Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

blz 1343 - Schrijf Uw Naam uit God


Geert Boogaard

Tekst

De toelichting belicht allerlei woorden die in de bede voorkomen.
Een voorstel: besteed op verschillende tijdstippen aandacht aan een aspect en vraag je af wat dat met je doet. Je kunt dat bijvoorbeeld in een week elke dag doen aan de hand van onderstaande tekstgedeelten.

De dichter, Geert Boogaard, schept één fascinerende volzin over erbarmen.

Dag 1: hand

Het woord ‘hand’ komt in regel 5 voor. Blader terug in Liedboek naar pagina 1336. In die traditionele Ierse reiszegen wordt voor een reiziger even teder als ferm de persoonlijke wens geuit ‘dat God je in de palm van zijn hand bewaart’.
God als beschermende hand. Zo denkt de zegen. Maar wat of wie bewaart je dan?
(1) Een onzichtbare en misschien willekeurige macht die jouw lot in handen heeft (en de hele wereld) en die voorkomt dat je valt. Of die er de hand in kan hebben dat een ongeluk je niet treft, net zomin als een aanval van een of andere onverlaat? Bewaart de hand zo bezien vaak ook niet?
(2) Of duidt God op een overmacht van liefde, een heilzame kracht, die goede invloeden heeft op je mentaliteit, op je milde openheid voor je ontmoeting met andere mensen en op je doorzettingsvermogen? En in principe invloed op de mentaliteit van alle mensen.
(3) Of is God een ander woord voor een diepe vrijheid en rechtvaardigheid, die je innerlijke vreugde en inzicht geeft en je leven voorwaarts stuwt en stuurt?

Dag 2: De Naam, Ik ben er

Voor een gelovige heet God: ‘Ik ben er, zal er zijn, op mijn manier’. Dat zegt God tegen Mozes, die naar Gods naam vroeg. Sommigen noemen, net als de bede, daarom God: ‘de Naam’. Die God moet helpen het volk Israël uit slavernij te bevrijden.

Ik ben er – de God, die ‘de Naam’ heet – hoort de jammerkreten en het leed van de Israëlieten, trekt zich hun lot aan en denkt aan de verbondenheid met Abraham, Isaak en Jakob. De Naam kent de diepte van verdriet en beklemming, stimuleert manieren om je daarvan te bevrijden, en schakelt Mozes en Aaron in (Exodus 2,23-3,15), toen en nu op dezelfde wijze.
Ik ben er: de Naam wijst op alle gevolgen van hele en halve leugens waarmee je geplaagd wordt, en jij niet alleen (Psalm 12).
Ik ben er: de Naam heeft kritiek op een mens, een bewind dat je de mond snoert of martelt, of rechteloos maakt. Ik ben er wil recht doen (Psalm 5).

Lees je een verhaal over Jezus, dan krijg je het idee dat Jezus niets anders doet dan de Naam (’Ik ben er’) present te stellen.
Ik ben er en heb op een sabbat iemand, die om wat voor reden ook gebogen leefde, opgericht en tot zingen gebracht. En dat op een moment dat beroepsmatige gelovigen meenden dat Ik juist op sabbat iemand niet had mogen bevrijden (Lucas 13,10-17). Wat goed als Ik iemand met hart en ziel hoor zingen (Psalm 146).

Dag 3: een vaste hand van erbarmen

Anders dan de Ierse zegen op blz. 1336 spreekt het eenregelige gebed op blz. 1343 direct God aan met als vraag om ‘Uw Naam’ over ‘mijn bestaan’ te schrijven. Het zinspeelt op de vaste hand van God (regel 5). God is niet willekeurig, maar schrijft in beginsel met een vaste hand van erbarmen, waar, goed en schoon. Is dit anders dan wat je op dag 1 bij God dacht?

Een voorbeeld. Een rechter neemt beslissingen, niet lichtvaardig, maar overwogen, met verstand en gevoel. Zij of hij moet een oordeel geven en de consequenties overzien voor slachtoffer en dader en samenleving. Daar is moed en vastberadenheid voor nodig. ‘Mij helpt het’, zei een rechter in een kerkdienst, ‘te weten dat ik zwaarwichtige, maar geen absolute beslissingen neem. Er zijn altijd andere rechtsmiddelen mogelijk. Gelukkig is het zo dat ik niet hoef te oordelen over leven en dood, zoals in landen met de doodstraf wel het geval is. Ik zou dan geen rechter zijn geworden. Ultieme gerechtigheid is eigenlijk alleen bij God mogelijk. Zo weet je dat je aanvechtbaar moet blijven in wat je beslist. En dat je je met je beslissingen ook kunt vergissen’ (uitspraak van een rechter in de TV-kerkdienst op 6 november 2022 uit de Dom te Magdeburg t.g.v. de opening van de synode van de Evangelische Kirche Deutschland; klik hier om dienst te zien, de woorden van de rechter zijn te horen vanaf 17.49).

