Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

969 - In Christus is noch west noch oost


Een eerste kennismaking

John Oxenham, schuilnaam van William A. Dunkerley (1852-1941), schreef de tekst van dit lied, dat nauwelijks nadere toelichting behoeft. De vertaler, Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995), schreef hierover: ‘Het is een hymne, typisch voor de wat gemakkelijke geestdrift van het begin van onze eeuw (dat is de twintigste, PE), toen de kerstening van de gehele wereld nog blijmoedig in de kerkelijke vaandels geschreven kon worden. Maar daar is het niet minder echt of overtuigend om: het heeft een weidsheid en directheid die makkelijk aanspreken.’
De vertaling zoals deze in het Liedboek voor de kerken stond, was echter op bepaalde punten wel problematisch. Onnodig masculien taalgebruik maakte deze tekst nauwelijks zingbaar. De vertaler heeft gelukkig nog een verbeterde versie nagelaten, en die is nu in het Liedboek opgenomen.

Auteur: Pieter Endedijk


In Christ there is no East or West

John Oxenham
Jan Willem Schulte Nordholt
Alexander Robert Reinagle
Tune: ST. PETER

Tekst

Herkomst en verspreiding

In 1908 vond er van mei tot oktober in Londen een grote ‘Franco-British Exhibition’ plaats, die acht miljoen bezoekers trok. Misschien is het in dat kader geweest dat ook de Londense Missionary Society – het Londens Zendingsgenootschap – in dat jaar een tentoonstelling organiseerde getiteld ‘The Orient in London’.
Een van de onderdelen van de tentoonstelling was een voorstelling getiteld ‘The Pageant of Darkness and Light’, waarin Amerika, Afrika, de Zuidzee en India voorbij kwamen. Het libretto van deze voorstelling was geschreven door William A. Dunkerley (1852-1941), onder zijn schrijverspseudoniem John Oxenham. In het laatste deel van deze voorstelling komt de hymne voor die nu als lied 969 in het Liedboek staat. Dunkerley publiceerde de hymn in 1913 in zijn bundel Bees in Amber. Deze bundel werd door de uitgevers aanvankelijk afgewezen, maar toen Dunkerley hem in eigen beheer uitgaf, werd het toch een succes en werden er 285.000 exemplaren verkocht. In 1931 werd de hymn (met de melodie ST. BERNARD, Keulen 1741) opgenomen in Songs of Praise en daarna in vele andere Engelstalige hymnbundels. Daarvoor moet hij echter al – waarschijnlijk via de internationale contacten van zendingsorganisaties – internationaal verspreid zijn geweest, want Johannes Riemens jr. (1875-1974) schreef begin twintigste eeuw een vertaling met zes strofen die opgenomen werd in de derde druk van de Zendingsliederenbundel (1929, nr. 77), met de melodie STOCKTON van Thomas Wright (1763-1829). Jan Willem Schulte Nordholt schreef een vertaling, die in 1973 terecht kwam in het Liedboek voor de kerken (gezang 308). Daarvoor was de tekst al opgenomen in het Gezangboek van de Evangelische Broedergemeente in Nederland (1968, nr. 359), echter op een achttiende-eeuwse Duitse melodie. In die vertaling kwamen de woorden ‘broeders’ en ‘broederschap’ voor, die al spoedig als te mannelijk en exclusief werden opgevat. Wim Kloppenburg, die als redactielid betrokken was bij de samenstelling van de oecumenische, meertalige bundel Unisono (Graz 1997), vroeg Schulte Nordholt zijn tekst te herzien. Deze gaf daaraan gehoor, en de nieuwe vertaling werd eerst in Unisono (nr. 116) gepubliceerd, later ook als nr. 209 in de bundel Tussentijds (2005), als nr. 76 in de meertalige bundel Colours of Grace (2006) en in het Liedboek. Daarna namen ook Op toonhoogte (editie 2015, nr. 357) en Weerklank (2016, gezang 239) het lied op. In Op toonhoogte echter staat echter de eerdere tekstversie.

Inhoud

De oorspronkelijke tekst luidde:

In Christ there is no East or West,
In Him no South or North,
But one great Fellowship of Love
Throughout the whole wide earth.

In Him shall true hearts everywhere
Their high communion find.
His service is the golden cord,
Close-binding all mankind.

Join hands then, Brothers of the Faith,
Whatever your race may be! –
Who serves my Father as a son
Is surely kin to me.

In Christ now meet both East and West,
In Him meet South and North;
All Christly souls are one in Him,
Throughout the whole wide earth.

De Engelse hymnoloog John Richard Watson (*1936) vermoedt dat de beginregels waarschijnlijk geïnspireerd zijn door Rudyard Kiplings (1865-1936) ‘The Ballad of East and West’, waarin het volgende fragment voorkomt:

Oh, East is East, and West is West, and never the twain shall meet
Till Earth and Sky stand presently at God’s great Judgment Seat;
But there is neither East nor West, Border, nor Breed, nor Birth,
When two strong men stand face to face, tho’ they come from the ends of the earth!

Oxenham zal de ballade van Kipling, die in 1892 verscheen en heel bekend was, zeker gekend hebben en de gelijkenis is inderdaad groot. De hymn heeft als grondgedachte het idee uit Galaten 3,28: ‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.’ De reikwijdte van deze gedachte wordt in de hymn echter nog veel ruimer uitgemeten, want de hele mensheid wordt erin betrokken. Alle windstreken der aarde ontmoeten elkaar in Christus, en de mensheid wordt één door zijn troost (strofe 1) en door de dienst aan Hem (strofe 2). Dit besef leidt tot de oproep om elkaar dan ook op te zoeken en de rijen ‘als kinderen om uw Vader heen’ te sluiten (strofe 3). In de oorspronkelijke tekst betrof dit alleen de ‘Brothers of the Faith’, door Schulte Nordholt in eerste instantie vertaald met ‘broeders, één band is ’t die ons bindt’. Daarnaast gebruikte hij, zoals boven reeds werd opgemerkt, in de eerste strofe de term ‘broederschap’. Dit masculiene taalgebruik werd later door Schulte Nordholt herzien. In de eerste strofe werd ‘één broederschap rust in zijn troost’ vervangen door ‘één wordt de mensheid door zijn troost’, en ‘broeders, één band is ’t die ons bindt’ door ‘geliefden, sluit u dan aaneen’, waarmee ook de ‘zusters in het geloof’ in de kring werden opgenomen. In de vierde strofe keren de vier windstreken, de naam ‘Christus’, en de termen ‘troost’ en ‘wereld’ weer terug en wordt de grondgedachte uit de eerste strofe weer hernomen, waardoor het lied een cyclische structuur krijgt.

Schulte Nordholt schreef over dit lied: ‘Het is een hymne, typisch voor de wat gemakkelijke geestdrift van het begin van onze eeuw [= twintigste, EH], toen de kerstening van de gehele wereld nog blijmoedig in de kerkelijke vaandels geschreven kon worden. Maar daar is het niet minder echt of overtuigend om: het heeft een weidsheid en directheid die makkelijk aanspreken.’ De praktijk zal moeten uitwijzen of dat inderdaad het geval is.

Auteur: Erik Heijerman


Melodie

Voor de melodie ST. PETER van Alexander Robert Reinagle, zie bij Liedboek 512, How sweet the Name of Jesus sounds.


Media

Uitvoerenden: Projectkoor OAZE o.l.v. Wim Ruessink; Wilbert Berendsen, orgel