Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

928 - Hoe ik ook ben


Een eerste kennismaking

Hein Stufkens (*1947) schreef de tekst van dit korte lied tijdens een oncomfortabele nachtvlucht in de Verenigde Staten. Te krappe plaatsen in het vliegtuig en lawaai van de motoren maakten hem wanhopig. Nadat de woorden op een papieren servetje waren geschreven, overkwam hem een weldadige rust.
Even eenvoudig als de tekst is de trapsgewijze melodie van Fokke de Vries (*1945): in de tweede regel verbeeldt de dalende melodie de tekst: ‘in donker gehuld’, ‘verloren geraakt’, ‘geworden tot niets’. Daar uitgekomen op de laagste noot volgt een sprong, zodat alle aandacht valt op de eerste noot van de derde regel: ‘nóg wacht mij de morgen’, ‘nóg draagt mij een engel’, nóg ziet mij de Ene’.
Een lied dat vooral gebruikt kan worden als een mens bevangen wordt door wanhoop en duisternis.

Auteur: Pieter Endedijk


Hein Stufkens
Fokke de Vries

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 8’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

Dit lied komt uit echte wanhoop voort. Uitgeput, zich verloren voelend tijdens een lange, zeer oncomfortabele vliegreis naar de Verenigde Staten, ingeklemd  op een te kleine zitplaats dicht bij het geraas van de vliegtuigmotoren, schreef de dichter deze tekst op een servetje! Maar na het neerschrijven van deze woorden maakte een weldadige rust zich van hem meester; de rest van de vlucht bracht hij in grote innerlijke vrede en rust door.

De kracht van deze tekst is dat ze je herinnert aan het gegeven dat er aan het eind van elke tunnel licht is, en dat je je, hoe penibel of ellendig je situatie ook is, altijd gezien en gedragen mag weten. Zo kunnen ook anderen zich in hun eigen duisternis en verlorenheid gezien weten.


Melodie

De tekst bergt zowel grote wanhoop als vertrouwen en hoop in zich. Dit contrast is duidelijk terug te vinden in de melodie en zetting van Fokke de Vries. De melodie vertoont telkens in de tweede regel  het beeld van afdalen in de nacht – ze eindigt daar op het melodisch dieptepunt (d’) -  terwijl de derde regel weer omkeert  naar het licht en de hoop. Ook in de zetting wordt dit contrast prachtig uitgedrukt door de alt, de tenor en de bas, die in de voorlaatste maat een naar boven gaande melodielijn laten horen.

De toonsoort doet nog het meest denken aan het mixolydisch, met name de tweede regel waarbij de melodie zich naar de d’  beweegt is typisch mixolydisch. De octaafsprong vervolgens naar het hoogtepunt (d”)  bekrachtigt de overgang naar ‘de morgen’, ‘een engel’, ‘die Ene’.

Mogelijk tempo: MM = 116 voor de kwartnoot.


Media

Uitvoerenden: Interkerkelijk Koor Zevenmaal Hardenberg o.l.v. Mathijs Kraan (bron: KRO-NCRV)