Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

991 - De eersten zijn de laatsten


Een eerste kennismaking

De gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard, Matteüs 20,1-16, eindigt met de uitspraak van Jezus dat laatsten de eersten en eersten de laatsten zullen zijn.
Willem Barnard schreef twee liederen, als 990 en 991 opgenomen in het Liedboek, die over deze thematiek gaan. Uit de toelichting van de dichter bij Liedboek 991: ‘Het was geen gelijkenis die mij daarop bracht, maar een verhaal uit de Tora, namelijk dat van Ezau en Jakob, maar het had ook kunnen zijn van Ismaël en Izaäk of van David en zijn broers, want het thema komt telkens terug in de Schriften!’
Zo is de tweede strofe dan ook verstaanbaar, maar deze woorden moeten juist in breder verband worden gehoord. Daarom speelt de dichter ook in andere strofen met tegenstellingen, bijvoorbeeld onder en boven, later en eerder, lager en hoger, voor en achter.
Het lied is een contrafact van het eerdere lied (990), waarvoor Frits Mehrtens de melodie schreef.

Auteur: Pieter Endedijk


Van de twee broers

Willem Barnard
Frits Mehrtens

Tekst

Deze toelichting bij de liedtekst is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. 

Zoals ik van de laatsten die de eersten worden heb geschreven, naar aanleiding van Lucas 14,1-11 (zie Liedboek 990), zo heb ik ook het omgekeerde gedaan, een lied met de beginregels:

De eersten zijn de laatsten,
wie nakomt gaat voorop.

Het was geen gelijkenis uit het evangelie die mij daarop bracht, maar een verhaal uit de Tora, namelijk dat van Ezau en Jacob (maar het had ook kunnen zijn van Ismaël en Izaäk of van David en zijn broers, want het thema komt telkens terug in de Schriften!). Niet de oudste wordt de erfgenaam, maar de achteruitgezette, de ‘verloren zoon’, de minste van de twee broers.

Daarmee is eens en voor al de verhouding tussen mensenbroeders aangegeven: ‘de broeder kent de broeder / als één die voor moet gaan!’ Het is dezelfde gedachte die de apostel vermanend uitspreekt: ‘acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf’ (Filippenzen 2,3). Het verhaal van het verspeelde en gewonnen eerstgeboorterecht is een gelijkenis. De minst gekwalificeerde kan met genade worden overstelpt. De God die ‘Ik-zal-zijn’ genoemd wordt, zelf een ‘achterblijver’ in het pantheon, is de voortrekker van de geschiedenis. Naar achteruitgezetten gaat zijn voorkeur uit. Maar de koplopers worden dan ook achterhaald en de pre’s tellen niet. De doven krijgen het woord maar Babel gaat in verwarring ten onder. De realisten die ‘bij de tijd’ zijn, hebben maar een beperkt gelijk, de waarheid is aan de droom. De toepassing is duidelijk, ze staat in de strofen 7 en 8.

In mijn boek De Tale Kanaäns (Amsterdam 1963, blz. 102-103) heb ik beide liederen (dat over Lucas 14,1-11 en dit lied ‘Van de twee broeders’, zoals het daar heet) gecombineerd. Ze verwijzen naar elkaar. Ik plaatste ze allebei op de zestiende zondag na Pinksteren. Dan komt voor wie de oude leesroosters raadpleegt die gelijkenis uit Lucas 14 ter sprake, maar de kerk heeft daarnaast gelegd het hoofdstuk Efeziërs 3 en daarin spreekt Paulus, verwonderd over zijn levensgang en zijn late roeping, eigenlijk over dezelfde dingen: de volkeren zijn mede-erfgenamen geworden met het voortrekkersvolk en hij, de allerminste, heeft voorrang gekregen.

Auteur: Willem Barnard


Melodie

Ter verduidelijking van het innige verband tussen de Liedboek 990 en 991 is het laatste uiteraard op de melodie van het eerste geschreven. Voor een toelichting bij de melodie, zie dus bij Liedboek 990.


Media

Uitvoerenden:Interkerkelijk Koor Zevenaal Hardenberg o.l.v. Riekus Hamberg; Toon Hagen, orgel (bron: KRO-NCRV)