Vertrouw bij ingrijpende beslissingen met onzekere consequenties op je moed en op Gods recht doen. Bij de Naam gaat gerechtigheid gepaard met een vaste hand van erbarmen. Bedenk dat onder ons barmhartigheid zonder gerechtigheid tot chaos kan leiden en gerechtigheid zonder barmhartigheid tot geweld.

Dag 3: onuitwisbare inkt

De bede heeft het over schrijven (regel 1) en over God, die met onuitwisbare inkt schrijft (regel 5 en 6). Eens geschreven, voorgoed geschreven.
De ene zin drukt uit dat de Naam niet van alles en nog wat behartigt. Toegespitst gezegd: het gaat om erbarmen. De Naam behelst in deze bede niet zozeer lotsbeschikking of liefde of vrijheid en gerechtigheid als wel mededogen, ontferming, en nog eens ontferming. De Naam omvat barmhartigheid als het diepste dat over ons gebroken en feilbaar bestaan kan worden gezegd.
Erbarmen schrijft mee in ons leven dat we als een zich ontwikkelend levensverhaal aan het leiden zijn. Onuitwisbaar: het is door geen fout of gebrek of misstap uit je leven weg te wissen. Erbarmen is. God is.
Kun je dat vatten?

Dag 4: de Naam schrijven

In Openbaring 3,12 zegt de hemelse Jezus: Ik zal op wie overwint (volhoudt) ‘de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem (vrede, sjaloom), dat bij mijn God vandaan uit de hemel (de verborgenheid en tegenwoordigheid van liefde) zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam’. Je kunt bij deze naamverbinding ook aan de doop denken als de naam, de identiteit van de dopeling, wordt verbonden met de Naam van God (Erbarmen).
Geen uithoek, geen moment van je leven en van samenleven met anderen kan zonder deze vrolijke wetenschap: erbarmen is, ‘Ik ben er’.
In de Bijbel is sprake van volhouden, en steeds opnieuw blijven erkennen dat God liefheeft, ook jou. Zeker ook als het lijkt dat je leven zich afspeelt op een wankele ijsschots. Of als je je, gezien de blijvende aantasting van mensenrechten in deze wereld, aangevallen weet in je levensoriëntatie door allerlei gedachten van zinloosheid en vergeefsheid.
En toch volhoudt te beseffen dat erbarmen bestaat.

Dag 5: de volle breedte van je bestaan

Wat aan de schepping van de wereld voorafgaat en wat zoiets als herschepping zal brengen, gaat ons verstand te boven Dat kun je een geheimenis noemen, een mysterie.
Is het niet zo ook met je eigen leven?
Wat er voor jouw geboorte en na jouw levenseinde is, is een geheimenis. Je bewuste en tastbare levensloop is erdoor omgeven. Zeg je met enige overtuiging die ene gebedszin op blz. 1343, dan vertrouw je erop dat je, voor je het levenslicht zag en ook voorbij het grote donker van de dood, omgeven was en bent en zult zijn door erbarmen. Gewild als mensenkind, toevertrouwd aan en opgewacht door Gods eeuwige erbarmen. Je leeft de toekomst tegemoet.
Is het besef van algeheel Erbarmen om je heen diepgaander dan de meer voor de hand liggende de gedachte: nou, ik zie wel hoor, wat weet je ervan, van je toekomst? 

Dag 6: met liefde en hoop vertrouwen

Wat je hopen mag, kun je niet zien, maar kun je je wel voorstellen. Als je leeft, mag je steeds hopen dat je leven zin heeft en de moeite waard is. Hoop voedt je verlangen, en geeft je vasthoudendheid (Romeinen 8,25). Van de liefde wordt gezegd: ‘alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze (1Korintiërs 13,7).

Hopelijk ben je in staat te vertrouwen op de Naam als je vermoedt dat voorbij jouw dood leegte is.

Hopelijk weet je ook af en toe tot vertrouwen te komen als je het gevoel – om wat voor reden ook – bekruipt dat je niet gewild en aanvaard bent.

Hopelijk kun je de Naam geloven, die ook staat voor vergeving en verzoening, bijvoorbeeld als tekorten, misslagen, fouten en verbittering je dwarszitten.

Hopelijk kun je je gedachten in Gods Naam overstijgen als het besef zich aan je opdringt dat je dood een genadeloos einde is van alles waaraan je je met hart en ziel gaf.

Zeg in dergelijke gevallen die volzin en vertrouw: U schreef Uw Naam onuitwisbaar met de vaste hand van erbarmen. 

Vertrouw juist als je aan het eind van je leven denkt en voorbij de dood leegte vermoedt of zinloosheid, een grote ontkenning en genadeloze opheffing van alles waaraan je je met hart en ziel gaf.

Auteur: Evert Jonker