederlandse St.Gregoriusvereniging en opgenomen in de serie Cantatorium. In Liedboek zijn de gezangen 89a en 130b van zijn hand. Ze dateren respectievelijk uit 1977 en 1976.

Besselinks vocale composities ademen sterk een gregoriaanse en klassiek Latijnse meerstemmige geest. De musicoloog Frans Jespers ziet in zijn liturgische composities invloeden van Hendrik Andriessen (1892-1981) en Jan Mul (1911-1971), zoals duidelijke melodielijnen, een modale denkwereld vol kleurrijke uitwijkingen, een gregoriaans aandoende metriek en een opmerkelijke zelfstandige orgelpartij. ‘Hans Besselink – een groot liefhebber van de planten- en bloemenwereld – gebruikte kleurige en sierlijke melodieën, speelse tegenbewegingen in zangstemmen of tussen zangsolo en orgel.’ In zijn antwoordpsalmen ‘valt een voorkeur op voor de lichte 6/8 maat.’ (Continuo. Praktijkschrift voor liturgie en liturgische muziek, 10e jaargang nr. 2 – december 1995, 76).

Analyse

Misschien meer nog dan door de genoemde twee componisten werd de melodie van Liedboek 89a beïnvloed door het vocale denken van Herman Strategier (1912-1988). Het lijkt wel of diens twee jaar eerder – in 1975 – gecomponeerde Psalm 98 modaal en melodisch model gestaan heeft. Zie Liedboek 98d met zijn nagenoeg identieke idioom en dezelfde gregorianiserende melodievorming. Beide psalmcomposities hebben twee refreinen. Terwijl de reden hiervoor bij Liedboek 98d duidelijk is (het eerste refrein is voor algemeen gebruik, het tweede specifiek voor Kerstmis), ligt dit bij Liedboek 89a minder helder. De tekst van beide refreinen is ontleend aan respectievelijk de eerste en de laatste voorzangstrofe. Het eerste is meer algemeen, het tweede toegesneden naar de tekstinhoud van de psalm. Ook vormtechnisch zijn er overeenkomsten. Zo moet in de oorspronkelijke opzet van beide gezangen het refrein driemaal worden gezongen, eerst door eenstemmige voorzang, dan in meerstemmige koorzetting en ten slotte door koor en gemeenschap. De aanwijzingen in Liedboek volgen de gegroeide praktijk waarin het refrein aan het begin van de psalm slechts tweemaal gezongen wordt (eerst door het koor, dan door de gemeente) en na elk vers eenmaal (door de gemeente).

De bovengenoemde gregorianiserende setting verraadt, zoals vaker in het werk van rooms-katholieke componisten, een creatief vormgegeven psalmodische vormgeving van de melodie. Zo zijn de twee regels van beide refreinen en twee aan twee die van de voorzangverzen een creatief vormgegeven tweedelig psalmvers. De structurerende reciteertonen zijn in telkens de noten b’ en a’. Zijn chromatische inleiding verleent aan het tweede refrein een bijzonder modaal cachet.

Dat het eerste refrein het belangrijkste van de twee is blijkt uit de melodie van het voorzangvers. Deze is er een voortzetting en gedeeltelijke herhaling van. Vanaf de derde melodische zin (in het eerste vers vanaf ‘… en het luidt…’) wordt het recitatief een liedmelodie, misschien vooral om soepel te kunnen leiden naar een hoogtepunt van de tekst: ‘In de hemel fundeert Gij uw trouw’.

Auteur: Anton Vernooij


Media

Uitvoerenden: Amersfoorts Vocaal Ensemble o.l.v. Gert Bremer; Jos Wilderbeek, cantor; Frans Haagen, orgel