Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

992 - Wat vraagt de Heer nog meer van ons


What does our God require of us

William Livingstone Wallace
Wim van der Zee
Arie Eikelboom

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 5’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

Een tekst van de Australiër William Livingstone (Bill) Wallace, bewerkt door Wim van der Zee, vermeldt het lied. Maar uiteraard zou de naam van de profeet Micha voorop moeten staan, want die was de voornaamste toeleveraar van deze woorden: ‘ Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God’ (Micha 6,8).
De profeet geeft dit antwoord, na uitvoerig opgesomd te hebben waar God allemaal niet op zit te wachten. Geen offers en geen stieren, geen duizenden rammen, zelfs niet je oudste kind, maar alleen: recht en trouw en ‘ootmoed’ (in de oude vertaling).

Van der Zee was als secretaris van de Nederlandse Raad van Kerken de promotor van het zogenaamde Conciliair Proces, een beweging vanuit de Wereldraad van Kerken om als drie speerpunten van hedendaags christelijk leven te erkennen: gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping.
In dat kader heeft hij ook deze tekst ontmoet tijdens de Assemblee in Canberra (1991) en voor Nederlandse monden zingbaar gemaakt.

Couplet 2 neemt de vorm van het Michacitaat over. Nu is het de aarde die ons voor de vraag stelt, waaraan ons leven wil beantwoorden, met een verwijzing naar Genesis 1,27-28. Daar zal de mens, als Gods representant, de aarde behoeden en haar behoud dienen.

Couplet 3 laat de mensen vragen: zij talen naar ‘communio’, naar gerechtigheid. Want dat is het, wanneer mensen het leven in alle facetten met elkaar delen.

Dat wij inderdaad het roepen van de aarde en het vragen van mensen met liefde beantwoorden, is met de wind van de Geest in de rug. Zo klein als dit lied is, zo groot is het gebrek aan vrijblijvendheid, waartoe het meezingen ons dringt. 


Melodie

Een melodie in D majeur, van de hand van Arie Eikelboom. Hoewel de strofen oorspronkelijk vier regels hebben bestaat het lied melodisch gezien uit drie frasen. Uitgaande van deze driedeling vormen de eerste en tweede melodische zinnen een duidelijke muzikale eenheid; zowel melodisch als ritmisch vertonen ze veel verwantschap. Het kwart interval vormt de basis van dit lied; in de eerste regel klinkt dit interval twee maal: d’-g’ (in de melodische lijn) en fis’-b’  (als sprong). In de tweede regel (en derde) komt dit interval ook twee maal voor: a’-d” (als melodische lijn), en fis’-b’ (als sprong). De laatste regel opent met een kwart sprong d’-g’.
Opvallend is het slot, waarin Arie Eikelboom niet op de tonica  (d’) laat eindigen, maar op de terts (fis’). De vragen van de eerste drie strofen worden hier op die manier mooi verklankt.
Temposuggestie: 114 voor de kwartnoot.


Media

Uitvoerenden: Cappella pro Cantibus o.l.v. Cor Brandenburg; Jaco van Leeuwen, orgel (bron: KRO-NCRV)