Zoek een persoon

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} personen getoond

Geen personen gevonden

Fred Kaan


geboren: 27 juli 1929 te Haarlem
overleden: 4 oktober 2009 te Glenridding (Cumbria)

Bijdragen in het Liedboek

386                  Vier met alles wat in je is (t)
795                  Wat ons bond, God, is verbroken (t)
949                  Nu leef ik nog, maar eenmaal komt mijn dood (t)
1014                Geef vrede door van hand tot hand (t)

Leven en werk

Fred Herman Kaan werd geboren in een gezin dat politiek zeer geëngageerd was. Zijn vader was een overtuigd socialist. Hoewel Kaan in de Grote of St.-Bavokerk werd gedoopt, en zijn moeder Nederlands hervormd was, speelden kerk en geloof in zijn opvoeding een ondergeschikte rol. De twee levensovertuigingen van zijn ouders zouden later bijeenkomen in het liedoeuvre van hun zoon. Kaans ouders waren tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet. De oorlog zorgde er mede voor dat Kaan vanaf die tijd overtuigd pacifist was.
Van 1949 tot 1952 studeerde hij theologie en filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij vertrok naar Bristol (Groot-Brittannië) om daar zijn theologiestudie twee jaar voort te zetten. Daarna studeerde hij een jaar sociologie en pastorale theologie.
In 1954 trouwde hij met Elisabeth Steller, dochter van een Duits-Nederlands zendingsechtpaar. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren. Een jaar nadat hij getrouwd was, werd Kaan pastor van Windsor Road Congregational Church in Barry, Glamorgan (Wales). In deze plaats zorgde een postbode ervoor dat hij zich bewust werd van de waarde van het lied voor kerk en geloof. Deze vertrouwde hem namelijk toe de kerk te gaan verlaten omdat de hymns hem niet meer aanspraken. Tijdens zijn predikantschap aan de Pilgrim Church in Plymouth (1963-1968) schreef Kaan zijn eerste liederen. Aanleiding was dikwijls dat hij in bestaande liedbundels geen lied kon vinden, dat aansloot bij de boodschap zoals hij deze ’s zondags uit de Bijbel wilde doorgeven aan een kerkgemeenschap in een geïndustrialiseerde maatschappij.
Van 1968 tot 1970 was Kaan Minister-Secretary van het International Congregational Council. Daarna woonde hij tot 1978 in Genève waar hij secretaris was van de World Alliance of Reformed Churches. In deze functie hield hij zich onder meer bezig met interkerkelijke relaties en met mensenrechten. In de jaren zeventig verschenen de eerste liedbundels van Kaan, te beginnen met Pilgrim Praise in 1972, waarin vijftig liedteksten verzameld waren. Dit liedboek werd in 1975 herdrukt en in hetzelfde jaar publiceerde Kaan samen met Doreen Potter de bundel Break Not the Circle. Twenty New Hymns. Een jaar later verscheen Songs and Hymns of Sweden, waarvoor Kaan samenwerkte met vertaler Anders Frostenson.
Kaan was in 1975 adviseur van de Assemblee van de Wereldraad van Kerken in Nairobi, een taak die hij in de jaren tachtig ook meermalen uitvoerde. Hij keerde in 1978 terug naar Engeland, waar hij moderator werd van de West Midlands Province of the United Reformed Church. In 1984 promoveerde Kaan aan het Theologisch College van Genève op de dissertatie Emerging Language in Hymnody. Tevens ontving Kaan een eredoctoraat van de Universiteit van Debrecen (Hongarije).
In 1985 werd Kaan pastor van de oecumenische Central Church in Swindon, waar hij vier jaar later met pensioen ging. Aanleiding hiervoor was mede de scheiding van zijn vrouw, die grote impact had op Kaan. Hij hertrouwde later met Anthea Cooke. Na zijn emeritaat bleef Kaan actief als lieddichter, vertaler en redacteur. Zijn liederen werden in meer dan vijftien talen vertaald. Kaan ontving de volgende onderscheidingen:
- 2001: Fellow van de Hymn Society in the United States and Canada;
- 2002: Chancellor's Gold Medal van de Potchefstroom Universiteit te Zuid-Afrika;
- 2004: Fellow van de Hymn Society in Great Britain and Ireland.

‘Earthed hymnody’

Het eerste lied dat Kaan schreef betrof een postcommunio-lied: Now let uns form this table rise. Het handelt over de betekenis van de avondmaalsviering voor het leven van alledag. Dit is karakteristiek voor Kaans liedoeuvre: hoe krijgt wat in de liturgie gevierd wordt gestalte in het dagelijks leven? Of zoals Kaan het zelf in een lezing eens formuleerde: ‘How do we prepare ourselves for the liturgy after the liturgy?’
Predikant Caryl Micklem (1925-2003), voorzitter van de Hymn Society of Great Britain and Ireland, typeerde Kaans liedoeuvre eens treffend met de woorden: ‘earthed hymnody in the real concerns of our days’. Zijn liederen zingen niet over een hemel, waar het veel beter zal zijn dan het leven hier op aarde. Integendeel, ‘This is the only earth we know’ is een karakteristieke versregel die we in een paar van zijn hymns tegenkomen, en zoals de titel van een van zijn bundels luidt. In Kaans theologie, zoals deze uiteraard in zijn liederen tot uiting komt, draait het om de schepping en de incarnatie. Zijn liedoeuvre heeft als basis dat God de aarde schiep, dat Hij zich met haar bemoeit en dat Christus mens is geworden. Vrede en (sociale) gerechtigheid, een harmonieuze maatschappij en zorgvuldige omgang met Gods schepping zijn centrale aandachtspunten in de liederen van Kaan. In die zin zijn in Kaans liederen het protestantse geloof van zijn moeder en de socialistische idealen van zijn vader met elkaar verbonden.

Auteur: Jan Smelik

Externe link

https://en.wikipedia.org/wiki/Fred_Kaan