Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

966 - Het heil des hemels werd ons deel


Es ist das Heil uns kommen her

Paul Speratus
Ad den Besten
15e eeuw/lezing EKG

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. 

Toen Paul Speratus te Olmütz in de gevangenis zat, schijnt het lied Nun freut euch lieben Christen gmein van Marin Luther (1483-1546; zie Liedboek voor de kekren, gezang 402) hem in handen te zijn gekomen. Dat schijnt hem te hebben geïnspireerd tot zijn eigen lied Es ist das Heil uns kommen her. Hij bestemde het als troostlied voor zijn verlaten gemeente in Iglau.

Niet alleen qua strofevorm, maar ook qua toonaard komt het lied sterk overeen met dat van Luther. Ook bij Speratus gaat het om de rechtvaardiging uit het geloof, niet uit de werken der wet, en om de bevrijding van de mens uit de dodelijke geconcentreerdheid op zijn zondig ik. Maar Speratus’ lied heeft niet het persoonlijke karakter en daardoor ook niet de innerlijke gloed van Luthers lied, – met andere woorden: het maakt een veel leerstelliger indruk. Dat is dan ook de reden waarom ik besloot geen min of meer getrouwe vertaling van alle veertien strofen te maken, maar een vrije weergave van Speratus’ thematiek in veel gecomprimeerder vorm. Dat zodoende min of meer onverhoeds mijn eigen thematiek met die van de zestiende eeuwse dichter vervlochten raakte, wil ik niet ontkennen. Met name de vierde strofe en het slot van de laatste vinden bij Speratus maar weinig steun, zie ik nu ik mijn bewerking ter vergelijking naast mijn Vorlage leg. Desondanks heb ik niet het gevoel, dat ik Paul Speratus geweld heb aangedaan. Het is me, alsof het slot van mijn lied toch eigenlijk alleen maar de ontvouwing betekent van wat in kiem al bij hem aanwezig was.

Auteur: Ad den Besten


Melodie

Over de bron van ontstaan van deze melodie is weinig zekerheid. Ze schijnt zo algemeen verbreid te zijn geweest, dat deze zangwijs von den lieben Vorfahren aus brunstigen Lieb und Andacht Gott zu Lobe mit Freuden gesungen worden sei. Een variant was ook in Nederland bekend; ze werd gezongen omstreeks 1573 met een tekst ‘behelsende de klachte van den gevangen Grave van Bossu’, waarvan de eerste strofe luidde:

Maximiljanus de Bossu
Ben ick een Graef geheeten,
Duc d’Alf dien ic trou diend’ heeft nu
My schoon en gantsch vergeten;
Ick heb geweest syn Admirael,
De Geus te dooden principaal,
Hadd’ ic my hoog vermeten.

(Merkwaardig is dat ook de oorspronkelijke tekstdichter van Liedboek 966 in het gevang zat, toen hij deze melodie koos!) Dit lied staat in Valerius’ Gedenckklanck, ‘ende het was als doe seer vermaert’.

De melodie zoals ze in het Liedboek genoteerd staat (en die de Barvorm heeft) moet vooral niet te snel gezongen worden en iedere noot moet muzikaal ‘gevuld’ klinken; daarom wijkt de notering in zoverre af van die in het Evangelisches Kirchengesangbuch (nr. 242; en het Evangelisches Gesangbuch 341), dat bij ons de halve noot als teleenheid staat aangegeven.

Auteur: Willem Vogel


Media

Uitvoerenden: Interkerkelijk Koor Zevenaal Hardenberg o.l.v. Riekus Hamberg; Toon Hagen, orgel (strofen 1, 2, 3, 5) (bron: KRO-NCRV)