Zoek een persoon

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} personen getoond

Geen personen gevonden

Ignaz Franz


geboren: 12 oktober 1719 te Protzau (huidige Zwrócona, Polen)
overleden: 19 augustus 1790 te Breslau (huidige Wrocław, Polen)

Bijdrage in het Liedboek

413     Grote God, wij loven U (t)

Leven en werk

Ignaz Franz bezocht het Jezuïetengymnasium in Glatz, waarna hij filosofie en theologie studeerde in Breslau. Hij werd in 1742 tot priester gewijd in Ölmütz (Mähren) en aangesteld als kapelaan in Groß-Glogau. Elf jaar later werd hij pastoor te Schlawa, een functie die hij tot 1766 bekleedde. Daarna werd hij in Breslau rector van het priesterseminarie. Later kreeg hij diverse bestuurs- en toezichtfuncties bij katholieke pedagogische instellingen.

Franz stelde verschillende gezangbundels samen. De belangrijkste zijn Die Christlich-katholische Lehre in Liedern (Lauhen 1768) en het Allgemeines en vollständiges Catholisches Gesangbuch (Breslau 1778). Behalve als samensteller van gezangbundels heeft Franz zich ook beziggehouden met het schrijven van nieuwe liedteksten. Er zijn circa 350 liederen van hem bekend.

De liederen van Franz zijn karakteristiek voor de religieuze verlichtingspoëzie uit de achttiende eeuw. Typerend is onder meer dat de gezangen een sterk moralistisch-pedagogische inslag hebben. In de voorrede op zijn bundel uit 1778 schreef Franz dat hij zijn liederen maakte ‘om met hulp van goddelijke bijstand onwetende christenen over hun plichten te onderwijzen, en om lauwe zielen uit hun traagheid op te wekken’.

De wil om het volk te onderwijzen in religie en moraal was voor Franz aanleiding eenvoudige, begrijpelijke liederen te maken. De zijns inziens moeilijke verstaanbaarheid van oude liederen bracht hem ertoe om nieuwe liedteksten te dichten. Oude liederen hadden het nadeel dat ze ‘uitdrukkingen bevatten die niet overeenkomen met de hedendaags gebruikelijk Duitse spraak’ (voorrede 1778).

Omdat het voor Franz – evenals voor alle (godsdienstige) volksopvoeders uit zijn tijd – duidelijk was dat je door middel van liederen het volk met je boodschap kon bereiken, pleitte hij ervoor dat het volk ook tijdens godsdienstoefeningen liederen in de volkstaal kon zingen. Daarom moesten er liederen komen die niet alleen tekstueel maar ook muzikaal eenvoudig te zingen waren.

Auteur: Jan Smelik