Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

997 - – en vele duizenden, ontheemd, gevlucht uit eigen land


Een eerste kennismaking

Opvallend is dat deze liedtekst midden in een regel lijkt te beginnen; wat gaat eraan vooraf? In een tijd waarin het dagelijks nieuws wordt beheerst door mensen die gevlucht zijn uit eigen land, is deze liedtekst hoogst actueel.
Het lied is bijvoorbeeld te gebruiken als gezongen Kyrie, maar ook in de Vredesweek of bij andere gelegenheden waarbij vrede en gerechtigheid centraal staan, kan het lied gebruikt worden. Zeker ook als interne twisten verdeeldheid zaaien (zie strofe 3). De actualiteit kan aanleiding zijn dit lied een plaats te geven.
De liedboekredactie trof dit bijzondere lied aan in de bundel van de Evangelisch-Lutherse Kerk van de Verenigde Staten. De tekst werd geschreven door de lutherse theoloog Herman G. Stuempfle jr. (1923-2007). De woorden kregen een eenvoudige melodie van Perry Nelson (*1955), die als drie lange zinnen gezongen moet worden. De eerste en tweede melodieregel zijn elkaars varianten. De derde regel is als een refrein en men kan beurtzang toepassen: de eerste twee regels door een solist of een koor, de laatste regel steeds door allen.

Auteur: Pieter Endedijk


Where armies scourge the countryside

Herman G. Stuempfle jr.
Ite Wierenga
Perry Nelson
Tune: PACE MIO DIO

Tekst

Ontstaan en verspreiding

Op 19 april 1995 vielen bij het Alfred P. Murrah Federal Building in Oklahoma City 168 doden en 800 gewonden als gevolg van een aanslag met een autobom door een ex-soldaat met anti-regeringssympathieën. Deze ingrijpende gebeurtenis gold tot 11 september 2001 als de grootste terroristische aanslag in de Verenigde Staten. De aanslag veroorzaakte veel angst en leidde tot een stortvloed aan veiligheidsmaatregelen, zoals het plaatsen van paaltjes rondom overheidsgebouwen.

Het was de directe aanleiding voor het ontstaan van het lied ‘Bring peace to earth again’ van de hand van de Lutherse theoloog en pastor Herman G. Stuempfle jr. Hij schreef het in de nadagen van de bomaanslag die eveneens werden getekend door het nieuws over de etnische zuiveringen op de Balkan en onthullingen over kindermisbruik. Hij stuurde het lied, waarin hij ‘de algehele staat van de wereld’ in ogenschouw nam, op naar de ‘Hymn Society in the United States and Canada’, die het een jaar later plaatste in het tijdschrift The Hymn (no. 47, oktober 1996, pag. 60), voorzien van een melodie van Perry Nelson. Stuempfle nam het vervolgens ook op in zijn eigen verzamelbundel Redeeming the Time: A Cycle of Song for the Christian Year (Chicago, 1997). Snel daarna vond het lied zijn weg naar diverse kerkelijke liedbundels in de VS, waaronder Evangelical Lutheran Worship uit 2006 (nr. 700). De redactie van het Liedboek trof het lied daar aan en liet het in het Nederlands vertalen door Ite Wierenga.

Vorm en inhoud

Het lied bestaat uit vier strofen waarvan de eerste drie een opsomming zijn van allerlei voorbeelden van menselijke wreedheid en onderdrukking. In de originele, Engelstalige versie volgen die voorbeelden steeds paarsgewijs in een zinsconstructie met aan het begin elke keer de woorden ‘where’ en ‘and’. Zo luidt de eerste strofe:

Where armies scourge the countryside,
and people flee in fear,
where sirens scream through flaming nights,
and death is ever near…

Daarop volgt dan een steeds gelijkluidend refrein:

O God of mercy, hear our prayer:
bring peace to earth again!

Zo ontstaat er een ware ‘catalog of inhumanity’ (kenschets van Carl P. Daw) in een steeds dichterbij komende volgorde van wereldwijd tot binnenshuis. In de eerste strofe zijn het: oorlog, vluchtelingen, angst, gillende sirenes en de overal nabije dood. In de tweede strofe volgen de haat in het hart, wrede aanslagen, geweld en terreur in onze eigen steden. In de derde strofe volgt het huiselijk geweld, gebroken liefde, muren die ooit beschutten, maar nu schaamte en verwondingen verhullen. Het weerkerende refrein maakt deze opsomming tot een litanie: ‘genade, Heer, hoor ons gebed, zie deze wereld aan!’

De tekst van dit refrein zelf wordt in de laatste strofe nog wat verder uitgewerkt. In het Engels:

O God, whose heart compassionate
bears ev’ry human pain,
redeem this violent, wounding world
till gentleness shall reign.

Ofwel: ‘God, wiens hart vol mededogen elke menselijke pijn draagt’ als uitbreiding van ‘God of mercy’, en ‘red deze gewelddadige, verwondende wereld, totdat goedheid zal regeren’ als uitwerking van ‘bring peace to earth again’.

De vorm van de litanie en de woorden (en het ritme daarvan) van het refrein doen onwillekeurig denken aan de vredesantifoon ‘Da pacem Domine in diebus nostris’ (zie Liedboek 1011), door Luther vertaald als ‘Verleih’ uns Frieden g’nädiglich’ (zie Liedboek 414). Die klinkt in de laatste vertaling van Evangelical Lutheran Worship (nr. 784) als ‘Grant peace, we pray, in mercy Lord; peace in our time, O send us!’ Deze verbinding in de vorm is kenmerkend voor veel liederen van Stuempfle, die steeds probeerde de oude woorden van Luther opnieuw verstaanbaar te maken. De lange traditie wordt zo treffend maar in dit geval ook pijnlijk actueel: de achtereenvolgende teksten van de aanroepingen kunnen door de lezer en zanger van vandaag eenvoudig worden herkend én aangevuld, maar zijn wel gekaderd in het gebed van eeuwen her.

