Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

93a - Koning is onze God


Antwoordpsalm
50 Psalmen
Maurice Pirenne

Tekst

De tekst is Psalm 93 uit Vijftig psalmen, een psalmvertaling van Huub Oosterhuis en Michel van der Plas in samenwerking met Pius Drijvers en Han Renckens.


Melodie

Ontstaan en verspreiding

‘Koning is onze God‘ uit 1966 is het derde gezang van de bij elkaar horende Drie Beurtzangen, geschreven in opdracht van de redactie van Bron van Christelijke Geest (uitgeverij Gooi en Sticht), die ze meerdere jaren (gedeeltelijk) opnam in haar zondagsmisboekjes. De twee andere gezangen zijn ‘Zegen ons met het licht van uw ogen’ (Gezangen voor Liturgie 104) en ‘Wie woont onder de hoede van de allerhoogste God’ (Liedboek 91b). De Drie Beurtzangen bestaan uit een openingszang, een antwoordpsalm en een slotzang. 93a is de slotzang, de volledige titel luidt Slotzang naar psalm 93. Zie voor nadere uitleg het commentaar bij Liedboek 91b.
Deze beurtzang met de muziek van Maurice Pirenne werd eerder opgenomen in diverse rooms-katholieke bundels, zoals Randstadbundel (1970, nr. 203), Liturgische gezangen voor de viering van de eucharistie I (1972, nr. 125) en Gezangen voor Liturgie (1984, nr. 93).

Vorm en kenmerken

Voor de technische en melodische vormgeving van ‘Koning is onze God’ heeft Maurice Pirenne zich sterk georiënteerd op de principes daaromtrent van de Amsterdamse Werkgroep voor Volkstaalliturgie (lees Huub Oosterhuis en Bernard Huijbers). In de geest van herbronning van klassieke liturgische principes (zie de woordenlijst) diende de slotzang een liedkarakter te hebben. Pirenne koos in tegenstelling tot Huijbers (zie de melodieën en de uitleg daarbij van de gezangen 25b, 25c, 25d) echter niet voor een klassiek-melodische invulling van de vorm en dus niet voor een psalmlied of traditioneel kerklied, maar voor een echt volks lied, in dit geval voor een regelrechte opgewekte mars. In de praktijk loopt dit gezang daarom het gevaar opgevat en uitgevoerd te worden als een soort liturgische uitsmijter. Misschien dat het mede daarom zo populair is geworden. Pirenne heeft ooit eens aan de schrijver van deze bijdrage verklapt dat tot zijn verwondering van zijn liedcomposities maar één lied echt populair geworden was, namelijk ‘Koning is onze God’, terwijl hij daar zelf in het geheel niet achter kon staan. Hij had alvorens het in te leveren bij de uitgever aan vrienden gevraagd of het niet te veel ‘van dik hout zaagt men planken’ was.
We hebben in feite van doen met een strofisch refreinlied voor koor- en gemeentezang, met een van de tekst afhankelijke gelijkblijvende basismelodie. De tekst van de vierde strofe was voor de componist aanleiding om aan ‘de stem van het water’ en ‘de branding van de zee’ extra melodisch reliëf te geven.

Uitvoering

In theorie gaat het in dit lied weliswaar om voorzang met herhaling door de gemeenschap van telkens de laatste regel van elke strofe, in de praktijk blijkt nogal eens dank zij de vlotte melodie de genoemde gemeenschap maar al te graag ook het gedeelte van de voorzang voor haar rekening te nemen en dus de laatste regel van elke strofe te herhalen. Bij een dergelijke uitvoering gaat dan het globale rondo-effect verloren.
Een dringende vraag aan de organist(e) is om de originele begeleiding te kiezen en niet wegens de moeilijkheidgraad daarvan de toevlucht te nemen tot eigen maaksel. Pirenne heeft namelijk op meerdere momenten niet alleen de tekst sonoor verklankt, ook het orgel blaast in dit opzicht een flinke partij. In de derde strofe ‘verheffen de zeeën hun stem’ ook op het orgel, in de vierde is ook de orgelbegeleiding ‘machtiger dan de branding van de zee’. Een beetje durf bij de registratie is vereist.

Auteur: Anton Vernooij