Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

958 - Ach Herr, lass dein lieb’ Engelein


Een eerste kennismaking

‘Ach Herr, laß dein lieb’ Engelein’ is de derde en laatste strofe van het bekende gezang ‘Herzlich lieb hab ich dich, o Herr’ van Martin Schalling (Straatsburg 1532 - Neurenberg 1585).
Deze derde strofe is bekend als slotkoraal uit de Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach. Deze strofe functioneert bij uitvaartdiensten vaak als een ‘protestants ‘In paradisum’’ (zie Liedboek 959). Om die reden is deze strofe in het Duits opgenomen. In de koorbundel bij het Liedboek is de zetting van Bach uit de Johannes-Passion opgenomen. (Redactie)


Martin Schalling
Straatsburg 1577Johann Sebastian Bach

Tekst

De derde strofe van ‘Herzlich lieb hab ich dich, o Herr’ toont een opvatting over de dood die karakteristiek is voor het lutheranisme en ook in de cantates van Johann Sebastian Bach gevonden wordt. Er is onderscheid tussen de ziel die bij het sterven door de engelen naar ‘Abrahams schoot’ gedragen wordt en het lichaam dat rust in de aarde. Het graf is echter geen plaats waarvoor de gelovige angst moet hebben. God is bij hem in het graf en bewaart de gelovige tot het einde van de tijd. De dood van Christus heeft het graf tot een rustkamer gemaakt en zo wordt het graf een slaapkamer en ‘zum Heiligtumb und Himmel’ (Heinrich Müller). Deze opvatting was een belangrijk deel van de lutherse ars moriendi, de stervenskunst. Aan het einde van de tijd – op de jongste dag – wordt de gelovige opgewekt en dan zal hij zijn Heiland zien. Tot dat moment is hij in het dodenrijk. Deze ars moriendi verschilt op een belangrijk punt met de opvatting die met name binnen het calvinisme gevonden wordt en waar de gelovige de hemel betreedt na het sterven en daarmee eerder dan op de jongste dag zijn oordeel ontvangt.

Deze strofe is bekend als het slotkoraal van Bachs Johannes Passion en grijpt terug op het beginkoor van deze passie, waarvan de tekst is gebaseerd op Psalm 8: ‘Herr unser Herrscher, dessen Ruhm in allen landen herrlich ist.’ De laatste regel van het slotkoraal ‘Ich will dich preisen ewiglich’ sluit daarbij aan. Op deze wijze heeft de Johannes Passion als structuur: heerlijkheid (beginkoor) – lijden/vernedering – heerlijkheid (slotkoraal). Deze heerlijkheid is in de passie duidelijk geworden. Het slotkoraal heeft een extreme hoogte (g”) door de keuze van de toonsoort Es-groot.
Zo eindigt deze passie vreugdevol met de plaats die de gelovige krijgt in Abrahams schoot, het begin van de eeuwige lofzang, waarbij ‘eeuwig’ wordt uitgedrukt door de omvang van drie octaven en lange noot op ‘ewiglich’.


Melodie

Johannes Zahn heeft bronnen gekend die erop wijzen dat de melodie van oorsprong een discantstem is geweest (Zahn 8326) die tot melodie is geworden . Voor het eerst is deze te vinden in het tabulatuurboek van Bernhard Schmid, Staatsburg 1577. Dat wil zeggen dat de stem ouder is dan deze bron. De definitieve vorm is van Pasch Reinigius, 1587.

Behalve aan het slot van de Johannes Passion vinden we de melodie in twee cantates voor het Michaelisfest op 29 september: in BWV 149 ‘Man singet mit Freuden vom Sieg’ als slotkoraal, genoteerd in C, en in BWV 19 ‘Es erhub sich ein Streit’ als melodie-citaat in de tenor-aria ‘Bleibt, ihr Engel, bleibt bei mir’. Zo kon de luisteraar deze tekst associëren met de derde strofe van Schallings lied ‘Ach Herr laß dein lieb’ Engelein’. Bovendien is deze tenor-aria geschreven in het siciliano-ritme, door Albert Schweitzer ‘Engelritme’ genoemd.

Literatuur

Alfred Dürr, Johann Sebastian Bach. Die Kantaten, 7. Aufl., Kassel 1999 [1. Aufl. Kassel 1971]
Werner Neumann (Hrsg.), Sämtliche von Johann Sebastian Bach vertonte Texte, Leipzig 1974
Philipp Wackernagel, Das deutsche Kirchenlied, IV Leipzig 1874
J. Zahn, Die Melodien der deutschen evangelischen Kirchenlieder V, Gütersloh 1892, Reprografischer Nachdruck Olms Hildesheim 1963.

Auteur: Jan Luth


Media

Uitvoerenden: Koor en orkest van La Petite Bande o.l.v. Sigiswald Kuijken

Video: ‘Ach Herr, laß dein lieb’ Engelein’ door de Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Jos van Veldhoven