Wat de vorm betreft tellen de strofes steeds zes korte regels, maar met een los rijmschema van abcbde, waardoor het de dichter mogelijk was om, niet al te zeer door het rijm gedwongen, vaart aan de tekst te geven. De zes regels zijn, zo leert ook de melodie, echter beter als drie regels te verstaan en in veel bundels, waaronder het Liedboek dan ook als zodanig genoteerd.

Vertaler Ite Wierenga heeft zowel het rijmschema als de inhoudelijke indeling van Stuempfle weten aan te houden. Om het karakter van de immer voortgaande litanie te behouden – het lukte hem blijkbaar niet in een vorm met ‘waar’ en ‘en’ erin – begint zijn tekst met een gedachtestreepje, alsof het gebed al aan de gang is en de ‘catalog of inhumanity’ nog veel langer…

Wierenga behandelt vervolgens de thema’s in soms wat meer eigen, dan weer nauw bij Stuempfle aansluitende bewoordingen: in de eerste strofe de vluchtelingenproblematiek, in de tweede strofe het straatgeweld als een gevoelsmatig iets meer afgevlakte vorm dan het angstaanjagende terrorisme van Stuempfle, en in de derde strofe – en hoeveel liederen spreken daar eigenlijk over? – de strijd binnen de vier muren van een huis, waar onderlinge twisten en verwijten zomaar kunnen ontaarden in fysiek geweld. In de laatste strofe vertaalt hij de ‘violent and wounding world’ als een ‘zieke wereld’, waarvoor wordt gebeden of God die genezen wil.


Melodie

De uitroep ‘Bring peace to earth again’ was de naamgever voor de tune die Perry Nelson bij deze melodie maakte. Die is ontleend aan de slotaria van de opera La Forza del Destino (de kracht van het noodlot) van Giuseppe Verdi, waarin Leonora, een van de hoofdpersonen, vlak voor zij sterft uitroept: ‘Pace mio Dio’ (Vrede, mijn God!)’. Als een dergelijke, concluderende verzuchting, moet Nelson ook het refrein van Stuempfle hebben opgevat. Muzikale referentie met de muziek van Verdi is er in de melodie verder niet behalve dan misschien de chromatische lijn uit de aria die in de tenorpartij van Nelsons koorzetting (niet in de koorbundel opgenomen) terugkomt:

begin van de koorzetting van Nelson

aanhef van de aria ‘Pace, mio Dio’ van Giuseppe Verdi

De melodie, die na een koorrepetitie volgend op een dag mijmeren over de tekst, in een ‘intense vijftien minuten’ werd geschreven, staat in d-klein en heeft een overzichtelijke structuur, aansluitend bij de driedelige structuur van de tekst. Als we de eerste twee volzinnen bekijken, valt het motief a’-bes’-g’ op als dragend element, het wordt in beide voorzinnen herhaald (g’-a’-f’). De nazin loopt in de eerste regel secundegewijs van d’ naar a’, in de tweede regel van f’, via het octaaf d” naar de gealtereerde zevende toon cis”. Het leidt op effectvolle wijze naar het refrein dat van het octaaf d” via de kwint a’ naar de grondtoon d’ afdaalt, alsof de vrede naar de aarde moet worden toe gezongen.

De componist suggereert dat het lied zowel met een gitaar als met een toetsinstrument kan worden begeleid, waarbij het laatste zijn lichte voorkeur heeft, met name vanwege de dan fraai werkende chromatische lijn die hierboven al stond afgedrukt. Een melodie-instrument zou het geheel kunnen versterken. Uiteraard leent het lied zich ook goed voor beurtzang: de strofes zouden onder verschillende groepen kunnen worden verdeeld, het refrein steeds door alle stemmen gezongen. De componist schreef zelf een uitgebreide bewerking in deze geest, verkrijgbaar bij GIA Publications Inc. (klik hier). Echter, door het voortspinnende karakter van de tekst als geheel en de fraaie spanningsopbouw in de melodie naar het refrein toe moet men er ook zeker niet voor terugdeinzen om het gehele lied door allen te laten zingen.


Liturgische bruikbaarheid

In het Liedboek staat het lied gerangschikt onder de rubriek ‘Gerechtigheid’. Als gezongen voorbede zou het lied een natuurlijke plek in een viering kunnen hebben, de actualiteit geeft helaas menigmaal aanleiding tot het aanheffen ervan. Als contrapunt bij schriftlezingen zou het goed gezongen kunnen worden op de zondagen van de advent, wanneer de profetieën van vrede op het rooster staan (zoals Jesaja 11,1-10 op de tweede zondag van de advent, jaar B), of wanneer in de evangeliën over ‘de laatste dingen’ wordt gesproken. Ook bij de evangelieperikoop waarin Jezus spreekt over het vuur dat hij op aarde wil ontsteken (Lucas 12,49-56, op de negende zondag van de zomer, jaar C) kan het lied goede diensten bewijzen. Het is tevens een bijzonder bruikbaar lied wanneer er in een kerkelijke gemeenschap aandacht moet zijn voor rampen, wereldwijd, in den lande of ter plaatse. Het lied kan ten slotte wellicht ook van dienste zijn als huiselijke onenigheid benoemd moet worden: in de persoonlijke levenssfeer, maar ook in situaties van onenigheid binnen kerkelijke muren waarbij woorden nog wel eens tot verwijten worden…

Auteur: Cees-Willem van Vliet