Gebedsacclamatie


Auteur: Pieter Endedijk

Ontmoeting

Liturgie is gebaseerd op ontmoeting. Er is bij die ontmoeting sprake van een verticale lijn: in de liturgie spreekt God tot mensen, mensen ontmoeten God. Er is ook een horizontale lijn: de ontmoeting tussen mensen.
De ontmoeting uit zich in het dialogisch principe van de liturgie. Er klinken woorden over en weer: woorden tot de geloofsgemeenschap gesproken in de lezingen en de preek, woorden vanuit de geloofsgemeenschap tot God in de gebeden en woorden die de gelovigen elkaar toezeggen en toezingen, zoals in de psalmen. Steeds is er dus sprake van interactie. De liturgie is geen monoloog, maar een dialoog.

Responsies en acclamaties

Om de interactie in de liturgie te bevorderen, worden responsies en acclamaties gezongen of gesproken.
Het woord ‘responderen’ vindt zijn oorsprong in het Latijnse woord spondere, wat ‘plechtig beloven’ en ‘instaan voor’ betekent. Het betekent ook ‘zich verplichten tot’. Zo komt het beeld van het huwelijk naar voren: sponsus betekent bruidegom en sponsa bruid. Hoewel het woord ‘respons’ ook ‘antwoord’ betekent, is responderen niet alleen antwoorden, maar heeft het dus een diepere betekenis: voor elkaar verantwoordelijk willen zijn (in het woord ‘verantwoordelijk’ zit ook ‘antwoord’).
Het woord ‘acclamatie’ is afkomstig van het Latijnse woord acclamare, wat ‘toejuichen’ of ‘toeroepen’ betekent. Bij een responsie gaat het om woord en wederwoord, een acclamatie heeft in de liturgie meer de betekenis van instemming of be-aming.
De responsoriale vorm krijgt gestalte als woord en wederwoord worden gesproken of gezongen. Bij een acclamatie is het één stem die wordt verbreed tot de woorden van allen, iedereen stemt in met de woorden van de acclamatie.

De voorbede

Het woord ‘voorbede’ geeft aan: de kerk bidt voor anderen. Het is dus niet de voorganger die als tegenover voor de gemeente bidt. Het is die ene stem die vanuit de gemeente klinkt en de woorden van die ene krijgen in de acclamatie instemming van allen. Zo wordt het letterlijk het gebed van de gehele geloofsgemeenschap.
Sinds de vroege kerk hebben christenen hun gebeden gericht op het oosten. Het oosten verwijst naar Christus, die in de liturgie als de opgaande zon wordt aanbeden. Deze symboliek komt ook in de oude Latijnse hymnen voor (zie bijvoorbeeld Liedboek 599). De middeleeuwse kerkgebouwen zijn daarom ook gebouwd volgens de oost-westlijn: het koor of de apsis aan de oostzijde (men spreekt van de ‘oosting’ van het kerkgebouw), aan de westzijde de in- en uitgang. De doopvont heeft in oorsprong daar een plaats.
In oude romaanse kerken, met weinig lichtinval in het schip, geeft het licht vanuit het oosten een bijzonder effect, zoals bijvoorbeeld te zien is in de kerk St. Martín de Tours in het noord-Spaanse Fromista (elfde eeuw):

St. Martín de Tours, Fromista, Spanje (foto PE)

Gedurende vele eeuwen stonden voorganger(s) en gelovigen tijdens het gebed gezamenlijk naar de oostzijde van de kerk gekeerd. Er was geen sprake van een voorganger die dan tegenover de geloofsgemeenschap stond, zoals later in de kerken van de Reformatie en in de Rooms-Katholieke Kerk na het Tweede Vaticaans Concilie. Meer en meer gaan in onze tijd weer stemmen op dat de voorganger tijdens de voorbede met zijn of haar gezicht gericht is op het oosten. Dat benadrukt ook dat de voorbede vanuit de geloofsgemeenschap klinkt, het gebed van de kerk voor mensen en de wereld.
Het gezamenlijk gericht zijn op het oosten zien we ook in de liturgie van Taizé. De broeders van de communiteit zitten te midden van de overige aanwezigen en zo bidden allen versus orientem, gericht op het opgaande licht:

De vorm van de voorbede

Hoewel in de gereformeerde traditie het vrije gebed een belangrijke plaats inneemt, is om de interactie tussen voorganger en geloofsgemeenschap mogelijk te maken een bepaalde structuur noodzakelijk. De voorbede bestaat dan uit een aantal intenties, die elk afgesloten worden met een vaste zin (bijvoorbeeld: ‘Zo bidden wij samen’ of ‘Laten wij de Heer bidden’) waarna de geloofsgemeenschap de gebedsacclamatie zingt of spreekt. Zo wordt het gebed verbreed tot het gebed van de gehele kerk.